Interview met Alexander Pechtold

‘Maar wie doet de sojateelt?’

Voelt D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold zich aangesproken door het voorstel de oude Vrijzinnig-Democratische Bond nieuw leven in te blazen? Hij heeft meer met doeners. ‘De partij die Dick Pels wil, is er al.’

Op het bureau in zijn Haagse werkkamer ligt de vuistdikke geschiedschrijving over de Vrijzinnig-Democratische Bond waarop partijgenoot Meine Henk Klijnsma promoveerde. d66-fractievoorzitter Alexander Pechtold pakt het boek er even bij en er doorheen bladerend zegt hij: ‘Prachtig zo’n boek, interessant om te zien wie er allemaal bij hoorden toen, zoals Aletta Jacobs, voorvechtster van het vrouwenkiesrecht. Het is goed om je wortels te kennen.’ Een ‘maar’ klinkt echter al door in zijn stem. ‘Maar ik vind het een romantisch idee om de vdb opnieuw te willen oprichten. Dat is streven naar een ideaalbeeld, naar het willen maken van een verse start. Daarnaast is het ook niet voor niks dat de vdb destijds ten onder is gegaan.’

Pechtold doelt op de feitelijke splitsing van de partij vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen de bond opging in de Partij van de Arbeid maar het prominente lid Pieter Oud de vvd oprichtte.

De eerste vraag aan de huidige d66-leider waren de woorden waarmee de initiatiefnemer van een mogelijke heroprichting van de vdb, de politicoloog Dick Pels, twee weken geleden zijn stuk daarover in De Groene Amsterdammer afsloot: ‘Hoezee! Doe mee! Leve de vdb!’

‘Charmant, aanstekelijk, verkén, herbron’, is de aanvankelijke reactie van Alexander Pechtold. Ook nu volgt echter direct de tegenwerping. ‘Maar vanmiddag moet wel het algemeen overleg over de kustwacht en over de sojateelt worden gedaan. Ik zeg het bewust zo plat, omdat ik wil benadrukken dat er naast een intellectuele benadering ook nog gewoon praktische problemen moeten worden aangepakt in de politiek.’

Pechtold vindt het ‘knap’ dat Pels zichzelf durft te betitelen als intellectueel: ‘Eigenlijk komen Pels en ik vanuit twee richtingen aanzetten. Hij vanuit de theorie, ik vanuit het meedoen, het vuile handen maken, je ambities uitsmeren in de tijd en de kleine successen vieren. Ik handel niet vanuit een blauwdruk. Waarmee ik mezelf overigens niet als een pure pragmaticus wil neerzetten. Ik merk dat dingen die ik vind of voel soms in een theorie passen. Dan wordt het een wisselwerking, waarbij die theorie mij weer verder helpt bij het benoemen van problemen en het vinden van oplossingen.’

Toch even terug naar de vraag: gaat hij meedoen met Pels? Alexander Pechtold: ‘Ik heb er geen behoefte aan me die Vrijzinnig-Democratische Bond toe te eigenen. Dat was een partij in een volstrekt andere tijd. Tussen het verdwijnen van de vdb en de oprichting van d66 zaten twintig jaar, en sindsdien zijn nog eens veertig jaar verstreken. Ik snap het sentiment rondom die heroprichting niet. Zo wordt ook wel eens de vraag opgeworpen welke partij het beste in de theorie van Thorbecke staat. Ik ga daar niet om vechten. Wat heeft dat voor zin.

Maar natuurlijk noem ik d66 wel de vrijzinnig liberale partij. En met recht, vind ik, als je kijkt naar ons handelen op thema’s als Europa, euthanasie of de sociaal-economische hervormingen. Ik kan wel gefrustreerd doen dat de vvd zich een liberale partij noemt, maar ik heb er meer aan om te laten zien dat Henk Kamp met zijn dna-test voor immigranten of Hans van Baalen met zijn opmerkingen over Guantánamo Bay niet liberaal zijn.’

Moet uit Pechtolds relaas worden opgemaakt dat er voor een vrijzinnige democratische partij in Nederland slechts een achterban is die goed is voor drie kamerzetels, het huidige aantal van d66? ‘Nee, acht tot twaalf’, reageert hij onmiddellijk. ‘Daarop zijn twee grote uitzonderingen geweest in de geschiedenis van onze partij. In 1994, toen we er 24 hadden, was dat een combinatie van enerzijds het zich afzetten van de kiezer tegen de macht van het cda en anderzijds de persoon van onze partijleider Hans van Mierlo. In 2006, toen we terugzakten naar drie, kwam dat omdat we er zelf een zootje van hadden gemaakt. Het feit dat we er nu, een dik jaar later, weer goed voor staan, is voor mij het bewijs van die afstraffingstheorie.’

Wat Pechtold hiermee wil zeggen, is dit: ‘De partij die Pels wil, is er al. Als wij horen dat er in de Nederlandse politiek ruimte is voor een sociaal-liberale partij met zo’n acht zetels, dan lachen wij ons rot. Ik roep dan: nog even ons best doen en we zijn daar.’

Waar Dick Pels vorige week in De Groene Amsterdammer zei Pechtold indirect gepolst te hebben voor het leiderschap van de vdb, heeft Pechtold tegen Pels gezegd: kom dan die politiek in, doe dan mee. Alexander Pechtold: ‘Pels heeft me onlangs verteld dat hij inmiddels proeflid is van drie partijen: GroenLinks, d66 en de pvda.’

Op de vraag of Pels iemand is die geen keuze kan maken, vindt Pechtold dat hij niet degene is die daarop moet antwoorden: ‘Hij zegt zijn eigen denken niet te herkennen in een van de bestaande partijen. Dat is iets wat ik wel vaker hoor. Ik vraag dan altijd: wijs mij een bestaande passage aan in ons partijprogramma waar je het niet mee eens bent of noem een onderwerp dat je mist. De meeste mensen kunnen dat dan niet. Uiteindelijk blijkt het dan óf om de naam van onze partij te gaan óf om de leider. Bij het eerste zeg ik: die ga ik niet veranderen, die staat voor een waardevolle traditie. Gaat het om de leider, dan zeg ik: die kun je over zo’n twee jaar vervangen. Pels kan overigens wel aanwijzen waar hij het niet met ons eens is: hij herkent zich sociaal-economisch in de sp. Daarom past hij beter bij GroenLinks dan bij ons. Overigens ook omdat GroenLinks nooit de stap maakt om mee te gaan regeren. Dan kun je ook geen verwijten krijgen.’

Pels wil in zijn vdb-in-oprichting veel andere intellectuelen. Pechtold ziet liever meer geëngageerde mensen de politiek in gaan: ‘Alleen intellectuelen, dat zou ik een beperking vinden. Sterker, als Pels straks in zijn vdb-fractie alleen intellectuelen heeft, dan hebben ze binnen de kortste keren ruzie, want er zal toch iemand als landbouwwoordvoerder naar het overleg over de sojateelt moeten.

Bovendien, kijk eens naar twee intellectuelen in dit kabinet, minister Cramer van Milieu en minister Plasterk van Onderwijs. Ik heb niet de indruk dat de eerste uit de verf komt, en van de tweede zou ik wel eens een column willen lezen in zijn vroegere schrijftrant over zijn eigen optreden nu. Plasterk is in het handwerk terechtgekomen en moet nu de realiteit onder ogen zien.’

Dan schiet hem nog een reden te binnen: ‘Die intellectuelen waar Pels het over heeft, die hebben bij de afgelopen verkiezingen op de Partij voor de Dieren gestemd. Kijk naar Maarten ’t Hart of Kees van Kooten. Ze hebben met die stem het systeem te kakken gezet. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik dieren geen belangrijk issue vind, maar aangeven dat het een afstandsstem was. Dat soort stemmen komen steeds vaker uit de hoek van de zogenoemde kosmopolieten, de mensen die denken dat ze het zelf allemaal wel kunnen regelen en daar de politiek niet voor nodig hebben.

Je ziet juist dat het de bange burgers zijn, zoals Pels dat noemt, die de politiek nodig hebben. Een afstandsstem is overigens wel een belangrijk signaal aan politiek Den Haag, maar ik vind dat je moet blijven vertegenwoordigen in de Kamer, dat je moet accepteren dat je veranderingen alleen van binnenuit voor elkaar kunt krijgen. Ik kan de Eerste Kamer alleen afschaffen als ik in diezelfde Eerste Kamer eerst 51 stemmen heb vergaard. Dan zal ik daar dus wel vertegenwoordigd moeten zijn. Anders krijgt het iets vrijblijvends. Dat is mijn fundamentele kritiek op Pels.’

Pechtold heeft meer met doeners: ‘Democratie is ook participatie. Vanuit je ervaringen op een kinderdagverblijf of met een procedure tegen bouwplannen kun je ook de politiek inrollen. Zo’n Hero Brinkman van de Partij voor de Vrijheid houdt geen intellectuele betogen, maar is wel zeer geëngageerd. Mensen herkennen zich daarin… goh, dat ik dat hier nou zeg. Misschien herkent Pels zich niet alleen niet in een bestaand politiek programma, maar ook niet in de huidige politici. Ik vind dan wel dat hij zich moet realiseren dat het hier om volksvertegenwoordigers gaat, niet om een beroep waar een specifieke vooropleiding voor vereist is.’

De opmerking van Pels dat hij een partij wil zonder fractiedwang vindt Pechtold getuigen van weinig realiteitsbesef: ‘Stel, je hebt straks tien zetels, dan kun je wel willen dat elk fractielid zijn eigen lijn voert, maar dan is je geen lang leven beschoren. Fractiediscipline en coalitiedwang zijn niet altijd hypocriet. Ik vind het heel wat anders of je over uitgaven een compromis sluit dat ergens in het midden uitkomt, of dat je, zoals de pvda, het onderzoek naar de oorlog in Irak onder coalitiedwang maar achterwege laat. Van dat laatste hebben mensen last, dat eerste snappen ze.’

Dat Dick Pels geen kiezers wil ronselen en ook niet geïnteresseerd is in waar hij zijn kiezers vandaan kan halen, daar kan Pechtold wel om lachen: ‘Dus niet op marktpleinen rondlopen, geen zalen toespreken of verschijnen bij Pauw en Witteman? Dan wordt het wel een heel theoretische discussie. Als je ziet hoeveel stichtingen Waterland of LuxVoor er zijn, die allemaal iets in de hoek van andere politiek willen. Misschien is de enige oplossing voor Nederland dat er evenveel partijen als mensen zijn.’ Met een schaterlach: ‘Dat is pas directe democratie: zestien miljoen partijen.’

Weer serieus: ‘In de Verenigde Staten konden ze destijds een democratie neerzetten die hier en daar al was getest. Maar na tweehonderd jaar ontwikkeling kent die inmiddels ook al zo zijn slechte kanten. Het is een illusie te denken Nederland via een blauwdruk een nieuwe democratie te kunnen opdringen. Alsof er geen geschiedenis is. Ja, inderdaad, dat wilde d66 destijds ook. Het is ons ook bijna gelukt. Maar ik streef niet naar een tweepartijenstelsel in Nederland, want de dag erna zijn er al drie partijen en nog weer een dag later vijf.’