De omgekeerde wereld van Baudet

Maak stuk wat in de weg staat

In de ogen van Thierry Baudet is vooruitgang achteruitgang en de Europese rechtsstaat een onrechtvaardige institutie. Dat maakt nieuwsgierig naar zijn visie op democratie. De conclusie: het is logisch dat hij in Trump en Orbán geestverwanten ziet.

Met twee zetels in de Tweede Kamer en dertien in de Eerste is Forum voor Democratie (FvD) volgens zijn leider het ‘vlaggenschip van de renaissance’ – en niet alleen in Nederland: de ‘grote taak’ is een ‘Europese renaissance’ teweeg te brengen.

Die taak stelde Thierry Baudet zijn partij op het oprichtingscongres, ruim twee jaar geleden. Aan pompeuze woorden heb je nooit gebrek bij hem. Op 11 november 2018, na de herdenking van het einde van de Eerste Wereldoorlog, twitterde hij dat ‘de échte Europese zelfdestructie’ pas ná die oorlog begon, in de vorm van ‘honderd jaar culturele, demografische en geostrategische suïcide’. Wat valt in die tweet op? Dat de ‘Europese zelfdestructie’ volgens hem tot op heden voortduurt. Klaarblijkelijk doelt hij niet alleen op de machtsgreep van Hitler, diens vernietigingsdrang of de wereldoorlog die hij ontketende, maar óók op alles wat West-Europa nadien heeft gedaan om te voorkomen dat agressief nationalisme opnieuw, zoals in 1918 en 1940, de kans zou krijgen in oorlogsgeweld te ontsporen.

Zo is de EU, de institutie die een door regels bewaakte Europese orde optuigde en zo een einde maakte aan de vooroorlogse machtspolitiek van elkaar vijandige allianties, in Baudets gewaarwording een ‘onpersoonlijk politiek megaproject’ waaraan de nationale soevereiniteit op ‘sluipende’ en ‘doortrapte’ wijze is overgedragen. En het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, dat in de zestig jaar van zijn bestaan met zijn jurisprudentie vorm gaf aan de Europese rechtsstaat, is in zijn ogen een ‘allesverslindend monster zonder enige legitimiteit’.

Welkom in de omgekeerde wereld van Baudet. Anderen beschouwen het succes dat de EU boekte in het smeden van onderlinge banden tussen landen als vooruitgang, met een voor Europa ongekend lange periode van vrede en groeiende welvaart als resultaat. Baudet daarentegen percipieert de naoorlogse Europese geschiedenis als een periode van achteruitgang.

‘We bevinden ons in een duizelingwekkend destructieproces’, zei hij eind 2017 op het FvD-congres over de toestand van Europa, ‘Troje brandt!’ Zoals ooit de argeloze Trojanen vijandige Griekse soldaten, verstopt in een houten paard, hun stad binnenlieten, zo heeft Europa volgens hem de vijand onthaald door immigranten toe te laten en de lidstaten te beperken in hun vrijheid een eigen immigratiebeleid te voeren. Het gevolg: een ‘demografische suïcide’ die volgens hem zal worden voortgezet tot er ‘nooit meer een Nederlander bestaat’. Dat is een van de redenen waarom Baudet hoopt op een Brexit en waarom hij de Catalaanse afscheidingsbeweging toejuicht: hoe eerder de EU is ‘stukgemaakt’, hoe beter.

In essentie was de betekenis van de naoorlogse vooruitgang dat de Europese democratieën een hechtere verbinding kregen met de rechtsstaat, dankzij de totstandkoming van het mensenrechtenverdrag evrm (1950) en de oprichting van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (1959). Het initiatief om de rechtsstaat steviger te verankeren was een les die Europa trok uit het nazisme.

Wat bedoelt Baudet als hij de ‘democratische rechtsstaat’ wil ‘herstellen’?

Voor de Europese burgers is de praktische betekenis van het evrm dat zij beter zijn beschermd tegen de nationale staat als die hun ongunstig gezind is, bijvoorbeeld als zij behoren tot een minderheid die de machthebbers niet aanstaat. In 2010, nadat Baudet voor de eerste keer zijn aanval op het ‘allesverslindende monster’ had geopend, herinnerde hoogleraar Europees recht Rick Lawson aan de verdiensten van het hof in Straatsburg voor de vormgeving van de Europese rechtsstaat. Het hof is de laatste rechtsinstantie waar Europeanen terecht kunnen als hun eigen overheid hen inperkt in de uitoefening van grondrechten als de vrijheid van meningsuiting, het kiesrecht of de vrijheid van godsdienst.

In het wedergeboren Europa van Baudet zou de nationale staat zelf die laatste instantie zijn die wordt geacht de grondrechten te handhaven. Wat er dan kan gebeuren schetste Lawson met enkele retorische vragen: ‘Wie zou de vrije pers in Moldavië beschermen als het hof er niet was? Wie zou Italië aanspreken op de eindeloze vertragingen in de rechtspleging, Frankrijk op de duur van het voorarrest en Polen op zijn deplorabele gevangenisomstandigheden?’

Welkom opnieuw in de omgekeerde wereld van Baudet. Sinds zijn oprichting is de beleidslijn van het Straatsburgse hof dat het zo terughoudend mogelijk moet zijn in een dwingende uitleg van het evrm. In beginsel gaat het ervan uit dat de nationale autoriteiten zelf het best de afweging tussen botsende belangen kunnen maken, zeker als het om recht gaat dat nog in ontwikkeling is. Karel de Vey Mestdagh, oud-agent van Nederland bij het hof, noteerde in zijn Straatburgse jaren vaker de kritiek dat de rechters al te terughoudend waren dan dat ze hun neus in nationale zaken staken. Niettemin schetst Baudet van het hof het beeld van ‘een stel buitenlandse rechters’ die op grond van ‘vage beginselen’ (hij kan niet anders dan op het evrm doelen) het nationale recht ‘van tafel vegen’. Zijn conclusie: er is sprake van een ‘machtsovername door het hof’.

De vraag dringt zich op: wat bedoelt Baudet eigenlijk als hij zegt dat hij de ‘democratische rechtsstaat’ wil ‘herstellen’? Hij zei dat in zijn overwinningsspeech op de avond van de Provinciale-Statenverkiezingen. Staat er wel wat er staat als hij het over de democratische rechtsstaat heeft?

In september 2018 deelt Baudet een tweet van Trouw-columnist Ephimenco met zijn volgers: hoewel het de instemming heeft van meer dan twee derde van het Europees Parlement kan een rapport van GroenLinkser Judith Sargentini dat de Hongaarse rechtsstaat diskwalificeert niet anders zijn dan een ‘ideologische wraakoefening’. Baudet rekent de Hongaarse leider Viktor Orbán tot zijn geestverwanten, naast onder anderen Donald Trump. ‘Trump zou niet alleen een groot leider voor de VS zijn: hij zou een groot leider voor het hele Westen zijn’, twitterde hij al tijdens diens campagne. De FvD-leider ging al eens op reportage langs de prikkeldraadversperringen, lichaamswarmte-sensoren, camera’s en luidsprekers die Orbán aan de Hongaars-Servische grens heeft laten plaatsen om asielzoekers af te schrikken. Dat leek Baudet ook wel een uitkomst voor de Nederlands-Duitse grens: ‘Die grens is iets van 280 tot 300 kilometer. Dat zouden we gewoon kunnen doen.’

Met zijn Forum voor Democratie staat Baudet ‘in dezelfde traditie’, schreef hij, als onder anderen Trump en Orbán. Dat zegt al weer wat meer over wat hij bedoelt met een ‘herstel’ van de democratische rechtsstaat.

Parlementariërs houden zich onledig met ‘keuvelsessies’ en ‘idiote tijdverspilling’

Tot de kern teruggebracht hebben Trump en Orbán een broertje dood aan het democratische principe dat een machthebber door tegenmachten in toom moet worden gehouden, om te voorkomen dat hij overmachtig wordt. Zo’n evenwichtige machtsverdeling – het grondbeginsel van de liberale democratie – zit hun te veel in de weg, daarom hebben Trump, Orbán en hun populistische geestverwanten liever een hiërarchische verhouding, met de president of de regeringsleider bovenaan en het parlement en de rechters in een ondergeschikte positie. Illustratief is Trumps besluit de noodtoestand uit te roepen om zich buiten het Congres toegang te verschaffen tot de miljarden dollars die de bouw van zijn Muur zal kosten. Daarmee brak hij met de regel dat de eindbeslissing over de staatsuitgaven aan het parlement is. Tekenend is ook hoe Orbán de rechterlijke macht wettelijk aan zijn regime ondergeschikt maakt en onafhankelijke rechters vervangt door partijgangers.

In hun politieke uitspraken en, als ze er kans toe zien, ook in hun handelen laten populistische leiders blijken tegenmachten vooral lastig te vinden: ze staan de uitoefening van de ‘volkswil’ in de weg. Baudet wil die volkswil aan de oppervlakte krijgen door periodiek bindende referenda te organiseren, over onderwerpen die burgers zelf aandragen. Die volkswil is daarmee uiteraard een fictie, want niet meer dan een uitspraak van degenen die op dat toevallige moment de meerderheid aan hun kant hebben, maar dat is voor populistische leiders wel een nuttige fictie. Zij krijgen zo de legitimatie om andersdenkenden verdacht te maken en hun eigen macht te laten gelden: het volk heeft gesproken! Hun tegenstanders vergissen zich niet slechts, ze staan ook in de weg, en dat geldt evenzeer voor rechters die wettelijke grenzen bewaken, wetenschappers die onwelkome feiten vaststellen, journalisten die ongewenste onthullingen doen en kunstenaars die controversiële boeken schrijven of opruiende voorstellingen maken.

Tegen die achtergrond valt Baudets uithaal in zijn overwinningsrede naar universiteiten, journalisten en ‘de mensen die onze kunstsubsidies ontvangen’ op zijn plek. De FvD-leider verweet hun ‘ondermijnende’ activiteiten – en kreeg daarvoor een luid ‘yeah!’ uit het publiek.

In zijn bijdrage aan het jaarlijkse Kamerdebat over de Miljoenennota en de Troonrede, in september vorig jaar, richtte Baudet ook nogal wat giftige pijlen op het parlement. Vanuit zijn oogpunt bezien is dat logisch: zolang zij het referendum tegenhoudt maakt de Kamer volgens hem deel uit van het ‘partijkartel’ dat het volk de democratie onthoudt.

Vandaar dat hij kleinerend over zijn collega-parlementariërs sprak als ‘een kleine groep mensen die vanuit een brouwsel van naïviteit, groepsbraafheid en persoonlijk carrièrebelang bezig zijn met het verkwanselen van Nederland’, zich onledig houden met ‘keuvelsessies’ en aan ‘idiote tijdverspilling’ doen. Uit George Orwells Animal Farm, de dictatuur van varkens waarop Nederland volgens hem lijkt, voerde Baudet de schapen ten tonele, die ‘met eindeloos geblaat de dieren in het gareel houden’. Baudet: ‘Je herkent er de vooringenomen linkse media in die onophoudelijk de partij-oligarchie verdedigen en een verstikkend politiek correct klimaat creëren.’

Ook de afgelopen week hoorde je nogal eens het argument dat Forum voor Democratie een ‘democratische partij’ is omdat het in het parlement is gekozen, alsof een democratisch mandaat het FvD en zijn leider als vanzelf democratisch gezind maakt. Je hoeft de precedenten uit de geschiedenis er niet bij te halen om in te zien dat die redenering niet klopt.

Hoeveel tegenmacht staat Baudet in eigen kring toe? Zijn getrouwen en hij stelden de afgelopen maanden persoonlijk de kieslijsten voor de Provinciale-Statenverkiezingen vast, zonder inspraak van de partij. De nieuwe Statenleden moeten het zonder programma doen: de standpunten van de Haagse gelederen zijn leidend. Dat zijn vormen van dirigistisch leiderschap. Een onthullende proefneming met de partijdemocratie zou zich aandienen als ooit het moment van een leiderswissel is aangebroken. Bij andere partijen, dat ‘partijkartel’ volgens Baudet, vinden we het vanzelfsprekend dat de leider na verloop van tijd plaats maakt voor een ander, of hij nu Rutte, Asscher of Buma heet. Bij het FvD is het moeilijk voorstelbaar dat zich zo’n wisseling van de wacht even vanzelfsprekend voltrekt. Die partij is eerder een beweging rond een sterke leider, een vehikel voor zijn strijd om meer macht, dan zijn tegenmacht. Tot nader order geldt dus ook voor de naam Forum voor Democratie: er staat niet wat er staat.


Marcel ten Hooven publiceerde vorig jaar het boek _De ontmanteling van de democratie: Hoe de kunst van het samenleven verstoord raakt – en wat eraan te doen(De Arbeiderspers, 256 blz., € 19,99)_