Maarts

De laatste jaren is het in de vroege lente vaak wachten geblazen. Op crisismaatregelen van het kabinet, dat weer wacht op beslissingen uit de polder. Maar kun je wel polderen over een crisis?

Maart roert al weer zijn staart in Den Haag. Nee, dit wordt geen gemopper op het aanhoudende koude weer. Dit gaat erover dat voor de derde keer in vijf achtereenvolgende lentes een zittend kabinet in maart in de weer is over maatregelen om de economische crisis te lijf te gaan. Dat die crisis geen tijdelijk dipje is, weten we inmiddels, maar zo’n gegeven wrijft dat nog eens extra in.

Die drie keer dat een kabinet zich bezon op maatregelen tonen overeenkomsten én verschillen. Wat steeds hetzelfde aanvoelt, is de afwachtende stilte in het parlement. Niet dat er niks gebeurt in Den Haag. Deze keer zijn er de perikelen rondom Cyprus, komt staats­secretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie met een ingrijpend plan voor gevangenissen, gevangenen en hun bewakers, en raken de gemoederen verhit over de Turkse bemoeienis met pleegkind Yunus.

Maar de onderstroom is wachten, wachten op wat het kabinet van vvd en pvda daadwerkelijk gaat doen met onderwerpen als de WW, het ontslagrecht of de lonen in de zorg.

Dat wachten wordt benadrukt door alle speculaties over welke oppositiepartij of -partijen de kabinetsmaatregelen eventueel zullen steunen. Het wachten leidt ook tot gemopper vanuit de oppositie, over te weinig daadkracht en gemorste tijd. Daarbij komt het leden van de oppositie dan soms goed uit te doen vergeten dat het dit kabinet begin deze maand wel is gelukt om na jarenlange discussie overeenstemming te bereiken over het aanpakken van het scheefwonen in de sociale huursector.

Ook vorig jaar was er dat wachten, alleen deden de journalisten dat toen letterlijk voor het hek van het Catshuis, waar de top van de regeringsfracties van het toenmalige kabinet van vvd en cda wekenlang met gedoog­partner pvv overlegde over extra bezuinigings­maatregelen. Nu is er geen fysieke plek waar dat wachten ook voor de buitenwereld zichtbaar kan worden gemaakt.

In 2009, de eerste keer dat in politiek Den Haag maart zijn staart roerde, ging het crisisoverleg van het toenmalige kabinet van cda, pvda en ChristenUnie redelijk snel. Dat op zich is een verschil met de twee keer die volgden. Dat het destijds lukte, heeft minstens twee oorzaken, die meteen ook twee belangrijke verschillen zijn met de keren daarna. Vier jaar geleden zat er een gewoon meerderheids­kabinet, daarna was dat niet het geval. Wat ook zal hebben meegespeeld is dat het toenmalige kabinet uitkwam op stimuleringsmaatregelen voor onder meer de bouw en dat de ministersploeg het zich veroorloofde het financierings­tekort te laten oplopen. Dat is makkelijker dan praten over forse bezuinigingen, waar het vorig jaar over ging en ook nu weer over gaat.

Zowel vorig jaar als in 2009 gebeurde twee keer hetzelfde: de pvv liep weg. De gevolgen daarvan waren echter totaal verschillend. Vorig jaar was de pvv gedoogpartner en betekende het weglopen van Geert Wilders uit het Catshuis-overleg de val van het kabinet en nieuwe verkiezingen. Vier jaar geleden was de pvv oppositiepartij en liep de voltallige fractie tijdens het debat over de crisismaatregelen uit protest weg uit de Tweede Kamer. De pvv vond het Noord-Koreaanse toestanden dat de oppositie aan het pakket maatregelen feitelijk weinig meer kon veranderen. Het weglopen trok destijds veel media-aandacht, maar het had verder geen enkel effect.

Nu is er formeel van gesloten deuren geen sprake. Het kabinet heeft open armen en uitgestoken handen beloofd, en heeft die ook nodig als het vooraf zeker wil weten dat de kabinetsplannen ook door de Eerste Kamer komen. Toch is het ook nu eerst wachten, wachten op de uitkomsten van het overleg in de polder ­tussen werkgevers- en werknemersorganisaties.

Kun je polderen over een crisis? Dat vroeg de fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren, Marianne Thieme, zich in 2009 af. Destijds waren de oppositiepartijen kwaad dat de polder wél mee had mogen praten over de kabinetsmaatregelen, maar dat hen daartoe weinig ruimte werd gelaten. De vraag van Thieme is nog steeds interessant. Er zitten twee facetten aan. Zijn de plannen die uit het polderoverleg voortkomen in het belang van de hele samenleving of alleen gunstig voor bepaalde groepen werkgevers en werknemers; zijn de plannen hervormend of duwen ze problemen voor zich uit? Daarnaast, maar ontegenzeglijk met het eerste samenhangend, is er de belangrijke vraag: waar ligt het primaat, in de polder of in het parlement? Dat is overigens een vraag die ook vóór deze ingrijpende economische crisis regelmatig opspeelde in Den Haag.

Het huidige kabinet wringt zich tot nu toe in allerlei bochten om de polder het idee te geven dat draagvlak daar enorm belangrijk is. Maar ook om de oppositie in de Tweede Kamer te beloven dat zij vervolgens niet voor het blok wordt gezet door de uitkomsten uit de polder. Het verwijt van 2009 wil dit kabinet niet. Niet in de laatste plaats omdat het zich dat ook niet kan veroorloven, want in tegenstelling tot vier jaar geleden heeft het de oppositie domweg nodig.

Of het huidige kabinet dat allemaal gaat klaarspelen en wat de uiteindelijke maat­regelen zijn, daarop is het nog even wachten. Ondertussen wordt er in Den Haag volop gespeculeerd: het cda steunt uiteindelijk het kabinet want die partij hecht waarde aan de polder; de polder komt eruit maar gooit een financieel probleem het Binnenhof op en welke oppositiepartijen steken dan hun nek uit; het kabinet krijgt noch draagvlak in de polder noch bij de oppositie en gaat vervolgens ‘gewoon’ de reeds voorgenomen maatregel voor maatregel behandelen in het parlement. Snel zekerheid komt er in dat laatste geval niet voor de burger, wel veel debat. Het is maar waar je op wilt wachten.