IN EN ROND DE ZIEKENAUTO

Maatschappelijke bezemwagen

Fotograaf Willem Poelstra volgde enkele jaren lang de Amsterdamse ambulance en legde vast wat er aan grappigs, schokkends en ontroerends gebeurde.

‘TOEVALLIG’, ZEGT FOTOGRAAF Willem Poelstra, nadat hij in een vol café de twee laatste lege plaatsen heeft geconfisqueerd. Op tafel ligt het magazine van De Telegraaf, opengeslagen bij een schreeuwerige fotoreportage. Titel: ‘Met gillende sirene door de stad’. Een van de redactrices is een middag meegereden met een Amsterdamse ambulance.
Dat heeft Poelstra ook gedaan. Vier jaar lang, met zijn camera. ‘In totaal heb ik 6700 foto’s gemaakt’, rekent hij na. 180 rolletjes, zwart-wit. Het boek 112 * Ambulance Amsterdam was het resultaat. Het boek toont gruwelijke taferelen, maar ook beelden die ontluisteren door hun sereniteit. Het begon allemaal met een ongeluk. In 2000 brak Poelstra zijn rug bij een val van zijn balkon. Na een herstel van anderhalf jaar besloot hij zijn leven over een andere boeg te gooien en meldde zich aan voor de fotoacademie. 112 * Ambulance Amsterdam is in feite een uit de hand gelopen eindexamenproject.
Sinds de gebeurtenissen in Amsterdam-West, toen Marokkaanse jongeren ambulancepersoneel aanvielen, brengen veel mensen de ziekenauto in verband met geweld. Poelstra vindt dat die zaak enorm is opgeblazen. Zelf zegt hij weinig agressie te hebben ervaren: ‘Meestal brengt de ambulance juist rust.’ Natuurlijk waren er wel momenten dat de sfeer grimmig was. Op Koninginnedag, toen omstanders de banden van de ambulance met stukken glas bewerkten en schreeuwden of hij niet wat beters te doen had. ‘Maar dan zit er een hoop drank in, hè?’ Tot op een bepaalde hoogte heeft hij er wel begrip voor. Die agressie is de ontlading van de spanning die opgebouwd is tijdens het wachten op de ambulance: ‘In acht minuten ter plekke zijn lijkt heel snel, maar acht minuten wachten naast iemand met een steekwond duurt lang.’ ‘Heel lang’, voegt hij er met nadruk aan toe.
Niet het geweld op straat heeft op Poelstra de diepste indruk gemaakt, maar de schrijnende taferelen die hij achter de voordeur aantrof: ‘Je komt vooral over de vloer bij de lagere sociale klasse.’ In het boek wordt de ambulance omschreven als ‘maatschappelijke bezemwagen’. Poelstra wijst op een foto van een oude man in bed. Hij ligt op zijn zij, licht verkrampt. Uit zijn hand steekt een slangetje. Alleen dat verraadt de aanwezigheid van de ambulance. Op de voorgrond steekt het stuur van zijn rollator wezenloos omhoog. De foto toont volgens Poelstra de hulpeloosheid van veel oudere mensen: ‘Kijk naar die kale kamer. Het is best wel triest als je op die manier aan je eind komt.’
‘Documentaire fotografie’ noemt Poelstra zijn werk. Hij wilde meer dan alleen gebeurtenissen vastleggen. Hij zocht een tweede laag. Een verhaal dat ‘wel kritisch is, maar niet stigmatiserend’. Hij wijst op een foto van een bejaarde vrouw. Gevallen in de keuken, heup gebroken. Ze lag er al uren, maar volgens het protocol van het bejaardentehuis moest eerst de huisarts naar haar kijken. En die was niet bereikbaar. Nog een navrant geval. Een jonge vrouw, moeder van drie kinderen. Hartaanval. Toen de ambulance arriveerde lag ze op de garagevloer. Man en kinderen zaten er omheen. Pogingen tot reanimatie sloegen niet aan en de patiënt stierf ter plekke. Wat bleek: ze had al maanden geleden contact gezocht met een cardioloog, maar ze belandde op een wachtlijst. Die werd haar fataal. Toen het besef van de dood was doorgedrongen, vloog de echtgenoot Poelstra aan. Die haalde het rolletje uit zijn toestel en slingerde het weg. ‘Toen ben ik in de auto gaan zitten.’
Poelstra laakt niet alleen het falen van de zorg, maar ook de onverantwoordelijkheid en naïviteit van sommige patiënten. Ooit spoedden ze zich naar een man die, zo was geconcludeerd aan de telefoon, een lichte beroerte had gehad. Toen ze binnenkwamen zat hij aan het bier. Een andere keer kwamen ze bij iemand thuis die om onduidelijke redenen onwel was geworden. Op de vraag of er dingen waren die de doktoren moesten weten had hij nee geschud. Ze besloten hem mee te nemen. Bij het nakijken van zijn dossier in het ziekenhuis kwam aan het licht dat de man hiv-positief was. De ambulance wordt ook vaak voor niets gebeld. Bijvoorbeeld door een man die de hele avond al het gevoel had dat er ‘een stukje van iets’ in zijn keel zat. Benauwd was hij niet. Het voelde alleen zo vervelend. ‘Sommige mensen zijn teleurgesteld dat ze niet mee mogen. Die vinden dat ze daar recht op hebben.’ Poelstra probeert zijn kritiek in evenwicht te houden: ‘Ik sta ertussen en observeer het.’
Of zijn foto’s maatschappelijke statements zijn? ‘Ik ben niet het type dat de hele dag buiten is om de wereld te verbeteren, maar het moet wel ergens over gaan’, zegt Poelstra en wijst op De Telegraaf: ‘Ik denk dat wat ik heb gedaan nuttiger is.’

Willem Poelstra, 112 * Ambulance Amsterdam. Mets en Schilt, 144 blz., € 29,90. Van 6 t/m 30 november is in de Melkweg Galerie in Amsterdam de tentoonstelling Too Close for Comfort te zien