Maar verdomd

OTTO DE KAT
JULIA
Van Oorschot, 191 blz., € 17,50

Otto de Kat probeert in Julia het hele leven van een mens te beschrijven, van de wieg tot het graf. Je komt dit genre niet vaak tegen, meestal kiezen romanschrijvers voor een beslissend deel van een leven: iemand doet onderzoek naar geologische verschijnselen in Noorwegen, iemand besluit zijn vrouw te vermoorden, iemand wordt bestuurder in Indië, et cetera. Soms komen er wel uitstapjes naar het verleden voor, meestal dienen die alleen om de visie op de held geloofwaardiger te maken. Om de lezer erin te laten trappen. Om hem te laten vergeten dat er qua kunstvorm niets zo onnatuurlijks en onrealistisch is als een roman. Maar een heel leven vertellen, dat zie je niet vaak, juist omdat dit de nadruk legt op het onrealistische van de romanvorm. Zo’n boek is al van tevoren uitgesloten, een mensenleven bestaat nu eenmaal uit een niet te beschrijven aaneenschakeling van banale, vrolijke, vernederende, zielige, gelukkige, min of meer toevallige en totaal onbelangrijke gebeurtenissen binnen een decor van illusies daarover, waarmee de politiek en de cultuurindustrie goede sier proberen te maken.

Merkwaardig schoolvoorbeeld van een totale levensbeschrijving is Flauberts verhaal Un coeur simple, waarin in niet meer dan zestig bladzijden het leven van dienstbode Félicité van de wieg tot het graf is neergelegd. Pijnlijk banaal verhaal dat ook gelezen kan worden als een parodie op heiligenlevens en biografieën van ‘belangrijke’ mensen. Bij Félicité speelt niet Jezus een beslissende rol in haar leven, maar een papegaai. Men is er nog niet over uitgeschreven: wilde Flaubert een afrekening schrijven of juist een eerbetoon brengen aan een ‘eenvoudige ziel’?

Otto de Kat neemt de uitdaging aan. Hij zet in deze in omvang bescheiden roman in enkele brede streken het leven neer van de industrieel Chris Dudok. Een afrekening is deze gevoelige roman zeker niet, integendeel, de schrijver probeert een verregaand tragisch leven zo indringend mogelijk aan de lezer voor te zetten. Hij gebruikt realistische stijlmiddelen om ons het gekunstelde van zijn opzet te laten vergeten. Hij kruipt bijvoorbeeld in de huid van zijn held, waardoor we zijn gevoelsleven van binnenuit in het oog kunnen krijgen. Hij hanteert ook een korte zakelijke stijl, zonder al te veel metaforiek en stilistisch trapezewerk, wat ons alleen maar zou afleiden van de zaak waar het om gaat.

De Kat geeft zijn held twee drijvende krachten, meer zou realistischer zijn, dat spreekt vanzelf, maar hij wilde de lezer dwingen zijn keuzes te accepteren. De Kat wil dwingend zijn, dat geeft aan dit boek een onontkoombare drive. Chris Dudok verzet zich tegen zijn lot: fabrieksdirecteur worden. En hij kan zijn eerste liefde niet vergeten, tot in zijn dood. Hier komt het op neer. Een leven teruggebracht tot twee hang-ups.

Het kan niet, het hoort niet, het is bijna om er verschrikkelijk om te lachen, maar verdomd, De Kat slaagt er toch maar mooi in mij een overtuigend beeld van een leven voor te toveren. Hij geeft me ook, juist door zijn kale stijl en dwingende vertelvorm, de kans mijn eigen hang-ups, het zijn er heel wat meer, in herinnering te brengen.

Toch blijft het raar een leven zo neer te zetten, het liet me niet los, alweer een sterke kant van deze roman. De Kat gooit af en toe nogal afgesleten literaire wapens in de strijd. Ik was het bijvoorbeeld niet eens met de verbondenheid van het personage Chris Dudok aan het eenvoudige boerenleven, waarmee hij toen hij nog een jongen was ooit kennismaakte en dat hem altijd bijbleef. Waarom de tegenstelling tussen het ‘eenvoudige’ en ‘mooie’ landleven en de ‘nare’ industrie weer eens van stal gehaald? Het is een cliché, De Kat weet dat natuurlijk ook, maar hij kan het toch niet laten.

Waarom niet een held die op een boerderij opgroeit en er sterk naar verlangt directeur van een plasticfabriek te worden, en ik bedoel dit niet ironisch. Ook de vergeefse trouw van Dudok aan zijn geliefde Julia, die hij vlak voor de Tweede Wereldoorlog in Duitsland leert kennen, bleef in me rondspoken. Waarom van haar een politiek correcte antinazi gemaakt? Mij had het juist extra pijnlijk en geloofwaardig geleken als zij tot nazipartijbons was uitgeroepen, dit zou ook het verzet van Dudok tegen zijn vader mooi in beeld hebben gebracht. Maar goed, waar bemoei ik me eigenlijk mee?

Tegen het einde ontsnapt De Kat niet helemaal meer aan melodrama, het hoort ongetwijfeld tot zijn opzet, maar er is gelukkig één ding dat dit boek steeds op de been houdt. Dat is de jachtige, broeierige stijl: ‘Op dat ogenblik kwam een groepje SA-jongens in uniform binnen. Vijf man in een zaal van meer dan tweehonderd mensen. En niettemin ontstond onrust, het strijkje haperde, er vielen stiltes in de conversatie. Julia greep de krant en sloeg hem open, wees een foto aan.’ Met deze consequent volgehouden haastige stijl probeert De Kat het onrealistische van zijn opzet niet in te dammen maar juist te vergroten. Hij probeert zijn roman er ‘ongewoner’ mee te maken, het is geen liefdesboekje geworden, maar een geslaagd drama.