Macho bas en laffe tenor

Lady Macbeth van Mtsensk van Dimitri Sjostakovitsj, live-opnamen op cd vanuit het Badisches Staatstheater Karlsruhe. Antes BM-CD 15.9001 (distributie De KLem toon)
Over Sjostakovitsj is veel onzin beweerd, vooral waar het zijn muzikaal ‘programma’ betrof. Gretig als luisteraars waren deze dramatische muziek met concrete verhalen en opvattingen in te vullen, werd lukraak en naar eigen welgevallen betekenis aan de noten toegekend. Neem de Zevende Symfonie, bijgenaamd Leningrad.

Geschreven gedurende de oorlogsjaren werd met evenveel gemak beweerd dat de symfonie een aanklacht tegen Hitlers fascistische regime was alswel een stellingname tegen Stalins destructieve politiek. Echter, je kunt lang tussen de notenbalken speuren voor zulke ideologische opvattingen zich zullen openbaren.
Dat laat onverlet dat Sjostakovitsj in staat was prachtige muzikale karakters neer te zetten. Neem bijvoorbeeld Lady Macbeth van Mtsensk, een opera die naar zijn eigen zeggen over de liefde gaat. Zelden zul je in een opera een bed zo plastisch horen kraken en zuchten onder het geweld van de liefdesdaad. Gevolgd door een satirisch getoonzet orgasme, waarbij de blazers overdreven sullig uitpuffen. Even levendig en humoristisch ontvouwt zich de scène waarin Katerina’s minnaar Sergej betrapt wordt door haar schoonvader: snelle staccato nootjes, restjes wals en paniekerige violen roepen de chaos van een klucht op.
De portretten van de hoofdrolspelers zijn niet minder levendig geschetst. Katerina, met wie Sjostakovitsj de meeste compassie voelt, wordt omringd door een drietal duidelijk van elkaar te onderscheiden mannen. Ten eerste is daar haar schoonvader Boris, een zelfingenomen macho (met het scherpe inzicht dat zijn schoondochter ‘een man in bed nodig heeft’ - overbodig toe te voegen wie het meest geschikt is). Zijn stemtype is een bas: vet en pontificaal. Zijn zoon Sinovi, Katerina’s echtgenoot, is een jaloers, drammerig mannetje. Zijn hoge tenor schetst ten voeten uit het karakter van een laffe zeurkous die eeuwig in de schaduw van zijn vader zal staan. Niet veel beter is het gesteld met Katerina’s minnaar Sergej. De gepassioneerde muziek die hun verhouding kenschetst gaat gepaard met een donker, onheilspellend contrapunt. En terecht: Sergej is een charmeur die Katerina laat vallen als het nieuwtje eraf is. Arpeggio’s op de harp, feeëriek getingel op de vibrafoon en verleidelijke fluitriedels portretteren deze Don Juan, die zonder blikken of blozen beweert dat hij 'niet zo is als al die anderen’.
Sjostakovitsj’ sympathie gaat volledig uit naar Katerina die, anders dan de op macht beluste Lady Macbeth van Shakespeare en anders dan de wrede Katerina uit Nikolai Leskovs gelijknamige novelle, zich bevrijdt uit de ketenen van een kleinburgerlijk milieu. Sjostakovitsj zet Katerina neer als een zuivere, gepassioneerde vrouw die hunkert naar liefde en tederheid. Zinderende violen, warme klarinetmelodieën en een lichtvoetige piccolo schetsen een romantische vrouw die verlangt naar de ware liefde. Waar haar tegenspelers stuk voor stuk in sarcastische muzikale figuren worden geschilderd, zijn de vocale partijen van Katerina helder, fijnbesnaard en lyrisch. Met de steun van de componist vecht Katerina zich al moordend een weg uit de seksistische vernederingen die haar ten deel vallen. En met de bijval van het Russische publiek dat Lady Macbeth van Mtsensk tot een kassakraker maakte. Twee jaar na de première in 1934 bezocht Stalin de voorstelling en een paar dagen later werd de opera, gebrandmerkt als formalistisch en antibolsjewistisch, van het repertoire gehaald. Stalin twijfelde geen moment hoe hij deze aanklacht tegen de onderdrukking moest interpreteren.