Opheffer

Maar

Tot voor kort vond ik het woord «maar» een van de mooiste woorden uit de taal. Je kon er van alles mee doen. Maar was een guts, een kleine beitel, een haarspeld – je kon ermee nuanceren. Je kon er de zaken tot redelijke proporties mee terugdringen, je kon er een slotje mee open laten springen, je kon er de grote gevoelens wat mee terugbrengen. «Natuurlijk voel ik een leegte en een grote eenzaamheid, maar…» Je kon achteraan de zin zetten wat je vooraan niet durfde.

Maar nu kan dat niet meer.

Maar wordt misbruikt. Maar is verkracht. Maar is onethisch geworden. Maar wordt gehanteerd als de bijl van ieder standpunt.

Wat heb ik een hekel gekregen aan maar.

De ergste «maar» was natuurlijk afkomstig van Donner, de oude antirevolutionair die al sinds zijn geboorte weigert de kalenderblaadjes om te slaan en alleen maar kijkt op teruglopende uurwerken. Schandalig zoals hij het wetsartikel van de godslastering wilde aanscherpen – hij bedoelde wel degelijk veranderen; schandalig ook zoals hij daarna een «maar» invoegde om zijn eigen standpunt te verdraaien; gruwelijk ook zoals boven zijn hele betoog het «maar» hing van «maar eigenlijk was de terroristische aanslag op Van Gogh zijn eigen schuld». De oudtestamentische God van Donner zou hem eens een flink jaren-vijftig-pak voor z’n donder moeten geven! Het blijft onbegrijpelijk dat de boemerang die Donner wierp nog niet op hemzelf is terechtgekomen. Het verdient analyse om je af te vragen hoe dat komt.

En al snel kom je dan bij misschien wel een nog weerzinwekkender «maar»-zegger.

Wouter Bos.

De Fred Kaps van de politieke analyse; de man die goochelt met «maren en mitsen» alsof het konijnen uit de hoge hoed zijn; de verpersoonlijking van magiër met de verdwijnende ruggengraat; de blindengeleidehond van dit kabinet die zelf blind is geworden.

Wouter Bos was al met Balkenende destijds een bezuiniging van negentien miljard overeengekomen, maar gelukkig voelde Balkenende, al net zo’n slapdrol, aan dat hij met deze aalgladde spekzool geen werkelijke zaken kon doen. Het constante zwijgen over een eigen lijn, over eigen ideeën, over een eigen visie van Wouter Bos moet je dan ook hieruit verklaren: hij is pragmatischer dan D66 ooit geweest is. Zijn «maar» is een bunker waarin hij zijn visies opsluit.

Hoe schandalig dat hij het godslasteringswetsartikel niet ter discussie wil stellen.

«Daar zou nu een slecht signaal vanuit gaan voor de moslimbevolking», durft hij te beweren.

Welk signaal, vraag je je dan af, is er voor Wouter Bos uitgegaan van de moord op Van Gogh, die werd gekeeld (tenminste, dat heb ik nog eens duidelijk in het mortuarium gezien)? Had Theo iets fout gedaan? Was hij door de rechter veroordeeld? Had de regering zijn films verboden? Ik zal Wouter Bos uitleggen welk signaal is uitgegaan van Theo’s moord: sommige moslims weten nu dat moord helpt. Dat moord op een kunstenaar zelfs de democratie monddood maakt. Kijk maar, Wouter Bos, naar Wouter Bos. Wouter Bos namelijk durft een dom, loos, prullerig wetsartikel waarvan hij zelf beweert dat het niet werkt niet meer te behandelen in de Tweede Kamer omdat daarvan «op dit moment» een slecht signaal zou uitgaan.

Je hoort de afgrijselijke «Maar» in zijn betoog. Dat wetsartikel deugt niet, dat beweer ik ook en we moeten er vanaf, maar niet nu! Floeps! – weg de ruggengraat. Foetsie! – het sociaal-democratisch kritisch vermogen. Ziehier de stellingname van de Partij van de Arbeid, die de meningen uit de lucht plukt en vervolgens een hoge huur vraagt voor luchtkastelen.

De PvdA, zo blijkt, is te laf om dit kabinet weg te sturen, omdat ze zelf niet weten hoe ze vervolgens moeten regeren. Hun eigen politieke visie laten ze door het putje lopen uit angst dat de overspannen waakhond Wilders er met hun kluifjes vandoor gaat. Sociaal-democratie beheerd door de grootgrutter – het gaat niet om de mensen of het land, het gaat om de kassa. Liever onbetrouwbaar en laf dan daadwerkelijk iets betekenen of willen veranderen. Hoe maak ik de moord op Theo zinloos? Vraag het Wouter Bos.

De domme wanhoop regeert.

En natuurlijk vooral bij D66. Dittrich en de vrijheid van meningsuiting hebben al niet zo’n hartelijke verhouding. Het was toch onze Boris die destijds de journalistiek wilde muilkorven? Klopt. Maar goed, hij werd netjes terechtgewezen en leerde zijn lesje. Mooi. Zijn «maar» heeft nog een kleine letter – en het was fraai zoals hij Lousewies van der Laan de gelegenheid gaf om op briljante wijze uiteen te zetten hoe je eigenlijk over het godslasteringsartikel in de wet moet denken. Zou Boris, voormalig rechter, haar het een en ander hebben ingefluisterd? Ik hoopte het.

MAAR – zie nu eens hoe D66 zich weer in dit kabinet laat proppen. Dat doen ze door het oude Brabbelpaard Van Mierlo van stal te halen. De man die werkelijk grossiert in het wijwater-maar; het bruggenhoofd dat zijn carrière aan het meer dan laffe, pragmatische «maar» te danken heeft en zelf de levende «maar» is geworden. Van Mierlo, de oudere staatsman die ook overal wordt uitgenodigd om alleen «maar» te zeggen, dat is al genoeg – voor tienduizend euro. Ook hij deed weer mee aan de Old Boys-draaikontdans. D66 fonkelde even met Lousewies in het licht, waarna het werd uitgestampt door de maar-blurb van Van Mierlo die zich liet lenen als boodschappenjongen van het kabinet. Het «maar» van de hypocriet. En Boris moet weer knikken.

Nooit gedacht dat zo’n mooi woord zo misbruikt zou kunnen worden. Maar eigenlijk wist ik dat wel.