Heleen van Royen, Godin van de jacht

Maak me gek

Heleen van Royen

Godin van de jacht

Uitg. Vassallucci, 286 blz., € 19,95

Heleen van Royen kwam een paar jaar geleden de letteren binnen wandelen met een buitengewoon bizarre roman: De gelukkige huisvrouw. Wie zwanger is kan dit werk het beste ongelezen laten want er wordt onverbloemd, vaak ook geestig, gehakt gemaakt van al te dromerige illusies over het krijgen van kinderen. Vooral over het baren daarvan. Er stond een ruim zeventig pagina’s lange en uitermate plastische beschrijving in van een moeilijk verlopende geboorte en een even gedetailleerd verslag van de meer dan forse postnatale depressie die daarop volgde. En toch kon je er bij blijven lachen omdat het zo merkbaar met plezier geschreven was en een zekere ontwapenende brutaliteit uitstraalde. Misschien bepaalde dat het succes ervan: de heldin liet zich door niets en niemand kisten, zeker niet door de geboorte-industrie en haar verzorgingsrituelen, en sloeg zich al grappen makend door de soms meer dan barre verschrikkingen heen.

In Godin van de jacht is het opnieuw raak. Alweer een merkwaardig onverschrokken en brutaal levenslustige heldin. Ze heeft twee kleine kinderen die haar gehele leven opslokken, een man die ’s ochtends naar zijn werk gaat en relaties met andere mannen. Van Royen slaagt erin de wederzijdse terreur tussen kinderen en ouders fraai in beeld te brengen. Het gedrein, het gesoebat, de dwingelandij, het eeuwige geboen, het ruimen van de braakresten, de poepbroeken, de vergeefse hoop op een uurtje rust, de wanhoop in het algemeen over de verschrikkingen van de opvoeding. Ze maakt er een schrijnende farce van die ze met veel provocatieve kracht op de planken brengt. Ze zoekt het daarbij in een veelheid van onbenullige details die ze niets ontziend pagina na pagina oplepelt, net zo lang tot de hilariteit en de treurigheid ervan krachtig op de lezer beginnen in te werken. Ga door, voelde ik mezelf vaak denken, maak me gek!

De onbeholpen heldin merkt in het begin van het boek dat ze zwanger is en ze weet niet van wie. Is het haar man Oscar, haar minnaar Tim of is het de dakdekker Joshua (dekhengst) die ze via chatten heeft weten te scoren? Een storm aan gepeins en getob neemt een aanvang. Moet ze het haar man vertellen? Kan ze een vriendin in vertrouwen nemen? Zal ze dan toch maar een abortus laten uitvoeren? Ze kiest voor het laatste en Van Royen informeert ons vervolgens gedetailleerd over de gang van zaken. Haar boek is op te vatten als een uit de hand gelopen voorlichtingsbrochure over abortus, maar dan zonder het communicatief correcte gezwatel dat daar in het dagelijks leven bij schijnt te horen. Van Royens satire neemt af en toe vileine trekjes aan: genadeloos schetst ze de overdreven inlevende hulpverleners en verzorgers van een abortusinstituut. En ook nu: geen detail blijft ons bespaard. We krijgen de hele route van een abortus paginalang voorgeschoteld, waarbij ze al haar provocerende registers opentrekt: het geneuzel in de wachtkamer, de misverstanden, de verschrikkingen van de abortus zelf, de zelfmedelijdende en sentimentele overwegingen van de heldin, de rationalisaties die tot op het bot worden uitgebeend en het liegen en bedriegen waar ze langzamerhand uitermate bedreven in is geraakt.

Tussen de bedrijven door worden we ook nog uitvoerig geïnformeerd over haar mannenverslaving: een lekkere man vindt ze nu eenmaal onweerstaanbaar en ze beschrijft tot in alle onzinnige details hoe zoiets dan verder in zijn werk gaat. Het verleiden zelf, de larmoyante liefdesverklaringen, de smoesjes, het gedoe in bed, Van Royen krijgt er geen genoeg van en ze vindt dat we er alles over moeten weten. Tot en met het opmaken van het bed na afloop. Juist in die onzinnige en schijnbaar zinloze details schuilt de morbide kracht van dit werk. Je wilt het allemaal niet weten en toch schiet je er steeds van in de lach.

Van Royen is een literaire provocateur. Ze brengt een nieuw type roman de Nederlandse literatuur binnen waarin ze met volle kracht de vloer aanveegt met het zoetige genre van de Bildungsroman van schrijfsters als Isabel Allende of, bij ons, Margriet de Moor, Tessa de Loo en Nelleke Noordervliet. De zin van het leven, dat is bij haar satire, dat is platte seks, dat is pijnlijk biologisch gedoe en angstig getob van een heldin die je niet gauw bij volle maan een romantische wandeling op het strand zult zien maken om over de existentie te debatteren. Ze overtreedt vele literaire wetten: ze deinst niet terug voor oervervelende en daardoor vaak ineens geestige details en ook niet voor voorlichtingstaal rondom seks en abortus, ze drukt de lezer keer op keer met zijn neus op de feiten, maakt van abortus een vrolijke onderneming waar je dan toch bijna bij moet huilen. Haar heldin is zowel gek, vrolijk, belachelijk als onweerstaanbaar. Ook in haar taalgebruik is ze provocerend: ze schrijft doelbewust beeldloos schoolmeisjesproza dat zijn uiterste best doet niet literair te zijn. Van Royen wil een buitenstaander zijn en blijven. Ten koste van alles wil ze voor komen dat haar werk meedeint op de huidige zeden en gewoonten van de Nederlandse literatuur. Whip it out Heleen!