Maar wat nu?

Dat Europa in toenemende mate een democratisch en moreel debacle is weten wij inmiddels maar al te goed.

Maar wat nu? Wat is het alternatief? Géén Europa, met een herwonnen autonomie van aangesloten staten? Een Noord-Europese Bond die zich ver probeert te houden van de zwendelcultuur die via Rome en Athene op Brussel en Straatsburg is overgeslagen? Helaas, het is illusoir. Zelfs de Eurosceptici onder de Europeanen weten dat het te laat is voor zulke vergaande stappen. Maar het minimum wat wij, in ruil voor onze stem, mogen verwachten is de grondige reiniging van de zwijnestal. Wat was het Europarlement apetrots op het feit dat het, even na die grondige discussie over de kromheidscurve van de Eurobanaan, de moed had de half-corrupte Euro-commissie naar huis te sturen. De gummi leeuw had eindelijk zijn tanden laten zien. Tot het even later ging over de halfcorruptie in eigen gelederen. Dat betekende een directe aanval op het declaratieformulier. Vandaar dat een kritische motie over dit onderwerp werd weggestemd. Het is dus geen wonder dat de meeste kiesgerechtigden het deze week verdomden het Europese Parlement electoraal te legitimeren. De gemiddelde europarlementariër klaagt over het feit dat de bevolking zo weinig waardering voor het werk heeft. Dat gebrek aan waardering is niettemin verklaarbaar. Het ligt mede aan de ongehoorde ingewikkeldheid van de regelgeving, die, alle duurbetaalde voorlichtingsinstituties ten spijt, blijkbaar niet begrijpelijk valt te maken. Vandaar de publicitaire concentratie op alle rottigheid, die zelfs een kind kan volgen en de blik verduistert op de Europese basisprincipes die wel degelijk tot de Brussels/Straatsburgse verworvenheden mogen worden gerekend: de uniformering van de driewegstekker en de fundamentele gelijkheid van man en vrouw. Met dat laatste schijnt, volgens de geruchten, bezuiden die beroemde knoflookgrens, wel eens de hand te worden gelicht. Hoe dan ook, het heeft het merendeel van de kiezers in spe er niet toe bewogen naar de stembus te gaan. Dus waren er van Eurozijde weer de bekende aangebrande geluiden te horen over ‘de kiezer die zijn democratische plicht heeft verzaakt’. Hier past slechts koude hoon. Stemmen móet, behalve op schijndemocratische instituties die door en door verrot zijn. Miljoenen zijn er weer geïnvesteerd in advertentiecampagnes waarin wordt uitgelegd hoe belangrijk Europa is. Dat willen wij, kiezers in spe, best geloven, zij het onder onze eigen voorwaarden. De eerste voorwaarde is dat de nieuwe Euro-commissie uit louter onkreukbare mannen en vrouwen zal bestaan, kritisch gevolgd door 626 europarlementariërs waarop eveneens niets aan te merken valt. Anders worden de dames en heren volksvertegenwoordigers volgens Europees recht strafrechtelijk vervolgd. Waarom is dat eigenlijk nooit gebeurd? Andere adviezen: hoe die nationalistische Fransen ook mogen kreunen, het Europarlement in Straatsburg worde opgeheven en de centrale zetel worde Brussel. Met dat maandelijke circus is Europa al tijden lang een mondiaal lachsucces. Bij wijze van troost voor Parijs worden de officiële voertalen Frans, Spaans en Engels. Adieu, Duitse tolken, vaarwel Nederlandstalige papierverslinders! Wij kunnen al dat geld wel beter gebruiken. Kunnen wij trouwens nog wat doen tegen de aanstaande euro? De bankbiljettenfabrieken draaien inmiddels op volle toeren. Het is en blijft echter 'een ondoordacht en zeer riskant experiment’, zeggen zij die het kunnen weten, waaraan met name het wat stabielere deel van Europa weinig plezier zal beleven. Wij (in Nederland, bijvoorbeeld) zijn rijk en zij (in Italië, bijvoorbeeld) zijn arm. Bezuiden die knoflookgrens is men veelal onbedreven in de eerste beginselen der staatshuishouding, zodat wij straks allemaal arm zijn, behalve de internationale maffia. Hulp aan arme landen is en blijft de eerste burgerplicht, behalve als zo'n land 'van de Alpen tot de Etna’ behalve arm óók nog corrupt is (Jan van der Putten in zijn Italiëboek). Met de recente benoeming van de Italiaan Romano Prodi heeft de Europese gemeenschap trouwens een voorzitter in huis gehaald waarop niets is aan te merken. Wie weet geschiedt er een wonder en is hij de IJzeren Bezem waar Europa behoefte aan heeft. Het is in aller belang, in dat van de europarlementariërs niet in de laatste plaats, want 'moreel gezag verwerf je alleen maar door moreel gedrag’ (Italiaanse zegswijze).