H.J.A. Hofland

Maak eens een zwart scenario

Het waarmerk van deze Amerikaanse regering is haar onverwoestbare optimisme. Toen begin vorige week bij aanslagen in Bagdad 35 doden vielen, zag de president daarin een teken dat de terroristen wanhopig begonnen te worden. Na het neerschieten van de helikopter verzekert hij opnieuw dat de coalitie op de goede weg is. De scholen zijn weer open, er is elektrisch licht, er komt schoon water uit de kraan. Alles wijst erop dat de eindoverwinning in zicht is.

Best mogelijk. Maar in zicht? We hebben de zegepraal al meer dan een half jaar achter de rug. Om dat te bewijzen zouden eigenlijk aan het eind van ieder televisiejournaal nog een keer de beelden van de piloot, landend op het vliegdekschip, moeten worden vertoond. We doen het niet. Het zou kunnen worden opgevat als leedvermaak. Een vergissing. Dat journaalfragment is symptomatisch voor het zonnige wereldbeeld dat in Washington de buitenlandse politiek beheerst.

In de Koude Oorlog hebben zorgvuldiger regeringen dan deze het ontwerpen van scenario’s tot kunst verheven. Dat gebeurde in think tanks. Een van de beroemdste was het Hudson Institute, de beste scenarist Herman Kahn. Bij het schrijven van scenario’s begin je liefst met de worst case, het zwarte, en je eindigt met het sprookje. In de neoconservatieve omgeving gaat het min of meer andersom: ze beginnen met het sprookje, en als de werkelijkheid zich daar niet meteen naar voegt, wordt er een ander sprookje verzonnen. Het zwarte scenario komt in dit denken niet meer voor.

Rebuilding America’s Defenses, een document uit 2000 dat de theoretische grondslag vormt voor de continuering van de Amerikaanse onaantastbaarheid in deze eeuw, is eigenlijk al zo’n sprookje. Het zal veel geld en energie kosten om het te verwezenlijken. En, lezen we op pagina 51, eerste kolom bovenaan, ook veel tijd, tenzij zich een cataclysme als Pearl Harbor voltrekt. Hoe dan ook, is de herbouw voltooid, dan is daarmee de Amerikaanse onkwetsbaarheid verzekerd. (De briljante onderminister Wolfowitz is een van de samenstellers.)

Met 11 september was het nieuwe Pearl Harbor gegeven. Na de Taliban kon zoals in het document al was voorzien Saddam Hoessein worden aangepakt. Tot 1 mei 2003 verliep alles in grote trekken volgens het scenario van het sprookje. Dat de VN irrelevant werd verklaard, het westelijke bondgenootschap werd afgebroken, Saddam, Bin Laden en de mvw’s onvindbaar bleken, Tony Blair in nood raakte, moeten we binnen de context van het radicale optimisme tot de collateral damage rekenen. Het wereldbeleid van Washington ontwikkelde zich telescopisch. Met ieder succes werd het uitzicht op het volgende geopend, tot en met de herbouw van het hele Midden-Oosten.

Daarna is het anders gegaan. Laten we nu allerlei ideologische ruzies vermijden, schuldvragen buiten beschouwing laten. Goed. George W. Bush is een genie, door louter briljante mensen omgeven. Maar zou het misschien toch zin hebben om nu naast het sprookjesscenario ook een grijs en een zwart te ontwerpen?

Een scenario is een voorspellende redenering. De belangrijkste factoren zijn die waaraan de voorspeller maximale kracht en consistentie toeschrijft. Alle andere factoren zijn ondergeschikt en dus veranderbaar. In het neoconservatieve scenario zijn vier absoluut superieure factoren. De onweerstaanbare militaire, technologische overmacht. De onweerstaanbare politieke doelmatigheid van de westerse democratie. De onweerstaanbare aantrekkingskracht van de westerse welvaart zoals tot stand gebracht door de vrije markt. En, als gevolg daarvan, een permanent hoog moreel aan het thuisfront.

Alle vier worden nu in Irak en Afghanistan aangetast. In de asymmetrische oorlog verdwijnt de garantie dat de superieure techniek het snel van de guerrilla zal winnen. Daardoor wordt stabilisatie door democratie en welvaart verhinderd. Het uitblijven van snelle resultaten tast het moreel van het thuisfront aan.

Hieruit doemen de nieuwe constanten op. Spectaculaire resultaten van de guerrilla worden aan die kant van het front opgevat als moed gevende tekenen dat men op de goede weg is. Vrijwilligers stromen toe, de strijd wordt heviger. De buurlanden worden medeverantwoordelijk gehouden. In Washington groeit het verlangen om ook die aan te pakken. Het front wordt verlengd. Dit wakkert het anti-amerikanisme in de regio aan. De stroom van slechte berichten ondermijnt het moreel van het thuisfront. De president en zijn oorlogsleiding verspelen het vertrouwen van de meerderheid. Bush verliest de verkiezingen. Volgend jaar om deze tijd staat zijn opvolger voor het probleem de uitgang te vinden uit het complex dat de neo’s in hun grenzeloze optimisme hebben veroorzaakt.

Aldus de proeve van een simpel zwart scenario. Ik voorspel niets, ik zeg alleen dat er iets dergelijks zou kunnen gebeuren. Met zijn duizend soldaten van de stabilisatiemacht in Irak is Nederland deelgenoot in de Amerikaans-Britse onderneming. Minister Kamp van Defensie ziet wijdere perspectieven. In een interview met de Volkskrant (1 en 2 november) zei hij dat onze commando’s ook aan het echte vechten willen deelnemen en dat dit moet kunnen. Intussen zijn in Irak moeilijkheden geweest met de plaatselijke Britse commandant die de Nederlanders niet voldoende wilde inlichten. Als dat weer gebeurt, moeten we onze Orions en helikopters inzetten, zeiden een paar kamerleden van de regeringsfracties. Knijpt u zich in uw arm en lees deze laatste zin nog eens.

Ik stel voor dat de ministers Kamp en De Hoop Scheffer het Instituut Clingendael vragen eens een echt zwart scenario te schrijven voor Irak in het algemeen met nadere aandacht voor de toekomst van onze soldaten. Dat kunnen ze daar best. En zo kan het publiek leren waar we aan bezig zijn. Het kan ons voor een soort Srebrenica behoeden.