Online: nieuws over PCM

Maandrendement bij PCM

PCM-bestuurder Alberdingk Thijm heeft zelf geen geld geïnvesteerd in het bedrijf dat hem nu een bonus van circa één miljoen gaat uitkeren. Alberdingk Thijm heeft de inleg van ruim 100.000 euro in december te leen gekregen van PCM zelf, een maand voordat de uitgeverij door meerderheidsaandeelhouder Apax zou worden verkocht.

AMSTERDAM – Bestuurder Philip Alberdingk Thijm van uitgeverij PCM kan zijn bonus van ongeveer één miljoen euro incasseren dankzij een lening die hij van PCM zelf heeft gekregen. Op 12 december 2006 kreeg Alberdingk Thijm toestemming van de raad van commissarissen om € 108.000 euro van PCM te lenen voor zijn “managementparticipatie” in het bedrijf. Binnen het concern circuleerden toen al enige tijd hardnekkige geruchten dat de meerderheidsaandeelhouder Apax zijn belang zou willen afstoten (zie De Groene Amsterdammer van 24 oktober 2006) en dat de ideële Stichting Democratie en Media (SDM) daarvoor belangstelling had. Die transactie werd op 23 januari 2007 inderdaad aangekondigd.

Bovendien was in december de zogeheten Ebitda (een afkorting van Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation, and Amortization), na een tussentijdse bezuinigingsronde bij De Volkskrant en NRC Handelsblad ad vier miljoen, reeds globaal bekend. En daarmee ook de bonus die de managementparticipatie zou opleveren als PCM zou gaan uitkeren.

Volgens het uitgeversconcern is het volstrekt toevallig dat bestuurslid Alberdingk Thijm op de valreep van 2006 deze lening van € 108.000 kreeg. De constructie dat PCM hem het geld zou lenen dat Alberdingk Thijm nodig had voor zijn inleg in de “managementparticipatie, was afgesproken bij zijn indiensttreding per 1 mei 2006. Dat de officiële brief voor Alberdingk Thijm pas op 12 december (bijna acht maanden ná diens entree in de raad van bestuur) werd getekend, is volgens PCM louter het gevolg van “traagheid” bij de afhandeling van deze afspraken. Het concern erkent weliswaar dat deze tijdspanne vragen oproept, maar wijst elke suggestie van de hand dat er sprake zou zijn van opzet.

Ongeveer een maand later, op 23 januari 2007, werd officieel bekend gemaakt dat Apax, een Brits private equity fund, zijn belang inderdaad zou terugverkopen aan de SDM. Als gevolg van deze transactie kunnen de managers van PCM, die geld hebben geïnvesteerd in de managementparticipatie van Apax, een bonus tegemoet zien. Die is vermoedelijk tien keer hoger dan hun inleg. De participatie van bestuurder Alberdingk Thijm is derhalve in een ruime maand ongeveer één miljoen euro waard geworden. De exacte factor wordt binnenkort door PCM in het jaarverslag over 2006 bekend gemaakt. Er word gerekend op een coëfficiënt van circa 10,3. In het jaarverslag, dat op 5 april wordt gepubliceerd, zal vermoedelijk melding worden gemaakt van de lening aan Alberdingk Thijm. Op pagina 21 van het concept wordt in ieder geval gewag gemaakt van deze constructie voor een lid van het management. Namen worden in het ontwerp jaarverslag echter niet genoemd. Maar de Raad van Bestuur zou hebben besloten “open kaart” te spelen over de precieze bezoldiging van de bestuurders.

De voorwaarden voor en de hoogte van de investeringen in de managementparticipatie van PCM zijn door Apax, dat het plan bij de overname van de meerderheid der aandelen in 2004 lanceerde, strikt gereglementeerd. Binnen PCM worden drie categorieën onderscheiden: de concernleiding, de directeuren van de divisies en de chefs van het hogere kader. Formeel is het een vrijwillige keuze om er aan mee te doen. Ook Alberdingk Thijm had kunnen weigeren en was dus niet verplicht een lening te sluiten om zijn inleg te kunnen realiseren. Zo wees de hoofdredactie van NRC Handelsblad het optieplan van de nieuwe eigenaar Apax in 2004 van de hand. De hoofdredacties van de andere dagbladen van PCM volgden toen dit voorbeeld. Maar feitelijk is managementparticipatie in de wereld van private equity toch een soort ‘offer you can’t refuse’. Een bestuurslid dat er niet aan meedoet, geeft zo immers impliciet te kennen geen vertrouwen te hebben in het bedrijf waaraan hij zelf leiding geeft.

In zijn eigen geval kon Alberdingk Thijm bovendien ook aanvullende eisen stellen. Na een jammerlijk mislukt ‘sollicitatiegesprek’ met Jan de Roos van de Noordelijke Dagbladcombinatie (NDC) – die alom wordt gezien als een van de grootste talenten in de dagbladbranche – was PCM door het vertrek van toenmalig bestuursvoorzitter Theo Bouwman op zoek naar een courantier. De opvolger van Bouwman als chief executive officer, de voormalige ceo Ton aan de Stegge van Telfort die deze telecomprovider van zijn vriend Marcel Boekhoorn eerder had doorverkocht aan KPN, was daarvoor niet gekwalificeerd. PCM dacht dat Alberdingk Thijm wel een courantier was, omdat de uitgeverij een hoge dunk van zijn werk als bestuursvoorzitter van Het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio had gekregen. Dat de aandeelhouders van het FD en BNR een zucht van verlichting sloegen dat Alberdingk Thijm daar eigener beweging vertrok, was kennelijk onbekend bij de top van PCM. Nog geen jaar later is het oordeel over Alberdingk Thijm diametraal omgedraaid. Binnen het uitgeversconcern wordt de druk op hem opgevoerd om op te stappen. De redacties van de dagbladen zijn al langer horendol van het “micromanagement” dat Alberdingk Thijm bedrijft. De redactie van NRC Handelsblad nodigde hem eerder dit jaar bovendien uit om zijn standpunt over de bonussen nader uit de doeken te doen. Alberdingk Thijm poneerde daar ten overstaan van de aanwezige redacteuren de stelling dat de bonussen een “privézaak” waren, waarover hij publiekelijk geen verantwoording hoefde af te leggen.

Volgens bronnen bij PCM heeft ook bestuursvoorzitter Aan de Stegge nog maar weinig vertrouwen in Albderdink Thijm. Aan de Stegge, die zelf overigens elke dag een ander idee en een andere mening heeft over de koers van PCM, zou onlangs in de kantine van de uitgeverij net iets té luid een hartgrondig oordeel over zijn collega in de raad van bestuur hebben uitgesproken.