M'hai fatto bere!

Volgens een Duits onderzoek gebruikt een kwart tot eenderde van de klassieke musici in Duitsland pillen of alcohol tegen de podiumangst en vooral tegen de stress van het moderne muzikantenbestaan. De drugs of choice zijn bier en beta-blokkers. De beta-blokkers verlagen de hartslag en bezorgen de slikker bovendien koele handen hetgeen een uitkomst is voor spelers met zweethanden die hoorn of trompet nog wel eens willen laten glippen.

Het verschijnsel is niet beperkt tot onze Teutoonse buren. In Groot-Brittannie loopt het binge-drinking (klemzuipen) niet alleen onder de jeugd de spuigaten uit, maar ook onder klassieke blazers en percussionisten, zo werd gisteren geconstateerd op de jaarvergadering van de Association of British Orchestras in Cardiff. Een spreker memoreerde het geval van een paukenist die tijdens een concert ruggelings van het podium donderde, een andere verklaarde de complete blazerssectie van een vooraanstaand orkest rijp voor ontslag wegens principiële dronkenschap.

Nieuw of schokkend is dit allemaal niet. Koperblazers en percussionisten zijn traditioneel de grootste zuipschuiten omdat ze zo weinig te doen hebben, niet alleen voor en na, maar ook tijdens concerten. Wie ooit een groepje blazers laat op de avond heeft zien samenhokken op station Waddinxveen of bij de bushalte Ruiterskwartier in Leeuwarden begrijpt dat de meesten hun bestaan enkel rekken door een flinke dosis zwarte humor te combineren met een goedgevulde heupfles. De paukenist ligt rond die tijd vermoedelijk al laveloos onder een brug. Maar tegenwoordig neemt ook onder andere secties het gebruik van verdovende middelen toe.

Omdat klassieke musici nu eenmaal de invloed van de omringende cultuur ondergaan, is doping tegenwoordig zelfs heel gewoon onder solo-violisten of operazangers. Roland Wagenführer, Duitsland jongste Vliegende Hollander, heeft onlangs verklaard dat het gebruik van cocaïne op de planken te Bayreuth ‘endemisch’ is. Operazangers hebben een popster-status met alle nadelen van dien. Ze worden geacht gelijk popsterren hun gezondheid op te offeren aan de eisen van het muziekcircuit. Een sopraan van dertig jaar is tegenwoordig al ‘oud’ en wie een weekje overslaat hoeft niet op een nieuw contract te rekenen. Mezzo-sopraan Vesselina Kasarova beklaagde vorig jaar in Die Zeit sommige collega’s die door concertpromotors, sponsors en dirigenten ernstig overvraagd worden en drugs gaan gebruiken om aan alle eisen te kunnen voldoen. Tenor Endrik Wottrich sloeg hard terug toen hij werd gekritiseerd omdat hij een voorstelling op het Wagner Festival at Bayreuth afzegde wegens griep: ‘We moeten kiezen tussen optreden en aangevallen worden omdat we een valse noot zingen of aangevallen worden omdat we om onze gezondheid denken. Solisten nemen steeds vaker beta-blokkers om hun angsten te beheersen, sommige tenoren slikken cortisonen om hun stem hoge op te krikken, en alcohol is overal. De echte druk komt niet van de oude vertrouwde plankenkoorts, maar van een nieuwe dimensie die in de operawereld is binnengedrongen – die hangt tegenwoordig van glamour aan elkaar en in zo'n omgeving vormen normale menselijke gebreken al gauw een ongewenste onderbreking.’

Volgens Prof. Dr. Helmut Möller, Musikmediziner te Berlijn, moet het groeiende gebruik van verdovende middelen inderdaad worden verklaard uit de toenemende concurrentiestrijd tussen orkesten en individuele musici, en niet alleen tussen solisten. Er worden steeds meer orkestmusici opgeleid en tegelijkertijd worden er steeds meer orkestbanen geschrapt. Wie tegenwoordig zijn concertexamen afsluit met een ‘Goed’ kan naar een orkestbetrekking fluiten, aldus Möller: ‘Perfektion ist gefragt.’ De instroom van kundige en goedkope klassieke musici uit Oost-Europa zet de markt nog meer onder druk. Slopende of ronduit belachelijke eisen van sponsoren doen de rest. Slaapstoornissen, depressies, faalangst en pleinvrees zijn het gevolg.

Tot nog toe is er weinig aandacht voor de oorzaken en gevolgen van de toegenomen werkdruk en concurrentie onder klassieke musici. De brochure Gezond musiceren die twee jaar geleden werd verspreid door het Contactorgaan Nederlandse Orkesten signaleerde het probleem amper en raadde gestreste musici slechts aan wat langer te pauzeren. Daarmee zijn we er niet. Het is ook geen oplossing om musici te behandelen als topatleten zoals sommige orkesten momenteel doen. Het Nederlands Philharmonisch Orkest draagt Arbeidsinspectievriendelijke oordopjes en beschikt over een fulltime masseuse die de hardste zenuwknopen bij de musici wegkneedt. Het kan niet lang duren of de eerste haptonoom in de klassieke muzieksector dient zich aan. Maar een dergelijke benadering bestendigt slechts de bestaande problemen.

Hoe dan ook, het zou goed zijn als musici wat vaker op hun strepen zouden staan. Dat deed het symfonieorkest van de Beierse Omroep vorig jaar door te weigeren het modern-klassieke stuk Halat Hisar van componist Dror Feiler te spelen. Het stuk begon met een bandopname van oorverdovende mitrailleursalvo’s, gevolgd door een twintig minuten durend fortissimo; de musici hadden na afloop van de repetitie urenlang last van hoofdpijn en oorsuizingen. En jawel, binnen enkele uren liet de orkestleider van het Berlijnse Concertgebouworkest weten dat hij het stuk best op zijn repertoire wilde zetten. Leve de concurrentie, leve de sensatie – al gaan die ten koste van de gezondheid. Gelukkig ging het feest in Berlijn niet door. Ook in Bern had een werkstaking vorig jaar succes. Het orkest van het Stadttheater weigerde de première van Alban Bergs Wozzeck op volle geluidssterkte te spelen omdat de directie een blits extra plafonnetje boven de orkestbak had aangebracht dat het geluid tweevoudig versterkte. De dirigent liep boos weg, er werd drie dagen vergaderd en tenslotte werd het malle plafond gewoon afgedekt.