Maatschappijleer boekenweekgeschenk

Adriaan van Dis, Palmwijn. Boekenweekgeschenk van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, 93 blz.
Wie zei er dat er geen geengageerde boeken meer werden geschreven? In Palmwijn, het boekenweekgeschenk van de hand van Adriaan van Dis, komen de volgende zaken aan de orde: derde wereld, milieu, ontwikkelingshulp, Sahel, hongersnoden, warlords, slavernij, koloniale onderdrukking, onafhankelijkheidsstrijd, postkoloniale dictatuur, afscheidingsbewegingen, verwoestende oliemaatschappijen, Libanese wapenhandelaren, geesten, bijgeloof, voodoo, blanken versus zwarten, katholieken versus muzelmannen, Oost versus West, Noord versus Zuid, Tweede Wereldoorlog, Vietnam-oorlog, melancholie, depressie, zelfmoord, dood.

Het is alles bij elkaar genoeg materiaal voor een vuistdikke roman. Van Dis slaagt erin het allemaal binnen het bestek van een luttele negentig pagina’s aan de orde te stellen. En door zijn rustige en elegante manier van vertellen komt de lezer niet eens in ademnood. Alles valt keurig op zijn plaats in de raamvertelling over het leven en lijden van een Amerikaanse vrouw op een eiland voor de Westafrikaanse kust.
De vrouw doet haar verhaal aan een man die, zo blijkt aan het eind van het boek, tot taak heeft erop toe te zien dat de vele vluchtelingen op het eiland door de regering fatsoenlijk worden behandeld. Hoe het die vluchtelingen eerder verging, zit vervat in het verhaal van de vrouw. Een verhaal over haar pogingen om vaste voet te krijgen in de apathische eilandgemeenschap, pogingen die op een tragische mislukking zouden uitlopen.
De vrouw heet Susan Courtland, een ‘oude roze dame’ - hoe oud ze precies is, komen we niet te weten. En ook niet hoe ze er uitziet - Van Dis laat dat geheimzinnig in het midden, wat nogal vreemd werkt: ze blijft een lege plek in de beelden die je je als lezer onwillekeurig van haar wederwaardigheden vormt. Bijvoorbeeld van haar erotische avonturen met haar beide, door de schrijver veel duidelijker uitgetekende minnaars.
Die beide minnaars zijn, net als zijzelf, min of meer toevallig op het eiland aangespoeld. De een is een woestijnneger die zich het lot van de vluchtelingen, separatisten uit het Zuiden van het Westafrikaanse land, serieus aantrekt. De ander is een cynische Britse reder, die al zijn leven lang op het donkere continent vertoeft en daaruit een duidelijke les heeft getrokken: niet ingrijpen, hoe schrijnend de ellende die je aantreft ook is.
Kort na haar aankomst op het eiland vergrijpt de vrouw zich aan de palmwijn. 'Palmwijn maakt vreemde krachten in je los. Het slaat zich op in je bloed. Je hoort meer, je ziet meer… het versterkt het goede en het kwade. Je moet het voorzichtig drinken, want voor je het weet beleef je sensaties die je hele leven overhoop halen.’ Wat de vrouw dan ook prompt overkomt. En niet alleen haar eigen leven raakt in het ongerede, het hele leven op het eiland is binnen de kortste keren niet meer wat het ooit was.
Het verhaal van de vrouw is een aaneenschakeling van dilemma’s waar westerse Afrikagangers voor komen te staan. In de epiloog trekt de waarnemer er zijn morele lessen uit. Nogal sentimentele lessen, en nogal overbodig ook, want de lezer had ze zelf al met gemak uit het relaas van de vrouw gehaald. Maar Van Dis kan het niet laten. De afstand en de ironie die in de proloog nog zo prettig aanwezig zijn, hebben hem in de epiloog volledig verlaten. Om pas in de slotzin ('Of maakt Afrika me pathetisch?’) weer even terug te keren.
Het moralistische besluit is zo goed als de enige smet aan het boekje dat voor het overige alles biedt wat je van een boekenweekgeschenk mag verwachten: een spannend verhaal over het leven, de liefde en de wereldmisere. En je kunt er nog een hele reeks lessen maatschappijleer mee vullen ook. Als dat vak, daterend uit de tijd dat engagement een vanzelfsprekendheid was, tenminste nog bestaat…