Maarschalk jeltsin

Jeltsin heeft zijn centrale plaats in de Russische politiek terug. Premier Primakov, die het op zijn positie had gemunt, heeft hij zonder veel moeite ontslagen. Het parlement, dat hem dreigde af te zetten, durfde niet door te bijten. De parlementscommissie die Jeltsins onttroning moest voorbereiden, werd al maanden door vrijwel alle partijen genegeerd. Alleen ultra-nationalistische en antisemitische communisten waren nog actief in de commissie. Toen plots over Jeltsins impeachment moest worden gestemd, durfden niet genoeg volksvertegenwoordigers zich bij de impopulaire extremisten aan te sluiten uit angst zich bij de kiezer te blameren. Veel parlementariërs vreesden voor vervroegde verkiezingen en waren bang hun zetels en de daarbij behorende privileges kwijt te raken. Anderen zwichtten voor cadeautjes van Jeltsin.

De terughoudendheid van de parlementariërs en de val van Primakov zijn nauwelijks verbazingwekkend. Staatsrechtelijk is de president vrijwel onaantastbaar. De grondwet geeft hem bijna onbeperkte bevoegdheden. Om zijn bevoegdheden in daden om te zetten, is echter een fitte president vereist, die bovendien over middelen beschikt om zijn papieren macht desnoods met geweld af te dwingen. De belangrijkste steunpilaren van Jeltsin waren vanaf de presidentsverkiezingen van 1996 de oligarchen. Zij hadden Jeltsins verkiezingscampagne geleid en stonden met hun economische imperia de president waar mogelijk bij. Toen zij in 1998 door de economische crisis hard werden getroffen, meenden velen dan ook dat het met de macht van de zieke Jeltsin was gedaan. De president had echter nog een tweede troef achter de hand. In zijn entourage benoemde hij een toenemend aantal mannen met een verleden in het leger of de veiligheidsdiensten. Een voormalig KGB-kolonel, Vladimir Poetin, werd door Jeltsin binnengehaald in zijn presidentiële staf en vervolgens benoemd tot hoofd van de FSB, de opvolger van de KGB. Volgens de krant Nezavisimaja Gazeta moest Poetin voor Jeltsin de mogelijke concurrenten voor de presidentsverkiezingen in 2000 volgen. FSB-generaal Patroesjev werd door Jeltsin ingeschakeld om het gezag van de president in de Russische republieken te versterken. Generaal Nikolaj Bordjoezja klom op tot voorzitter van de veiligheidsraad en tot chef-staf van de president. Zijn belangrijkste assistent werd generaal Makarov, afkomstig uit de KGB. Onder Bordjoezja’s leiding betraden almaar meer ex-KGB'ers en ex-militairen de presidentiële bureaucratie, een trend die niet doorkruist werd door Bordjoezja’s ontslag als chef-staf. Voormalig FSB-directeur-generaal Barsoekov werd verantwoordelijk voor de toekomst van het Russische leger. Op de plaats waar tijdens het bewind van de oligarchen een propagandastaf had gehuisd, groeide een oorlogsstaf van mannen die gewend waren bevelen op te volgen en rapporten over tegenstanders op te stellen. Jeltsin had alle macht weer in handen. Het enige dat hij nog moest doen, was fit worden. Jeltsins oorlogsstaf was klaar voor de machtsstrijd. Indien de Doema de confrontatie was aangegaan, had Jeltsin het parlement legaal monddood kunnen maken, net als in 1993 toen hij de parlementaire opstand smoorde. Om te tonen dat hij bereid was tot het uiterste te gaan, schoof Jeltsin Nikolaj Stepasjin naar voren als opvolger van Primakov. Behalve volledig trouw aan Jeltsin is Stepasjin voormalig hoofd van de FSB en voormalig bevelhebber van de politie. Vóór zijn voordracht had Stepasjin al laten weten dat in het geval van een politieke crisis de regering wist wat te doen: ‘We hebben intelligente politiemensen die begrijpen hoe ze in een dergelijk geval moeten optreden.’ Jeltsins dreigementen zijn aangekomen. Ondersteund door de oligarchen en de generaals kon het intermezzo van Primakov en de communistische invloed worden beëindigd. De hervormingskoers die zo gunstig uitpakte voor de oligarchen wordt weer opgepakt. De generaals houden de politieke tegenstanders van Jeltsin weer op afstand. De parlementsleden kunnen weer zorgeloos genieten van hun privileges. De politieke partijen kunnen zich weer volledig richten op de betekenisloze parlementsverkiezingen zonder angst ooit werkelijke verantwoordelijkheid te hoeven dragen. De investeerders en het IMF kunnen hun geld weer storten. Tot de volgende ziektenhuisopname van Jeltsin of de volgende economische crisis is er in Rusland geen vuiltje aan de lucht.