Lyrische abstractie

In L’orage au jardin van Jean Bazaine heeft de voorstelling zich losgemaakt van de werkelijkheid en duiden de zachte kleuren nergens iets precies aan.

VEERTIEN OF VIJFTIEN was ik toen de geschiedenisleraar mijn klas meenam naar het Van Abbemuseum omdat hij vond dat we op z’n minst een idee moesten krijgen van hoe het er in de moderne kunst, die van onze eigen tijd, aan toeging. Maar misschien heb ik dat later bedacht. Een feit blijft dat ik daar, in dat stille museum bij lichtgrijs licht, voor het eerst een beetje begon te begrijpen dat het in de kunst ook anders kon dan het altijd gegaan was. Dat een schilderij, voordat het er was, eerst gemaakt moest worden, wist ik van een schilderende oom – een amateur die mij eerder ook geholpen had met mijn eerste verfdoos. Dat was een essentieel inzicht, over het maken maar vooral over het steeds opnieuw beginnen op een wit, leeg stuk linnen. Voor de meerderheid in mijn omgeving, merkte ik, waren schilderijen er gewoon. Met die kalme vanzelfsprekendheid hingen ze bijvoorbeeld in het Rijksmuseum. Mooie schilderijen waren dat ook, waarin de voorstelling op orde was: eerst een voorgrond met de hoofdzaken en dan, wat bescheidener, de achtergrond. Die schilderijen waren ordentelijk tot voltooiing en tot rust gekomen. Allerlei artistieke onrust hadden ze achter zich gelaten.
Om een of andere reden werd ik in het museum vooral getroffen door L’orage au jardin, 1952, van Jean Bazaine. Eigenlijk was het een bescheiden zachtmoedig werk terwijl er in die jaren, 1956-57, toch veel rumoeriger schilderijen te zien waren, agressief kleurrijk ook, van bijvoorbeeld Karel Appel. Vergeet niet dat er in de musea nog niets van die Amerikaanse kunst te zien was (Pollock, DeKooning) waardoor wij een paar jaar later aangenaam zouden worden overrompeld. Naast de letterlijk fysieke overmacht van die schilderijen uit New York lijkt het doek van Bazaine nu een teer miniatuur. Dat komt zeker ook door de voorzichtig voelende en aarzelend formulerende schilderwijze waarmee de schilder het motief te voorschijn heeft geroepen en vorm gegeven heeft. De penseeltoets is zacht en vlekkerig, zeker niet kordaat. Maar die behoedzaamheid, die overal in de opbouw van de abstracte compositie voelbaar is, zullen de ogen van toen nauwelijks zo zijn opgevallen.
L’orage au jardin was gewoon een perfect en begrijpelijk voorbeeld van een versie van lyrische abstractie die in dat schilderij tot volle wasdom was gekomen. Misschien zat er in het hoofd van Bazaine, toen hij begon, een diffuse herinnering aan verwarde, geknakte, druipende bloemen na een zomers onweer en was het dat beeld dat als een soort melodie zijn schilderen begeleidde. Of niet. Hoe dan ook is de voorstelling gaan groeien als een weefsel van bloemige penseelstreken die nergens iets precies aanduiden. De penseelstreken en de bevende kleurvlekken brengen elkaar voort: ze maken ruimte voor elkaar en zo, zonder verstrengelingen, raken streek na streek en kleur na kleur met elkaar verbonden.
Schilderijen van opulent bloeiende tuinen behoorden tot het vaste repertoire van de Impressionisten. Bij Claude Monet echter zijn zulke kleurrijke voorstellingen altijd een versie van een bepaalde tuin waarnaar hij keek bij het schilderen, zelfs in zijn late bijna-abstracte werk. De woekering van kleuren in schilderijen van Bazaine (en soortgenoten) is van een andere orde: die komt tot stand door alleen maar naar het schilderij te kijken, naar het schilderen zelf terwijl het streek na streek iets op het spoor kwam dat niet eerder bedacht was. Laten we zeggen dat Bazaine begon met een heel licht, transparant en onregelmatig raster van penseelbewegingen over het hele oppervlak. Dat raster gaf een houvast waarin weer meer kleuren konden verschijnen, zwaardere vlekken kleur ook. Tegelijkertijd moest het hele onregelmatige patroon vooral doorzichtig en los blijven zodat de kleuren niet zouden vastlopen. Je kunt zien dat Bazaine voorzichtig penseelde, met wisselingen van richting, in lagen en met dunne overlappingen – tot het beeld er, onverwacht nog, ineens was.
Op deze abstracte manier kun je alles schilderen, ook wat in de natuur niet bestaat. Dit schilderij van Jean Bazaine is maar een klein voorbeeld van hoe het dus ook en anders kon – en daarmee van de glorieuze beeldende rijkdom die de moderne kunst in de wereld gebracht heeft. L’orage au jardin was de eerste moderne voorstelling die ik voor ogen kreeg. Ondanks aanvechtingen is er daarna van zelf schilderen niets gekomen. Ik raakte makkelijk de weg kwijt tussen de kleuren. Kunst maken is heel erg moeilijk, zo bleek, zelfs zoiets ogenschijnlijk eenvoudigs als deze Bazaine. Zo werd ik beschrijver.