Maar hoe gaat het met mij?

IN NOVEMBER kozen de dertienhonderd deelnemers van het Onze Taal-congres ‘twitteren’ tot woord van het jaar 2009. Eervolle vermeldingen waren er voor 'Boekestijntje’, 'tacohoest’ (voor Mexicaanse griep) en 'vuvuzela’ (een Zuid-Afrikaanse herderstoeter). De zesduizend bezoekers van de website woordvanhetjaar.nl verkozen 'ontvrienden’ boven termen als 'zeilmeisje’, 'tomtomburger’ en 'oeps-gebied’.
Echt nieuw zijn die woorden niet. 'Twitter’ is een woord van 2008, 'ontvrienden’ is van 2006. Wat ze gemeen hebben is dat ze verwijzen naar hedendaagse vormen van noncommunicatie via elektronische netwerken en dat ze in 2009 voor het eerst massaal irritatie wekten. Als dat de criteria zijn, kon het taalkundig obamanomenon van 2010 wel eens 'familiemail’ worden. Dat woord is ook niet nieuw, maar het heeft een ongekend ergernispotentieel.
Een familiemail is niet, zoals een oppassend mens zou verwachten, een e-mail waarin men informeert naar het welzijn van een familielid. Het is een e-mail waarin men de hele familie van zijn eigen roerselen en gebeurlijkheden op de hoogte stelt, man en paard noemt en zo mogelijk van beiden een onderbelichte foto onder aan of midden in het bericht plakt. Het is een exercitie in aandacht trekken, want menige ontvanger voelt zich geroepen tot antwoorden omdat de hele familie meeleest. Erger nog, zo'n familiemail is de virtuele deur nog niet uit of andere familieleden kopiëren de adressenlijst en bedelven die onder mededelingen over hun echtelijke ruzie, nieuwste aanschaf of aanstaande jubelteenoperatie.
Koningin Beatrix had gelijk toen zij in haar kersttoespraak zei dat elektronica te gemakkelijk het direct contact vervangt: 'Je spreekt elkaar zonder gesprek, je kijkt naar elkaar zonder de ander te zien. Mensen communiceren via snelle, korte boodschapjes.’ Laat dat 'korte’ maar weg als het om familiemails gaat, Majesteit. Waar het aan mankeert is de vertrouwelijkheid en de gelijktijdige uitwisseling van emotie die bij een persoonlijke boodschap hoort, of het nu gaat om het nieuws dat Jaapje is geslaagd, dat de benzathine-injecties van oom Henk in Bangkok goed aanslaan of dat tante kanker heeft. En wie niet constant is ingeplugd, loopt in het gunstigste geval Jaapje’s examenfeest en in het ergste geval tantes begrafenis mis. Het merkwaardige is dat de afzender dit zichzelf doorgaans in het geheel niet aanrekent: 'Ik heb je toch gemaild?’
Het opeisen van andermans aandacht met een druk op de knop is een onbeschoftheid die we van bedrijven niet meer pikken; de wet verbiedt sinds kort telefonische en digitale colportage. Waarom vallen we elkaar wel graag lastig met e-mails en tweets vol slecht nieuws, vertrouwelijke kwesties en emotionele ontboezemingen? 'Echt contact ontstaat in daden en woorden’, zei Beatrix. Het was geen geringe prestatie van de vorstin. Binnen twee minuten half Nederland ontvrienden, dat doet geen twitteraar haar na.