Dat is natuurlijk overdreven. Ook Safur is de uitputting nabij. Hij heeft hoofdpijn, steken in de maag en is ‘o zo duizelig’. Af en toe denkt hij: waar ben ik aan begonnen? ‘Liever was ik blijven werken. Ik zat in het gipskruid, ik werkte me in het zweet voor jullie 24-uurseconomie. Verdiende redelijk, maar achteraf gezien had ik nooit seizoenswerk moeten doen. Ik had voor een verblijfsvergunning zes jaar ononderbroken moeten werken, dat kan natuurlijk niet met seizoensarbeid. Als ik dat geweten had… waarom is mij dat niet verteld?’
Lamero, die na veelvuldig mediaoptreden inmiddels landelijke bekendheid geniet, komt met een kopje thee de trap afdalen. Hij is net bij de dokter geweest. ‘Ik ben behoorlijk afgevallen. Zien jullie wel? Ik drink alleen nog maar thee. Minimaal twintig kopjes per dag, dat moet zei de dokter.’ Ondertussen blijven familieleden en kennissen binnendruppelen. Safur heeft een hele horde kinderen om zich heen verzameld. Messud zit helemaal alleen. ‘Dat zijn allemaal Turkse mensen’, zegt hij. ‘Ik ben Marokkaan, mijn vrouw en kinderen wonen in Marokko. Er zijn nog zeven andere Marokkanen, maar daar spreek ik nauwelijks mee.’
Lydia Rood komt binnen. Niemand kijkt daarvan op. Een week geleden was iedere bezoeker nog een attractie, nu kan alleen een televisiecamera de hongerstakers nog mobiliseren. Rood wordt rondgeleid door Ahmed Pouri. Pouri houdt zich doorgaans bezig met de problematische terugkeer van Iraanse vluchtelingen. Dat kan wachten, met een hongerstaking valt meer succes te oogsten. Wat komt de schrijfster doen? Verricht ze veldwerk voor een nieuw boek? Zit er een vervolg op Voodoo, de succesvolle illegalenthriller uit 1997, aan te komen? ‘Welnee’, zegt ze. ‘Ik ben niet zo'n auteur die rechtstreeks uit de werkelijkheid put. Het is gewoon pure sympathie.’ Afgelopen vrijdag verraste de schrijfster vriend en vijand door in haar Avro-televisiecolumn aan te kondigen dat ze van plan is zich bij de hongerstakers aan te sluiten. Zaterdag moest ze dat terugnemen. De kerk had het liever niet. Een hongerstaking moet een laatste redmiddel zijn. Voor Rood gold dat niet. De bekende schrijfster loopt geen gevaar uitgezet te worden, redeneerde de kerk. Rood geeft niet op. Met het actiecomité beraamt ze een ‘hongerstakingsestafette’ voor bekende Nederlanders: een weekje meehongeren in de kerk en dan de fakkel overdragen. ‘Laat ik zeggen: een solidariteitshongertje.’ Wie had Rood behalve zichzelf in gedachten? ‘Adriaan van Dis, bijvoorbeeld. Of de kamerleden Marijke Vos en Remi Poppe. En laat Youp van ’t Hek maar eens zien hoe geëngageerd hij nu echt is.’
Rood ritst haar jas dicht. Als ze de deur uit wil, houdt een van de hongerstakers haar het gastenboek onder de neus. ‘Tekenen alstublieft.’ Een gesluierde vrouw ziet haar kans schoon een zak citroenen mee naar binnen te smokkelen. Ze wordt gesnapt. ‘Vitaminen! Alleen voor in de thee.’ Na kort beraad met het actiecomité mogen de citroenen door.