Maatstaven

De Chinezen hebben het afhaalprincipe tot een wereldomspannende activiteit weten op te werken. Vooral omdat het een van de warmste keukens ter wereld is. Chinees voedsel houdt behalve zichzelf graag ook elkaar warm, binnen één bord of kom kruipt het in en over elkaar en warmte is tenslotte alzijdige beweging. Chinese warmte lijkt niet op te houden bij honderd graden en waarom zou het ook? Kan een bruine boon dan geen 137 Celsius bereiken? Is een boekweitpannekoekje soms niet bestand tegen 475 Fahrenheit?

Ik ben er in het Chinese restaurant zelfs wel eens in geslaagd mijn mond te branden aan een oester. Een hete uiteraard. Precies de middelste, niet eens de eerste van de verplichte drie oesters vooraf. Oester-wise stelt de Chinese keuken nooit teleur. Altijd dezelfde oesters, maar altijd weer fris en vrolijk. Toen ook had zich tussen tau-sieboontjes en voorjaarsui, als een spontaan ontstaan amandelmotje in een oud jampotje, een ander ticklish spruitje genesteld. Een zoet gewas zo klein als maar mogelijk is. Oesters worden, zoals zij zelf het beste weten, ter plekke genuttigd.
Die stelling dreunde eveneens door de kop van de arme karper (die als graskarper op de kaart staat) toen het grote schepnet hem ophief en hij van opwinding snel en elegant de benen nam. Hij kwam ze onder tafel weer tegen. Dameskousenbenen waar hij als een grasaal tussendoor gleed. Een laatste gunst van de Chinese keukengod, die hij beter aan iemand anders dan een vrome karper had kunnen besteden. Tenslotte werd de weinig snode vis toch gegrepen door het Chinese vuur.
Maar was dat niet bij Oriental City? Vooral overdag het meest geanimeerde restaurant van de hele stad. Waar de dim-sumlunch tot de allerbeste gerekend mag worden en ik steeds maar weer de nummers 1, 2, 6, 12, 15, 17, 19 en 20 neem en nummer 8 na. Een voor alle zoete maatstaven zeer geslaagde gelatineuze, groene waterkastanjeplak. Tijdens de laatste zomer was de ijsthee voor 3 1,50 er ook niet slecht.