Vandana Shiva bij haar biologische boerderij. Dehradun, India, 2018 © Kathrin Harms / Laif / ANP

De jonge Vandana Shiva (1952) maakte het goed. Als brahmaan – haar vader boswachter, haar moeder schoolopziener – stond ze boven aan de ladder van het Indiase kastenstelsel. Die bevoorrechte positie bood haar talrijke mogelijkheden: toegang tot rijkdom, fatsoenlijke gezondheidszorg en uitstekend onderwijs. Haar achtergrond was gunstig, haar thuissituatie knus. Maar gaandeweg daagde een ontnuchterende gedachte: ze was een vrouw. En dat bleek in het licht van haar maatschappelijke positie een betekenisvol gegeven.

Ze zag begin jaren zeventig de worsteling van haar vrouwelijke streekgenoten – Shiva groeide op in Dehradun aan de voet van de Himalaya. Toen al deelde klimaatverandering gevoelige tikken uit: mislukte oogsten, inkomensonzekerheid, ontheemding en gedwongen migratie. De gevolgen van opwarming en ontbossing drukten vooral op de vrouwelijke schouders, zag ze.

Ze sloot zich aan bij de chipko-beweging, een vrouwengroep die streed tegen de boskap in de hooglanden van Noord-India. Voor die tijd was hun werkwijze onconventioneel: ze vormden een cirkel en omhelsden de boom – ‘chipko betekent knuffelen’ – om deze te sparen van de kettingzaag. Het was Shiva’s eerste vorm van milieuactivisme.

Het was daar, in de dik begroeide eikenbossen van de Himalaya en tussen de levendige rode bloemen van de rododendronbomen, waar de inmiddels vooraanstaande Indiase filosoof en auteur de eerste voorzichtige pennenstreken uittekende waarop een lange traditie van ecofeminisme rust. Het begrip bestond toen nog niet, maar Shiva was een van de eerste ecofeministen. ‘Het was mijn universiteit voor ecologisch activisme’, zegt ze terwijl ze haar handen – stevig beringde vingers – opgooit in het Zoom-venster.

Eigenlijk was ze niet voorbestemd om ‘boomknuffelaar’ te worden. Shiva studeerde fysica en specialiseerde zich in nucleaire kwesties en kwantummechanica. Tijdens een wandeling door het gebergte van haar jeugd drong het echt tot haar door: de bossen waren verdwenen en de beken stonden droog. De chipko-beweging streed niet alleen voor bosbehoud, ze zorgde ook voor emancipatie. Van Shiva en tal van andere vrouwen.

Al snel doorprikten ze ook de mythe die de mens eeuwenlang werd voorgehouden: de natuur zien als vijand, bedoeld om uit te buiten, te overheersen. Want, zo vertelt Shiva, de industriële en wetenschappelijke revoluties hebben het drogbeeld gecreëerd dat we als mens los staan van de natuur. ‘Maar die natuur? Dat zijn wij! Voeren we oorlog tegen de biodiversiteit van onze bossen, dan voeren we oorlog tegen onszelf. Onze mechanische geest is vergroeid geraakt met de geldmachine van uitputting. Ecofeminisme neemt die valse aannames van het bestaande systeem weg en keert het om. Ze zet de creativiteit van de natuur, van vrouwen op de voorgrond. Ze verandert onze houding in de stugge weigering om uit te sterven.’

Decennia later is Shiva een boegbeeld van de internationale milieubeweging. Als schrijver, activist en wetenschapper wil ze voortdurend laten zien hoe ecologische vernietiging en de marginalisering van vrouwen in elkaar grijpen. Met een radicale visie en een onverbiddelijke retoriek. Want de ‘onaanvaardbare uitputtingscultuur’ die aan het kapitalisme kleeft, kan ze niet los zien van het genderdilemma.

Of het nu de pandemie, de voedsel- of de oliecrisis is: noem een collectieve maatschappelijke inzinking en de vrouw vangt de grootste schokken op. De klimaatcrisis is daarop geen uitzondering. Vrouwen en meisjes zijn de eerste slachtoffers van steeds vaker voorkomende klimaatrampen. Van ontheemding – tachtig procent is vrouw – tot seksueel geweld, armoede, dakloosheid en ziekte. Eigenlijk, zo stelt Shiva, behandelen we vrouwen en natuur gewoon hetzelfde. Als een willoos voorwerp, een eigendom die we naar hartenlust kunnen uitbuiten.

In haar denken beeldt Shiva vrouwen niet alleen af als overlevers van de crisis, maar ook als bron van cruciale inzichten voor de klimaatstrijd. Maar we hebben het onszelf aangeleerd om gemarginaliseerde groepen, zoals vrouwen, doodeenvoudig te negeren, zegt Shiva. ‘Voor velen is ons werk geen werk, is onze kennis geen kennis. Terwijl de hele voedselvoorziening leunt op de knowhow en gewoontes van vrouwen. Zorg voor de aarde, voor onze boerderijen, voor het eten, voor de zieken, voor de kinderen, voor de ouderen. The work of care, dat is écht werk. En het gaat lijnrecht in tegen de uitputtingseconomie. Alleen is de patriarchale geest te bekrompen om die rijke intelligentie, van ecologische kennis tot emotionele begaafdheid, op waarde te schatten.’

Op twijfel is Shiva niet gauw te betrappen. Overpeinzingen zijn zeldzaam. Elk antwoord is twee-, dan wel drie-, soms vierledig. Het is duidelijk: dit verhaal vertelt Shiva al decennialang. Onvervaard verwoordt ze de angst in haar thuisland. Het wegvagen van land en bos gebeurde altijd al in de eerste plaats uit de handen van vrouwen, zegt Shiva. ‘Toen al gaven we niet om hen, toen al kreeg het geen prioriteit. Maar het probleem heeft van zichzelf een prioriteit gemaakt. Want zodra je vrouwen verwaarloost, is het een kwestie van tijd voor de rest van de mensheid op dezelfde manier behandeld wordt. Vandaag staat iedere plek op aarde, iedere persoon, man of vrouw onder bedreiging.’

Shiva omschreef het ecofeminisme in het verleden als een ‘filosofie van inclusie’. Het herkennen van de pracht en waarde van diversiteit ziet ze als de ‘de urgentie van onze tijd’. Shiva is kritisch over wat zij een ‘inhaalmodel’ van feminisme noemt, waarbij vrouwen strijden om simpelweg mannen na te bootsen. Want de klimaatcrisis? Dat is een ‘man-made problem’, een mannenproject, met een feministische oplossing, zo betoogt ze. En dat moet worden ontmanteld. Want de vingerafdrukken van de man zijn alom in deze crisis aan te treffen.

‘Vrouwen schrikken af omdat ze de bestaande machtsstructuren ter discussie stellen’

Er is de grotere ecologische voetafdruk van mannen – zestien procent hoger – in vergelijking met vrouwen. En de top één procent van hoogste inkomens wereldwijd, die overwegend mannelijk is, stoot meer koolstof uit dan de onderste vijftig procent. De man beschikt over de ijdele hoop dat hij de natuur kan beheersen, zegt Shiva. ‘Maar uiteindelijk houdt de natuur ons de hand op de keel, en bepaalt zij wat er gebeurt. Het is precies die illusie van macht en controle die ons hier heeft gebracht.’

Ze strijkt door haar zilveren haar. Wat het aandeel van de man in de klimaatcrisis is? Haar hemelsbrede grijns verraadt een vorm van vermaak. Ze lijkt vooral naïviteit in de vraag te bespeuren. ‘Ik, als ecofeminist hoef het zelf niet eens uit te leggen. Het ipcc zegt het al. De mens veroorzaakte de klimaatcrisis. Door wiens toedoen is dat, denk je? Kijk vanaf het begin van het kolonialisme. En je kunt de mannen identificeren die ons met dit probleem hebben opgezadeld. Te beginnen met de paar honderd koopman-avonturiers die de Oost-Indische compagnie creëerden. Het zijn de excessen van het daaruit gegroeide kapitalisme. Het is dus niet gewóón een mannenprobleem. Nee, het is een probleem van machtige, hebzuchtige, plunderende, gewelddadige mannen. En de huidige generatie mannelijke machthebbers zet het gewoon voort.’

In haar boek Seeding Freedom Oneness vs. the 1% veegt Shiva ‘miljardair-dictators’ als Bill Gates, Warren Buffet en Mark Zuckerberg flink de mantel uit. Big Tech, Big Pharma en Big Agriculture oefenen volgens haar met hun ongekend grote macht en invloed grote druk uit op de houdbaarheid van de planeet, en sturen zo haar bewoners naar de sociale en ecologische afgrond. ‘Het gaat nog steeds over geld, hebzucht en ongelimiteerd grenzeloze groei. Dát is een probleem van de dominante mannencultuur.’

Van Greta Thunberg tot Vannesa Nakate, over heel de wereld leiden vrouwen de strijd tegen de klimaatcrisis. Waar zijn de mannen?

‘Het zijn altijd vrouwen geweest die de strijd tegen onrecht leidden. Waarom? We staan buiten de club, aan de zijlijn. Wij vrouwen waren nooit aan de macht. We hadden geen privileges om te verliezen. We zijn het gewend om in de marges te opereren, te denken en te handelen vanuit de verdrukking. Al wat we hadden was onze ondergeschiktheid. En wat kun je in hemelsnaam afnemen van iemand uit de marges?

Toen ik tot een adviesraad van wetenschappers behoorde die de overheid adviseerde op biodiversiteitsthema’s, kwam ik tot een akelig besef. Ik keek destijds om me heen en zag dat de mannen uit mijn generatie op functies waren terechtgekomen. Ze waren hoofd van overheidsdepartementen, rectors bij universiteiten, staatshoofden en ceo’s. Geen wonder dat ze niet met ons meestreden. Waar zij tegen zouden strijden, was door hun eigen toedoen veroorzaakt, het was hun eigen project. Hun afwezigheid op het strijdtoneel heeft me doen begrijpen hoe het kapitalistische patriarchaat door de eeuwen heen geconstrueerd is.’

De giftigheid waarmee uitgesproken vrouwen te maken krijgen, is inmiddels een vast gegeven. Waarom boezemen ze zo veel angst in?

‘Vrouwen worden verondersteld passief te zijn, toch? Ze worden geacht hersenloos, geesteloos te zijn. En dus stemloos. Zodra je die stem vindt, vorm je een onmiddellijke bedreiging voor het zittende establishment, het patriarchaat. We schrikken af omdat we de bestaande machtsstructuren ter discussie stellen, en dus in gevaar brengen. Vrouwen zijn de grootste slachtoffers van de crisis. Dus we vóelen het ook en we hebben niets te verliezen. Dat maakt ons zo bedreigend.

Ik weet het uit eigen ervaring. Als ik het bos verdedig of strijd voor de natuur, dan voel ik dat mijn geest, hart en mijn wezen in leven zijn. Het voelt levensecht, het is deel van mijn identiteit. Ontbossing is een aanval op mijn zijn. En omdat ik in die connectie leef, dat onafscheidelijke voel, word ik gezien als een dreiging door degene die boven aan de ladder van expertise staat. Want zij worden geacht de experts te zijn. Het is een angst voor de waarheid, voor de realiteit die de reactie zo hevig maakt.’

Vrouwen komen langzaam maar zeker in leiderschapsposities. Volgens sommigen omdat zij bepaalde traditionele mannelijke gendernormen overnemen. Veranderen vrouwen leiderschap of verandert leiderschap vrouwen?

‘Er is het leiderschap binnen in de structuur, maar er zijn andere vormen van leiderschap. Over de hele wereld geldt: de belangrijkste vrouwen opereren vanuit de grassroots, vanaf de basis. Vanuit de onzichtbaarheid. Het gaat me niet om de Thunbergs, de Merkels of de Harrissen, het zijn de gewóne vrouwen die verandering brengen. Echt leiderschap zit buiten het systeem. Anonieme vrouwen, zoals de chipko-movement ze kent. Ze zoeken niet gewoon een plaatsje in het systeem. Ze proberen het te transformeren. Het unfaire, oneerlijke systeem neer te halen. Daar worden gewone mensen vanuit de marges immers toe gedwongen. Revolutionaire acties? Dat gebeurt niet vanuit een machtspositie. Dat gebeurt niet omdat je de macht hebt om mensen iets op te leggen, of geld hebt om mensen toe te stoppen. Maar door verbinding en inspiratie.’

‘De chemische industrie wil het zaad van mijn volk claimen, omdat daar winst valt te halen’

Vrouwelijk leiderschap wordt door ecofeministen naar voren geschoven als oplossing voor de klimaatcrisis. Welke unieke ervaringen en ideeën hebben vrouwen volgens u te bieden?

‘Toen ik destijds een mondiaal genderprogramma opzette, drukte ik de weinige mannen die er waren op het hart: je bent niet alleen ecofeminist omdat je strijdt voor het voortbestaan van Moeder Aarde. Je bent ecofeminist omdat je andere vormen van kennis erkent. Wijsheden die het kapitalistische patriarchaat overstijgen. Het gaat om de vaardigheid om ánderen de macht te geven. Omdat slechts enkelingen aan de touwtjes trekken blijkt het een ontzettend ingewikkelde oefening binnen in dit systeem. Die is erop gericht die kennis van die ander bij voorbaat naast zich neer te leggen. De kracht van de vrouw is om de kennis van iedereen samen te brengen. Ik noem het de “biodiversiteit van de kennis”.

Machtige mannen lezen ons dagelijks de les. Maar de echte vaardigheid van leiderschap zit in de kracht van observeren. Ikzelf zie voortdurend de pijn in de ogen van mijn mensen. Ze hoeven zelfs niet te spreken, want ik zie het gewoon. Alles wordt weggenomen, onze natuur, onze huizen, ons bestaan. Het is de vitale eigenschap van mededogen in leiderschap. Het vermogen van pijn zien, horen, en vooral voelen.’

Op het kastje in haar kamer kijkt de norse blik van de spierwitte buste van Albert Einstein recht de Zoom-camera in. Laat er geen twijfel over bestaan: Shiva’s leven, dat is wetenschap, en ze ziet de waarde van de verschillende kennisgebieden die die rijk is in. En die appreciatie is wederzijds. In haar loopbaan is ze veelvuldig bekroond. Prins Charles zou haar borstbeeld een prominente plek hebben gegeven op het koninklijke domein Highgrove. Ze won de Right Livelihood Award, de zogeheten alternatieve Nobelprijs voor haar activisme en strijd voor milieu- en vrouwenrechten. Ze prijkt op lijstjes van Time, Forbes en The Guardian die haar in het rijtje van ’s werelds belangrijkste activisten plaatsen. The Guardian noemde haar ‘een van ’s werelds meest vooraanstaande radicale wetenschappers’.

En toch ligt Shiva ook regelmatig in de clinch met de wetenschap, met name in de kwestie rond genetisch gemodificeerde organismen. Al decennialang voert ze een verwoede strijd aan tegen het fenomeen. Gretig herinnert ze – als vurig voorstander van biologisch voedsel – iedereen eraan dat ons voedsel ‘de munteenheid van het leven’ is.

Tot vandaag neemt Shiva het gangbare ontwikkelingsmodel stevig op de korrel. Een gruwel, zo beschouwt ze elk zaadje afkomstig uit een laboratorium. Als tegenwicht – oud-perssecretaris van het Witte Huis Bill Moyers noemde haar ooit de ‘rockster van de wereldwijde strijd tegen genetisch gemodificeerde zaden’ – startte ze de ngo Navdanya op, wat in het Hindi ‘negen zaden’ betekent. Laagdrempelige toegang tot zaden ziet ze als een historisch mensenrecht, omdat de genetische basis eeuwenlang door een geduldig samenspel van natuur en boeren tot stand kwam.

Bovendien bracht de Groene Revolutie in India, die heel erg leunde op kunstmest en bestrijdingsmiddelen, grote schade toe aan de beste landbouwgronden. Voor Shiva is de agrochemische industrie niets minder dan een ‘voortzetting van de oorlogsindustrie’. Want dezelfde giffen van IG Farben (nu Bayer) die tijdens de holocaust in de gaskamers werden gebruikt, worden nu immers in de landbouw ingezet.

Ze vindt de vergelijking van de holocaust en de Groene Revolutie niet te ver gaan: ‘Voor de VN onderzocht ik hoe de Groene Revolutie tot stand kwam, hoe chemicaliën in onze landbouw terechtkwamen. Hoe datzelfde gif al gebruikt werd in Hitlers concentratiekampen. Het is niet míjn verhaal. De archieven van het Neurenberg-proces zijn er voor iedereen om in te zien. Precies dezelfde chemicaliën die voor de destructie in de landbouw zorgden. In Bhopal kostten in 1984 gaslekken uit een bestrijdingsmiddelenfabriek vijftigduizend slachtoffers. Landbouwchemicaliën, dat zijn de voormalige oorlogschemicaliën. Ze hadden nooit hun intrede mogen doen in onze landbouw. Nu zijn het ook vernietigingswapens, alleen in een andere vorm.’

Critici bestempelen uw ideeën over genetische modificatie als naïef.

‘De chemische industrie wil het zaad van mijn volk claimen, als intellectueel bezit opeisen omdat daar winst valt te halen. Ondanks het genetisch modificeren van dat product claimen ze dat het een authentiek organisme is. Maar ik heb nu eenmaal opgelet tijdens de biologieles. Een gen toevoegen maakt nog geen zuiver organisme. Planten, dieren, onze natuur in zijn geheel, zijn geen menselijke uitvindingen. Het is als het inbrengen van een stoel in een gebouw. Het maakt je geen architect. Het inbrengen van een gen maakt de chemische industrie geen eigenaar van het zaad. Het gaat ten koste van de oorspronkelijke makers, van de lokale boer. Dat is fout. Daarom vecht ik hiervoor.’

Shiva trekt de koningsblauwe sjerp om haar hals wat losser. De strijd vreet niet aan haar, nee, integendeel. Het doet haar herleven. ‘It regenerates me. Het is mijn leven, maar ik lijd er niet onder. Mijn ervaringen, mijn strijd en mijn activisme hebben mijn denken alleen maar aangescherpt, mijn denkwijze alleen maar bijgeschaafd. Wat die ervaring me heeft geleerd? Er is een blindheid. En ik zie ze voortdurend. Zelfs nu bij de cop26 is die er nog steeds. Het is een blindheid van de miljardairs, een blindheid van de overheden, een blindheid van de beweging ook.’

Ze drukt haar handpalmen op haar oogkassen. ‘We moeten die blinde vlekken, die ooglappen, weghalen. De wereld zien zoals ze echt is.’ Ze haalt haar handen weer van haar gezicht. Een minzame glimlach verschijnt. ‘Dát is ecofeminisme.’