Hoofdcommentaar

Machismo zonder ballen

Wat de kgb tijdens de Koude Oorlog in ruim vier decennia nooit is gelukt, heeft Ayaan Hirsi Ali voor elkaar gekregen. In haar eentje, gesteund door een rijk geschakeerd groepje apostelen, is ze erin geslaagd Nederland te fileren. In die zin is Hirsi Ali dé rechtmatige erfgenaam van Pim Fortuyn, die er vier jaar geleden in slaagde een ogenschijnlijk stabiel bestel in een handomdraai tot een labiel kaartenhuis te degraderen. De kabinetscrisis van vorige week en de verkiezingen in november zijn de kroon op haar werk. Al is het voor Hirsi Ali, die zich in 2003 tot de «liberale jihad» bekende, jammer dat het mes is getrokken door, in haar ogen wankelmoedige, typjes als Femke Halsema en Lousewies van der Laan.

Dat Hirsi Ali succes heeft waar de kgb faalde met amper meer dan wat wisselvallige invloed op cpn, Stop de Neutronenbom en loslopend antikapitalistisch volk is echter niet haar verdienste. De crisis is vooral het werk van politici die van alles zijn behalve politici. De val is de consequentie van de opmars der couponknippers die minder raad weten met irrationele processen dan beurshandelaren. De breuk is het resultaat van het in essentie antipolitieke klimaat, waarop Fortuyn al speculeerde en waarvoor aannemerslobbyist Elco Brinkman onlangs in de Volkskrant een lansje brak.

Symbool van deze antipolitieke generatie bestuurders is minister Verdonk. Sterker, door van Hirsi Ali te eisen dat ze een schuldbekentenis zou tekenen in ruil voor een paspoort heeft ze zichzelf ontmaskerd als een antirechtstatelijke dienaar van de kroon, als een reëel gevaar voor de democratische rechtsorde van Nederland.

De afgedwongen boetedoening door Hirsi Ali is namelijk in meer dan één opzicht zo vals als rattenkruit. Het trucje doet denken aan een heksenproces in de vroegmoderne tijd. Dat Verdonk zich zo politiek heeft willen verzekeren, is nog begrijpelijk, al zegt het veel over haar mensenkennis dat ze kennelijk de illusie heeft gekoesterd dat Hirsi Ali zich oog in oog met de camera’s zou houden aan haar schriftelijke verklaring. Popsterren leven nu eenmaal bij de dag en camoufleren hun artistieke oprispingen niet, in tegenstelling tot politici.

Veel ernstiger is echter de corruptie van
Verdonk. Corrupt is een correct woord voor de juridische vondst om de Somalische achternaam van Ayaan te antedateren in ruil voor finale kwijting. Als dit in Italië zou zijn gebeurd zou de Latijnse ambassadeur daarop zijn aangesproken. Omdat ambtenaren lijden aan chronische precedentenfobie mocht de ind niet de indruk krijgen dat de jacht op valse nieuwe Nederlanders wel eens zou kunnen worden gestaakt. Aldus heeft Verdonk het constitutionele uitgangspunt dat iedereen in Nederland in gelijke omstandigheden gelijk is voor de wet bij het oud vuil proberen te zetten.

Dat alleen al zou reden moeten zijn geweest voor een simpele ministerscrisis. Maar nee. Dat klassieke station was reeds gepasseerd nadat premier Balkenende, mogelijk overmand door nachtelijke bijbelse zuiverheid, de waarheid sprak. Balkenende is namelijk bij uitstek geen politicus die de omgeving aftast op zoek naar echt gevaar. Hij is een ambtenaar die in dossiers en parafen denkt, laten we zeggen een fatsoenlijk mens die ervan uitgaat dat twee maal twee altijd vier is, blind voor de verraderlijkheid van Verdonk respectievelijk voor de cultstatus van Hirsi Al. Zijn Gesinnungsethik is meer dan alleen een misverstand, ze is een waar geloof geworden.

Precies daarom heeft Balkenende niet doorgehad dat de democratisering van de democratie, die de vvd en d66 dit voorjaar in eigen kring met zoveel enthousiasme vierden, een gevaar vormde. De primaries in deze partijen leken een leuke innovatie – statistisch overigens een vorm van bedrog, gezien het feit dat het ging om 1,7 procent van het totale vvd-electoraat uit 2003 en 0,9 procent van de d66-kiezers – maar ze leidden tot eng egocentrisme binnen die clubs en ondermijnden de politieke verantwoordelijkheid van de krijgslieden. De overwinning van Rutte draaide zo uit op een nederlaag. Zijn behandeling van de crisis was daarvan het bewijs. De nieuwe leider van de vvd had zich met zijn retoriek over diens ijzersterke tandem met Verdonk als een amateur in een hoek geschilderd.

Premier Balkenende heeft die dialectiek niet onder ogen gezien. Hij mag dan straks weer kansen hebben tegenover de pvda van Bos, hij heeft gefaald als politicus. Zijn eigen val dreigt. De benoeming van Lubbers als informateur van een rompkabinet-Balkenende (ook al diens tweede) wijst erop dat fractieleider Verhagen bezig is met de grote oversteek. Tegen 2007 moet er een coalitie van cda en pvda, of omgekeerd al naar gelang de verkiezingsuitslag, in het zadel komen. Daarvan krijgt Bos na de zomer nog veel last, omdat hij zich in de rug weet bedreigd door de mythische «linkse meerderheid».

Maar hoe prettig het desondanks ook is dat Nederland nu toch in november mag kiezen voor een nieuwe Tweede Kamer, de crisis geeft geen antwoord op het echte fiasco van dit kabinet. In een land van minderheden, zowel politiek en sociaal als religieus en etnisch, in een land waar de meerderheid nooit bestaat omdat de minderheid altijd meedoet, in een land waar nooit één partij alles wint en de andere dus nooit volledig verliest, in een land waar geen tweepartijensysteem bestond en zal bestaan, in zo’n land leidt de suggestie van «daadkrachtig leiderschap» tot niet meer dan machismo zonder ballen. Dat heeft Balkenende II bij uitstek bevorderd. De premier was niet alleen een verdwaalde ambtenaar in de politiek, hij heeft zijn bondgenoten ook de vrije hand gegeven voor verdonkiaans gesjacher met de regels van de rechtsorde.

Dat onheilspellende proces laat zich niet in vier maanden corrigeren. Daaraan helpt feestbegroting noch lieve moedertje.