Buitenland

Maanlanding 2019

Op 20 juli 2019 viert de wereld de vijftigste verjaardag van de gebeurtenis die de mensheid voor altijd vrede en broederschap zou brengen. Dat was de hoop toen de astronauten Neil Armstrong en Buzz Aldrin op de maan liepen. Niet alleen in overdrachtelijke zin: de astronauten droegen een kleine schijf mee waarop 73 wereldleiders deze hoop hadden laten optekenen. Tweehonderd maal keer verkleind en op een schijf gedrukt ter grootte van een gulden (of vijftig eurocent, voor wie later heeft ingeschakeld). Uit de officiële transcriptie van de Nasa bleek dat de astronauten de schijf nog bijna vergaten. De eerste woorden van Neil Armstrong op de maan bleken heel wat indrukwekkender dan zijn laatste. ‘Had je niet nog een pakketje in je mouw? Pak je die?’ vroeg Armstrong aan Aldrin, die vervolgens vanaf de trap de schijf en nog wat ‘niet-essentiële items’ onceremonieel in het maanstof gooide.

Het woord ‘vrede’ komt voortdurend in die teksten voor die daarmee deel van het maanoppervlak werden. Pakistanen, Panamezen, Peruanen: allemaal spraken ze de hoop uit dat de maanlanding de vrede vanuit de ruimte op aarde zou laten neerdalen, en niet voor even, maar voorgoed. Ook mannen die in het ondermaanse minder dan volledig toegewijd leken aan de vrede, schreven deze woorden op. Zoals de legendarisch corrupte Zijne Hoogheid Mobutu van Zaïre, bekend van publieke executies, de Amerikaanse ex-president Johnson, de dictators Nicolae Ceaușescu en Ferdinand Marcos en de Zuid-Vietnamese oorlogspresident Thieu. De naar Taiwan verdreven krijgsheer Chiang Kai-shek, door de Amerikanen koppig ‘president van republiek China’ genoemd, hoopte zelfs dat de maanlanding ‘een aanzienlijke bijdrage aan een wereldwijd utopia en vrede door het hele universum’ zou leveren.

Het is mogelijk: een wereldwijd moment van hoop

Sommigen lieten het woord ‘vrede’ achterwege. De Amerikaanse president Nixon bijvoorbeeld, die op dat moment woedend probeerde om Noord-Vietnam tot vrede te bombarderen, of de Zuid-Afrikaanse apartheidsleider Jacobus Fouché. Maar ook zij verwoordden de hoop dat de maanlanding de mensheid op allerlei manieren ten goede zou komen. Zo ook de ondertekenaar namens Nederland, ene ‘Juliana R.’, die liet optekenen dat zij hoopte ‘dat deze prestatie van groot nut kan zijn voor de toekomst van de mensheid’. Persoonlijke favorieten van Armstrong waren de bijdragen uit Ivoorkust, Costa Rica en van Boudewijn, koning der Belgen, die hoopte dat de maanlanding ‘meer gerechtigheid en geluk aan de mensheid zou brengen’ en ‘een hechtere broederschap tussen mensen’.

De woorden van de regeringsleiders reflecteerden niet hun privékijk op de maanlanding, maar een algemeen, wereldwijd levend sentiment. De missie van Apollo 11 maakte een wereldwijde ‘maan-mania’ los, vol fascinatie met de komende space age en de grote, hoewel vaak weinig specifiek ingevulde zegeningen die zij zou brengen. Als de mens naar de maan kon en weer terug, dan kon immers alles. En dat dit alle mensen en niet alleen Amerikanen ten goede zou komen, werd breed geloofd. ‘De landen van de wereld hebben reeds uitgemaakt, dat de maan niet tot een bepaald land, maar tot de hele mensheid zal behoren’, schreef bijvoorbeeld het Algemeen Dagblad een dag na de landing. En vervolgens: ‘Op de gedenkplaat die de astronauten op de maan hebben achtergelaten, staat dan ook, dat zij gekomen waren in vrede en voor de hele mensheid. Zij hebben een ieder hier de majesteit van het gebeuren doen voelen, en de zuiverheid van Armstrongs woorden: een stap voor de mens, een sprong voor de mensheid.’ Soortgelijke woorden werden uitgesproken op radio en televisie en opgeschreven in kranten over de hele wereld.

Achteraf beschouwd zijn de onmetelijke wetenschappelijke voordelen van de maanlanding vooral hypothetisch gebleven, net als het leven in de ruimte, laat staan de wereldvrede. De voornaamste erfenis van de maanlanding is daarom misschien wel de wetenschap dat een wereldwijd moment van hoop mogelijk is. Waarschijnlijk niet via een volgende maanreis, die de Amerikaanse president Trump wel ziet zitten, net als een half dozijn andere landen die overwegen om een paar miljard in een mooi symbolisch moment te steken. Maar iets anders: het is bewezen dat het kan. Na een halve eeuw is de wereld er wel weer klaar voor.