Maar één ding

Omdat zon, maan en aarde rond waren, dacht men dat een wiel ook het beste rond kon zijn. Het wiel beschouwt men nog steeds, naast God, als de beste uitvinding van de mens, terwijl een been en een voet toch oneindig veel beter in elkaar zitten dan een wiel.

Een wiel struikelt over elke oneffenheid in de weg; een been stapt daar overheen.
De mens vond vervolgens van alles uit. Wat de mens uitvond, schreef hij toe aan God, die hij ook had bedacht. Sommige uitvindingen waren namelijk ontzettend stom, en daarvan kon je beter God de schuld geven dan zelf de verantwoordelijkheid te nemen.
De wens bleef echter bestaan om God te zien, te voelen, te bezitten. Men verzon van alles: vuur, het wiel, een speer, pijl en boog. Ze gaven je macht, maar je bleef achter bij God, wie men veel meer macht toedichtte. Er moest iets komen dat niet God was maar waarmee je je kon meten met God.
Dat werd Geld.
Op de eerste munten zette men ook de beeltenis van de Goden die men had uitgevonden, maar toen Geld een succes bleek, zette men al snel zijn eigen kop op de munt.
Arme, domme mens: de uitvinding van het geld was weer een reden om oorlog te voeren en dus te sterven.
Het aantal munten dat werd geslagen liep gelijk op met het aantal doden dat het kostte - en munten werden steeds minder waard.
Geld is niet alleen God; achter elke munt staat een dode die daarvoor zijn leven moest offeren.
Geld = God = Dood: de Heilige Drieëenheid.
Geld gaf een goed gevoel, je was net God. Je kon je macht met Hem meten.
Geld is weliswaar net zo waardeloos als God, maar omdat je het met al je zintuigen kon waarnemen (hoewel: pecunia non olet) kon je het ruilen tegen andere dingen die je kon waarnemen.
Geld ruilen tegen Dingen… Is een mensenleven een ding?
Hoeveel is een mensenleven waard? Niet veel. En een vrouw nog minder. En Liefde? Nog minder.
Een lekkere neukpartij met een hoer die al je wensen vervult, kost, inclusief papieren zakdoekje om je geil af te vegen, tegenwoordig honderd euro. Dat kan tegenwoordig iedere werkloze met een uitkering betalen.
Eten in Le Garage is duurder!
Geld als God, God als Geld. Alles is te koop, zelfs God, want die hadden we immers ook zelf bedacht. God is zelfs gratis. Ja, het zit allemaal goed in elkaar.
Alleen deden zich verschillende vragen voor. Bijvoorbeeld: aan wat heb je nu het meest, aan Dingen of aan Geld? Als je veel Dingen hebt, ben je dan niet machtiger dan als je alleen Geld hebt? En wat zijn Dingen waar je iets aan hebt?
Aan een heleboel Geld zonder Dingen heb je niks. Om Geld te maken moesten er dus ook Dingen gemaakt worden.
Dit noemen we economie.
Hierdoor werd de ellende alleen maar groter. Macht werd: Geld + Dingen. Had je geen Geld en wilde je toch Dingen, dan moest je Dingen met Wapens bemachtigen. Dus je kreeg nu Macht = Geld + Dingen + Wapens = God.
En toch was de mens soms ook lief, vooral als hij naïef was.
Naïef en dus lief was hij altijd in zijn geloof.
Hoewel hij alles kon geloven, en eigenlijk ook alles geloofde, wilde de lieve mens slechts in een paar zaken geloven. In God, in liefde en in vriendschap.
Dat was het zo'n beetje.
De lieve man wilde alleen maar een vrouw neuken, en de lieve vrouw wilde alleen maar door een man geneukt worden om kindertjes te krijgen.
Meer niet.
Lieve mensen gingen elkaar kusjes geven.
Maar lief duurt maar even, omdat lief naïef is.
Als vrouwen kinderen hadden gekregen, kregen ze van veel neuken hoofdpijn zodat ze alleen maar naar de televisie wilden kijken. En mannen werden eveneens lelijk en lui. Gewoon door de tijd.
Er werden dan geen kusjes meer gegeven.
De mens was altijd tragisch. Eigenlijk omdat hij alleen maar neuken wilde.