Maak verborgen subsidies zichtbaar

Als de economie een groot schip is, en je betaalt de kapitein om de koers te verleggen in de richting van duurzaam land is het een beetje raar hem tegelijkertijd geld toe te stoppen om zijn schip op de oude koers te houden. De arme man zou waarschijnlijk schizofreen worden. Toch is dit precies wat we van de Nederlandse economie vragen.

Het rijk subsidieert duurzame energie, wat gestaag maar langzaam zijn vruchten afwerpt. Groene opwekkers zijn nu nog relatief duur, maar zullen steeds goedkoper worden omdat bepaalde opstartkosten al zijn uitgegeven (de bekabeling voor een windpark op zee) en omdat opwekkers steeds geavanceerder en efficiënter worden. Het tijdelijk subsidiëren van technologieën die de samenleving in een gewenste richting helpen is gerechtvaardigd: het is een investering in de toekomst. Met de toenemende schaarste en stijgende prijs van fossiele brandstoffen zullen groene opwekkers op den duur rendabel worden (wind op land kan nu al bijna met grijze stroom concurreren, zie ‘Grote molens, klein land’).

Maar ondertussen krijgt de fossiele sector nog steeds geld toegestopt. Wereldwijd gingen er in 2008 zelfs twaalf keer zo veel subsidiedollars naar fossiele opwekkingsmethodes als naar duurzame in 2009, zo bleek uit een inventarisatie van Bloomberg New Energy Finance. Per eenheid is groene energie zwaarder gesubsidieerd, maar in absolute aantallen moet de duurzame sector het met veel minder steun doen.
Ook in Nederland is dit aan de orde van de dag. Buiten de begroting om ontvangt de fossiele-energiesector verschillende vormen van steun, ‘indirecte subsidies’ zoals ze heten. Om daarvantwee reeds bekende voorbeelden te noemen: grootverbruikers betalen een lager gemiddeld tarief over hun energieverbruik (een jaarlijkse subsidie van 1,6 miljard euro) en op de kerosine voor vliegtuigen wordt geen accijns geheven (1,2 miljard). De omvang van alle indirecte subsidies is onbekend, maar samen vermoedelijk meer dan de directe subsidie voor duurzame opwekkingsmethodes, waarover - door de vele regelingen - ook geen eenduidige, landelijke cijfers voorhanden zijn.

Het is niet gek dat subsidiehaters zich niet bewust zijn van deze inconsistentie, de indirecte subsidies staan immers niet op de begroting en zijn dus onzichtbaar in het publieke debat. Maar dat maakt hun ondermijnende effect op de doeltreffendheid van groene subsidies niet minder. Dit is pervers economisch beleid van de bovenste plank.
Om aan de tegenstrijdige prikkels op de energiemarkt een einde te maken is de eerste stap het zichtbaar maken van subsidies die nu onzichtbaar zijn. Eerder vond een initiatief van GroenLinks om hiernaar een parlementair onderzoek te doen geen meerderheid. Het is te hopen dat binnenkort een nieuwe poging wordt gedaan en dat de VVD deze keer wél voor stemt. Als de partij dan zo graag ten strijde trekt tegen subsidies, laat haar dan tenminste consequent zijn door een onderzoek te steunen dat een volledig overzicht geeft van alle huidige subsidies, voor grijze zowel als groene stroom, opgenomen in de rijksbegroting of niet. Kijk vervolgens welke met het oog op een duurzame energiehuishouding contraproductief werken, en hoe deze binnen een redelijke termijn kunnen worden afgeschaft (i.e. in rekening kunnen worden gebracht aan de fossiele sector). Dat levert belastinggeld op en maakt terechte investeringen in een duurzamere toekomst effectiever. Laten we, kortom, open kaart spelen zodat we de energievoorziening van morgen op z'n Hollands bij elkaar kunnen shoppen: zo goedkoop mogelijk.