Een socialistische democratie

‘Maar we zijn nu eenmaal kapitalisten’

Los Angeles, 2 augustus. Alexandria Ocasio-Cortez, Congres-kandidaat uit New York, op tournee © Jae C. Hong / AP / HH

Het socialisme wordt wereldwijd nieuw leven ingeblazen door een Puerto-Ricaanse serveerster en een man die zijn eigen jam maakt. Door lage lonen, stijgende ongelijkheid en het gebrek aan een sociaal vangnet is het ook voor veel Amerikanen geen vies woord meer. Maar het blijft lastig.

‘Oh my God.’ De 28-jarige Alexandria Ocasio-Cortez slaat haar handen voor haar mond in een poging om haar verbazing te verbergen. Ze staat in een geïmproviseerd clubhuis in The Bronx, New York City. De sfeer is uitzinnig. Het opvallend jonge publiek – meer T-shirts dan maatpakken – kan het nauwelijks geloven: Ocasio-Cortez heeft de Democratische voorverkiezingen in het 14de Congresdistrict met bijna vijftien procent voorsprong gewonnen van een klassieke liberal uit de partijtop, de zetelende afgevaardigde en gedoodverfde winnaar. Tot voor kort werkte de jonge vrouw van Puerto-Ricaanse afkomst nog als serveerster in een bar. Haar studieschuld is nog niet afbetaald, maar in november wordt ze hoogstwaarschijnlijk de jongste vrouw die ooit in het Congres zetelde.

Dat was eind juni. Inmiddels is Ocasio-Cortez een graag geziene gast op Amerikaanse talkshows en politieke rally’s door het hele land. De aandacht gebruikt ze handig: met een opmerkelijk retorisch talent vertaalt ze schijnbaar complexe ideologische verschillen naar heldere tegenstellingen. Ze voerde campagne rond een naar hedendaags Amerikaanse normen erg links programma en is lid van de Democratic Socialists of America (dsa). Net als Bernie Sanders noemt ze zichzelf een ‘democratisch-socialist’ en definieert ze dat democratisch-socialisme vooral in concrete beleidsvoorstellen.

Haar speerpunten: gratis gezondheidszorg, een degelijk minimumloon en vrij toegankelijk onderwijs. ‘In een moreel en rijk land als Amerika hoeft niemand arm te zijn’, stelt ze in interviews. Socialisme als een kwestie van gezond verstand. Daarmee is ze een voorbeeld van een nieuw anti-establishmentgeluid binnen de Democratische Partij.

‘The Millenial Socialists Are Coming’, kopte The New York Times na haar winst. Enkele dagen na de zege steeg het aantal zoekopdrachten voor ‘socialism’ bij Merriam-Webster met vijftienhonderd procent. De beroemde taalkundige en activist Noam Chomsky zag in de overwinning van Ocasio-Cortez een spectaculaire, betekenisvolle gebeurtenis. Grote studieschulden, stagnerende lonen, stijgende ongelijkheid, een geflexibiliseerde arbeidsmarkt en het ontbreken van een sociaal vangnet zorgen er al decennia voor dat een brede groep mensen in de VS in een onzekere toestand leeft. De presidentscampagne van Sanders deed al zoiets vermoeden, maar de recente successen bevestigen: socialisme is voor veel Amerikanen geen vies woord meer.

Politici als Ocasio-Cortez en Bernie Sanders breken in ieder geval resoluut met de koers die de Democratische Partij onder Al Gore en Bill Clinton voer. Als antwoord op het ultraconservatieve beleid van Ronald Reagan kozen die partijleiders destijds voor een ‘middenweg’ tussen links en rechts.

‘Democratisch-socialisten zijn eigenlijk vanaf het begin al een antwoord op de Derde Weg’, vertelt de 85-jarige New Yorkse professor Frances Fox Piven. De politieke wetenschapper en sociologe is al vanaf de wieg van de dsa betrokken bij de beweging. De dsa ontstond in 1982 uit de fusie van een aantal links-activistische groeperingen in de VS. ‘De omkering van de term sociaal-democratie naar democratisch-socialisme was toen al een bewuste reactie op de teleurstelling in sociaal-democratisch beleid’, zegt zij. Volgens haar probeerde de dsa zich met haar naam te distantiëren van de centristische koers van links. ‘Voor democratisch-socialisten heeft de nadruk altijd gelegen op een democratisering van de economie – een ideaal dat veel sociaal-democraten uit het oog verloren – en op een grootschalige grassroots-mobilisering.’

Vandaag surft de dsa op de golf die Occupy Wall Street in 2011 veroorzaakte. Op hun ‘we are the 99%’ volgde Sanders’ political revolution. Waren er in 2016 een kleine zevenduizend leden van de dsa, inmiddels zijn dat er meer dan vijftigduizend.

‘Het heersende idee in de jaren tachtig en negentig was dat “de gewone man” niet meer geïnteresseerd zou zijn in politiek’, vertelt Francesco Ronchi aan de telefoon in melodieus Italiaans-Engels. Als politiek adviseur van de sociaal-democratische fractie in Brussel is het zijn taak om de succesformule van Sanders en Ocasio-Cortez naar Europa te halen. Daarnaast doceert hij politieke wetenschappen in Parijs. ‘Het “nieuwe midden” was zowel in Europa als de Verenigde Staten gebaseerd op een demobilisering van de kiezer.’ Dit wereldbeeld culmineerde in Wim Koks poldermodel, Gerhard Schröders Neue Mitte en Tony Blairs Third Way. ‘Door het vermeende “einde van de ideologieën” werd de politiek gaandeweg bestuurskunde’, zegt Ronchi.

Het is precies die demobilisering die volgens Ronchi en Piven heeft geleid tot een wereldwijde crisis in de representatieve democratie. ‘Het vertrouwen in de politiek verdween’, zegt Piven, ‘de vakbewegingen werden ontmanteld – daarvoor dragen de sociaal-democraten in Europa en de Democraten in Amerika deels de schuld. De Bill Clintons, de Al Gore’s, zelfs de Obama’s hebben weinig gedaan om aansluiting te zoeken bij de van de politiek vervreemde kiezer.’ Ronchi zag hetzelfde gebeuren in Europa. ‘Politieke partijen werden steeds meer machines. Ze ontwikkelden communicatiemiddelen die meer lijken op marketingstrategieën dan op pogingen om mensen bij besluitvorming te betrekken.’

Ronchi ziet inmiddels twee antwoorden ontstaan op die wereldwijde crisis. ‘Een horizontaal antwoord en een verticaal antwoord. Het verticale antwoord wordt traditioneel met rechts geassocieerd’, zegt hij. ‘Dat is een top-down-aanpak waarbij sterk leiderschap centraal staat. Model: Poetin. En Orbán in Hongarije. Maar een vergelijkbare verticale houding zie je bijvoorbeeld ook bij Macron in Frankrijk.’ Zo’n verticaal antwoord is volgens Ronchi niet zonder gevaar: ‘Je riskeert een uitholling van de democratie zelf: een verschuiving naar autoritaire regimes.’ Democratisch-socialisten zoals Ocasio-Cortez en Bernie Sanders bieden een horizontaal antwoord. ‘Zij geloven écht dat er in de maatschappij veel democratische energie bestaat’, zegt Ronchi. ‘Met hun grassroots-mobilisering proberen ze de “gewone” man en vrouw opnieuw te betrekken bij de politiek.’

‘De sociaal-democraten dragen deels de schuld voor het ontmantelen van de vakbewegingen’

Ocasio-Cortez is daar zelf een goed voorbeeld van. Dat zij überhaupt kon deelnemen aan de voorverkiezingen mag een klein wonder heten. Haar campagnebudget was een achttiende van dat van haar rivaal; 75 procent van de donaties aan haar campagne bestond uit kleine bedragen van individuele kiezers. Haar deelname werd mogelijk gemaakt door Justice Democrats en Brand New Congress, organisaties die werden opgericht door medewerkers van Bernie Sanders met als doel progressieve kandidaten te lanceren die geen geld aannemen van lobbygroepen. Zij volgen daarbij het programma dat werd uiteengezet in Sanders’ boek Onze Revolutie, dat onlangs ook in het Nederlands is verschenen. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot een diepe splitsing binnen de Democratische Partij. Enerzijds zijn er nu de grassroots-activisten rond Sanders en Ocasio-Cortez, anderzijds is er het partij-establishment, dat afhankelijk is van rijke sponsoren en er standpunten op nahoudt die vroeger voorbehouden waren aan gematigde Republikeinen.

‘Stop the race to the bottom!’ Jeremy Corbyn houdt samen met een groep Nederlandse activisten een spandoek omhoog bij het hoofdkantoor van Shell. De ‘race naar de bodem’ verwijst naar de wedloop tussen landen die bedrijven willen paaien met aantrekkelijke belastingvoordelen – zoals de afschaffing van de dividendbelasting, waar de oliemaatschappij intensief voor lobbyde. Corbyn is zichtbaar op zijn gemak tussen de actievoerders. Lodewijk Asscher port europarlementariër Paul Tang. ‘Laten we er maar bij gaan staan.’ De pvda-kopstukken voegen zich bij Corbyn en lachen naar de camera’s.

De leider van de Britse oppositiepartij Labour was afgelopen juli op uitnodiging van de pvda en Ronchi’s Europese fractie in Den Haag. Het is duidelijk waarom Corbyn een strategische aantrekkingskracht heeft op de Europese sociaal-democraten. De pvda van Asscher kon vorig jaar slechts zes procent van de kiezers overtuigen en ook elders in Europa slinkt de aanhang van sociaal-democratische partijen.

‘De sociaal-democratie heeft een ernstig geloofwaardigheidsprobleem’, zegt Ronchi. ‘Net als de Democratische Partij in Amerika hebben veel sociaal-democratische partijen voor een belangrijk deel de neoliberale agenda omarmd en zo het debat naar rechts laten opschuiven.’ Wat Corbyn met Sanders verbindt, is dat ook hij die convergentie van links en rechts op economisch vlak nooit heeft geaccepteerd. Net als Sanders vaart Corbyn een koers die je volgens Ronchi democratisch-socialistisch kunt noemen.

Onder Corbyns bewind werd Labour de grootste linkse partij in Europa, met meer dan een half miljoen leden. Toen hij zich in 2015 kandidaat stelde voor het leiderschap van Labour was hij een relatief onbekende backbencher die consequent en tevergeefs streed tegen het naar rechts opschuiven van zijn partij. Door zijn opponenten én de media werd hij afgeschilderd als een fossiel: een overblijfsel van de socialistische koers van Labour uit de jaren zeventig. Een grijsaard met een volkstuintje (hij maakt zijn eigen jam). Maar Corbyn won de leiderschapsverkiezing van 2015 met een grote meerderheid.

Sindsdien is het hem gelukt om – ondanks verscheidene couppogingen van centristische Labour-parlementsleden – de partij naar links te trekken. Toen de Britse minister-president Theresa May vorig jaar een tussentijdse verkiezing organiseerde in de hoop haar positie te verstevigen in de Brexit-onderhandelingen werd opnieuw een nederlaag voor Corbyn voorspeld. May verloor haar meerderheid. Labour werd nét niet de grootste, maar boekte wel haar grootste zetelwinst sinds de Tweede Wereldoorlog.

Corbyn flirt dan wel met het idee van een basisinkomen, in zijn hart is hij een traditionele socialist. Toen we hem in Den Haag vroegen wat hij verstaat onder democratisch-socialisme zei hij: ‘Socialisme is de productiemiddelen in de handen van de werkende mensen brengen.’ Hij pleit onder meer voor het hernationaliseren van publieke diensten. Net als Sanders en Ocasio-Cortez zet Corbyn in op heel concrete agendapunten. ‘We gaan de spoorwegen terugkopen’, stelde hij in een speech in 2016. ‘Als het moet, spoorlijn voor spoorlijn.’

De gelijkenissen zijn ook Bernie Sanders zelf opgevallen: ‘Hij heeft het opgenomen tegen het establishment van de Labour-partij, hij is naar de grassroots gegaan en heeft geprobeerd zo de partij te transformeren. Dat is precies wat ik ook probeer te doen’, zei hij daarover tegen The Guardian. De belangrijkste overeenkomst is volgens Francesco Ronchi dat zowel Corbyn als Sanders lange tijd een buitenstaander was. ‘Vijf jaar geleden stond Corbyn nog aan de zijlijn’, zegt hij. ‘Dat is cruciaal. Om het economische debat in Europa te herpolariseren moet je geloofwaardig zijn en niks te maken hebben gehad met de omarming van het neoliberalisme in de jaren negentig. Die geloofwaardigheid hebben Corbyn en Sanders allebei.’

Dat wordt versterkt doordat ze in hun poging om de grootste linkse partij in hun land te hervormen allebei gebruik maken van organisaties buiten de traditionele partijpolitiek. Voor Sanders zijn dat de organisaties die de kandidaatstelling van Democraten zoals Ocasio-Cortez mogelijk maakten, Justice Democrats en Brand New Congress. Voor Jeremy Corbyn is dat de socialistische organisatie Momentum.

‘Je verkrijgt ook macht door het debat te veranderen’

Een van de jongeren die met Corbyn meereisde naar Den Haag is de 21-jarige Beth Foster-Ogg. Zij vergezelt Corbyn als lid van Momentum. Deze ‘beweging’, die over het hele land actief is, bedenkt onder meer strategieën om Corbyn te steunen in zijn strijd met het establishment van Labour. In een opiniestuk in The Guardian benadrukt Foster-Ogg gemeenschapsvorming als een prioriteit van Momentum. In trainingssessies gaat de beweging na hoe de macht binnen Labour verschoven kan worden van politici die machtig geboren zijn naar ‘gewone’ partijleden. Ze onderzoeken hoe bottom-up-campagnes ook daadwerkelijk succesvol kunnen zijn.

‘Er was ons verteld dat het niemand in Kansas iets zou kunnen schelen wat we in The Bronx hebben gedaan.’ Alexandria Ocasio-Cortez staat tegenover vierduizend enthousiaste sympathisanten in Wichita. Samen met Bernie Sanders trok ze all the way naar het stadje in de traditioneel Republikeinse staat Kansas om James Thompson te steunen tijdens de Democratische voorverkiezingen. Na haar New Yorkse overwinning voert Ocasio-Cortez campagne voor progressieve kandidaten die het net als zij tegen de conservatieve partijtop durven opnemen. In tegenstelling tot wat het draaiboek van de Democratische Partij voorschrijft, houdt Thompson ook op dit Republikeins territorium een pleidooi voor een verhoogd minimumloon en gezondheidszorg voor iedereen. Een strategie die werkt, want James Thompson won de voorverkiezingen op 7 augustus met 66 procent.

Later in die maand boekten de progressieve Democraten nog meer overwinningen. De door Bernie Sanders gesteunde Andrew Gillum komt door zijn verrassende overwinning een stap dichter bij het gouverneurschap van Florida en met de winst van Rashida Tlaib in Michigan werd duidelijk dat er al zeker een tweede lid van de dsa in het landelijke Congres komt – meteen ook de eerste moslima ooit. In september werd de democratisch-socialistische Julia Salazar verkozen voor de Senaat van New York. Enkele weken later al was zij te gast op het door Momentum georganiseerde The World Transformed in Liverpool.

‘Er zijn echte parallellen tussen de linksere koers van Labour en de opstand en herleving van socialisten in de Democratische Partij’, sprak ze daar. ‘Maar er zijn ook parallellen tussen de weerstand die we ondervinden: er zijn heel veel mainstream, liberale Democraten die weigerachtig staan tegenover de intocht van linkse socialisten zoals mezelf in de partij. Zij zien ons als een existentieel gevaar voor het centrisme.’

Niet iedereen is dan ook even blij met de socialistische opmars in Amerika: veel liberale Democraten zien niets in een linksere koers. Nancy Pelosi, de leider van de Democratische Partij in het Huis van Afgevaardigden, reageerde koeltjes op de overwinning van Ocasio-Cortez. ‘We zijn nu eenmaal kapitalisten in Amerika’, klonk het. Ook Sheri Berman bekijkt de opgang van de dsa met enige argwaan. Zij is professor in de politieke wetenschappen aan het Barnard College in New York en deed onder meer onderzoek naar de geschiedenis van de sociaal-democratie. ‘Het zijn interessante tijden voor de dsa’, gelooft zij. ‘Door het tweepartijenstelsel is de organisatie een brede vergaarbak voor mensen die zich aan de linkerkant van de Democratische Partij situeren. Door de snelle groei van de beweging en het feit dat er voor het eerst democratisch-socialisten verkozen worden, wordt de dsa nu gedwongen om heldere standpunten in te nemen.’

Berman publiceerde verschillende opiniestukken waarin ze waarschuwt voor de democratisch-socialistische visie op het kapitalisme en op de democratie. ‘Democratisch-socialisten willen van het kapitalisme af’, zegt zij. ‘Ze willen de economie democratiseren en bepaalde sectoren nationaliseren. Zij zijn linkser dan veel Europese sociaal-democraten. Voor hen is de democratie een middel om een doel te bereiken; geen doel op zich. Hun doel ligt in een vaag idee van een “verbeterde democratie”.’

Volgens Francesco Ronchi is die ‘verbeterde democratie’ juist een erg helder begrip. ‘Het democratische “idee” van Sanders en Corbyn zou je een “high energy democracy” kunnen noemen’, zegt hij. ‘Besluiten worden bij hen genomen op basis van een aggregaat van verschillende posities. Concreet betekent het dat “gewone” leden van hun partijen veel meer macht moeten krijgen. In een debat tussen Jeremy Corbyn en Theresa May werd Corbyn door iemand in het publiek verweten dat hij een zwakke leider zou zijn. Zijn antwoord was interessant. Hij zei: “Voor mij gaat leiderschap niet alleen over spreken maar ook over luisteren.” Daar is een andere democratische houding voor nodig: een luisterende democratie.’

Frances Fox Piven ziet ook hoopvolle signalen in het democratische potentieel van de organisaties rond Bernie Sanders. ‘De onderbouw van de Democratische Partij is in de jaren negentig uitgehold. Waar ooit een basis zat, is nu een leegte: die ruimte kan bevolkt worden door links. Democratisch-socialisten nemen er hun intrek, maar blijven ondertussen banden behouden met mensen en organisaties buiten de partij.’

Het vermogen van linkse partijen om een dergelijke ‘high energy democracy’ in het politieke discours te integreren is volgens Ronchi van cruciaal belang. Concreet betekent dit dat leden van linkse partijen meer inspraak zullen moeten krijgen. Daarom zet Corbyn bijvoorbeeld sterk in op open voorverkiezingen en elektronisch stemmen bij partijcongressen, zodat ook leden thuis de mogelijkheid hebben om invloed uit te oefenen op het bepalen van de standpunten van Labour. ‘Linkse partijen zullen moeten openstaan voor een fundamentele democratisering, om zo de democratische impulsen van leden en sympathisanten te integreren. Daarbij zullen zij soevereiniteit moeten afstaan aan hun leden.’

Maakt het democratisch-socialisme een kans in een Europese context, waar links is verdeeld in sociaal-democratische, groene en (ex-)communistische partijen? Ronchi gelooft van wel. ‘Als links wil overleven’, zegt hij, ‘zal het moeten herbronnen.’ Dat gaat echter lang niet zo snel als hij zou willen. Net als in de VS is er ook in Europa weerstand tegen dit nieuwe democratisch-socialistische geluid. ‘Bestuurders binnen de partijen houden de democratie in feite gegijzeld’, zegt hij. ‘Sanders en Corbyn proberen met hun externe “bewegingen” de vastgeroeste elementen in hun partijen te omzeilen.’ Dergelijke structuren ontbreken nog in Europa.

Op een rode golf in Europa blijft het voorlopig wachten, maar de ‘blauwe golf’ binnen de Democratische Partij rolt in ieder geval zelfverzekerd verder. De democratisch-socialisten hebben de wind mee. Misschien is hun electorale succes nog wel het meest te danken aan het feit dat ze niet gefixeerd zijn op verkiezingswinst alleen. In verschillende interviews geven Corbyn en Sanders aan dat het hun eerder te doen is om iets groters: om het naar links verschuiven van het debat. Het vernieuwende aspect ligt niet alleen in de democratische structuur van hun bewegingen.

‘Ik ben ook onder de indruk van [Corbyns] bereidheid om het over klassevraagstukken te hebben’, zei Sanders tegen The Guardian. ‘We zullen nooit de nodige veranderingen kunnen doorvoeren als we niet de bestaande ongelijkheid aanpakken.’ Het is deze boodschap die mensen doet dromen: een pleidooi voor een democratisering van de economie en een herwaardering van traditionele socialistische ideeën. ‘Je verkrijgt ook macht door het debat te veranderen’, zei Corbyn tijdens zijn bezoek aan Den Haag. ‘Als je mensen anders laat denken vertaalt zich dat uiteindelijk ook in zetels.’