Lustrum

Voor de tiende keer legt het kabinet deze week verantwoording af over het gevoerde beleid. Daarna wordt met de Kamer gedebatteerd. Een gedegen formule is nog steeds niet bedacht.

ZAL HET DEZE WEEK dan wel lukken om een goed, inhoudelijk én politiek debat te voeren over het kabinetsbeleid van het afgelopen jaar? Dat zou mooi zijn, dan valt er tenminste echt wat te vieren. Het is immers de tiende keer dat het kabinet in de Tweede Kamer verantwoording aflegt over het gevoerde beleid.
Pas de tiende keer? Het klinkt inderdaad raar, maar voor die tijd gebeurde dat niet. Er was geen vast moment waarop werd teruggekeken of wat het kabinet beloofd had te doen in een jaar ook daadwerkelijk was bereikt. Van het opstellen van meetbare beleidsdoelen waarop een kabinet afgerekend kan worden, had men als het ware nog nooit gehoord.
Door de ogen van nu bezien was het tot ver in de twintigste eeuw nog veel vreemder: zelfs een goedkeurende accountantsverklaring ontbrak bij menig ministerie, waardoor niet eens te controleren was of de vele miljoenen overheidsgeld wel rechtmatig waren besteed. Dat laatste is inmiddels zozeer verbeterd dat het debat van deze week in principe over de doelmatigheid zou kunnen gaan.
Deze voorgeschiedenis geeft aan van hoe ver kabinet én Tweede Kamer zijn gekomen en hoe relatief vers het verantwoording afleggen en daar dan vervolgens een debat over voeren eigenlijk nog is. Dat debatteren ging de afgelopen jaren dan ook allerminst van een leien dakje. Eigenlijk was er elk jaar wel wat.
De klaagzangen varieerden, maar legden wel twee hoofdproblemen bloot. Toenmalig GroenLinks-fractievoorzitter Paul Rosenmöller verweet het paarse kabinet in 2002 nauwelijks inzicht te geven in resultaten van het beleid. Om aan te geven: ook twee jaar later nog constateerde de Algemene Rekenkamer dat slechts eenderde van de uitgaven van de rijksoverheid direct gekoppeld was aan concrete doelen, zoals het verkorten van wachtlijsten of het verminderen van files. Dat moesten ze op de ministeries nog leren, niet alleen de politiek verantwoordelijke ministers, die de hoofdbeleidsdoelen moeten aanwijzen, maar ook de ambtenaren, die moeten weten hoe je vervolgens berekent of er inderdaad minder kinderen worden mishandeld en of de armoede ook echt is afgenomen.
Een ander probleem is de hoeveelheid informatie die de departementen over de Kamer uitstorten. Minister van Financiën Gerrit Zalm constateerde in 2003 al dat er zoveel papier werd geproduceerd rondom de Verantwoordingsdag dat het geheel dreigde te ontaarden in een weinig inzicht gevende cijferbrij. Die brij lokte saaie boekhoudersdebatten uit.
In 2007 was alles samen, de onmeetbare beleidsdoelen en de papierberg, zo erg geworden dat tijdens het Kamerdebat SP-Kamerlid Ewout Irrgang zei er gefrustreerd van te raken, VVD-fractievoorzitter Mark Rutte vond dat het zo geen zin had, zijn D66-collega Alexander Pechtold het geheel beschamend noemde en GroenLinks-Kamerlid Kees Vendrik het betitelde als urenlang geouwehoer.
Vorig jaar ging het debat vervolgens over de opmerking van minister-president Jan Peter Balkenende dat Nederland chagrijnig is. Leuk voor de oppositie, lekker politiek ook, maar het ging niet over de vraag of met het beleid wel was bereikt wat het kabinet had beloofd.
Toen minister van Financiën Bos vorige week de jaarverslagen van alle ministeries aan de Kamer aanbood, gaf hij middels drie vragen zijn analyse van de problemen met het Verantwoordingsdebat: ‘Krijgen wij het dit jaar met elkaar voor elkaar om het politieke debatten te laten zijn in plaats van boekhoudkundige debatten? Lukt het ons om de verleiding te weerstaan om van een debat dat over verantwoording zou moeten gaan een debat over de actualiteit van de dag te maken? Zijn wij in staat ons tot hoofdlijnen te beperken of verdwalen wij in details?’
Bijzonder aan deze formulering is dat PVDA’er Bos het probleem vooral lijkt te leggen bij de mensen die het debat voeren en niet verwijst naar het systeem dat is bedacht voor Verantwoordingsdag. Terwijl hij juist deze week in de discussie over de oorzaak van de kredietcrisis wees naar het falende systeem van de vrije markt en daarmee afstand nam van CDA-collega Balkenende, die de schuld van de crisis legt bij de hebzuchtige mens.
Vraag aan beide heren: is de dikke acht die het kabinet zichzelf ditmaal voor het gevoerde beleid geeft zonder dat dit door derden is gecontroleerd en dus door de Kamer te beoordelen valt, gevolg van eerzucht van de kant van de ministersploeg of ontbreekt er een controleschakeltje in het systeem? Om niet te verzanden in deze kip-of-ei-discussie: er is voor het afleggen van verantwoording een door mensen ontwikkeld, beter systeem denkbaar dat vervolgens mensen in staat stelt beter te debatteren. Daarvoor zijn al legio voorstellen gedaan.
Voormalig SP-fractievoorzitter Jan Marijnissen stelde vorig jaar voor de Kamer zelf onderzoek te laten doen en niet uit te gaan van informatie van het kabinet. Hoogleraar Mark Bovens van de Universiteit Utrecht heeft geopperd het kabinet en de gezamenlijke oppositiepartijen elk enkele kernthema’s te laten aandragen die dan onder het vergrootglas worden gelegd. Alleen het kabinet de thema’s laten vaststellen zou ontaarden in een eenzijdige goednieuwsshow.
Bos zelf stelde vorige week voor om de onderwerpen die er bij de Algemene Beschouwingen na Prinsjesdag uitspringen er ook bij de evaluatie uit te lichten. Dan zou dus in september 2007 zijn besloten waarover het nu, mei 2009 moet gaan. Kinderopvang bijvoorbeeld.
Al dit soort voorstellen zullen na deze tiende keer de revue passeren, want de Tweede Kamer gaat Verantwoordingsdag evalueren. De uitkomst zal zijn dat het anders moet. Waar het debat in dit lustrumjaar over ging? Vooraf gooiden hoge ogen: de vierdaagse werkweek, de pensioenen en natuurlijk de vraag waar het allemaal aan ligt: aan falende mensen of aan falende systemen.