Televisie: ‘Niks te melden’

Machosferen

Theo Maassen en Jim Deddes in Niks te melden, regie Anna van der Heide © BNNVARA

Een Nederlandse fictie-stroom deze weken. Zondags na Commando’s twee nieuwe bnnvara-series: All Stars & zonen (vierde reeks) en de politiecomedy Niks te melden. Maandag de EO met ‘feelgood dramaserie’ Het A-woord over een kind met autisme. Donderdag opnieuw bnnvara met het derde seizoen van het succesvolle Klem. Vrijdag tv-première van twee (!) bijzondere recente speelfilms: Take Me Somewhere Nice van Ena Sendijarevic (winnaar Special Jury Award iffr) en God Only Knows van Mijke de Jong (‘een van de beste Nederlandse films van de laatste jaren’). All Stars is dik hout voor toffe peren. Op Klem verheug ik me alleen al vanwege Barry Atsma, Jacob Derwig, Georgina Verbaan en het vakmanschap van scenarist Frank Ketelaar. Drie van de vijf series gaan, hoe kan het anders, over misdaad. Daarvan is Niks te melden de meest opvallende want afwijkende.

‘Niks te melden’ melden twee surveillerende rechercheurs in burger, wachtend op wat komen gaat in een particuliere auto bij nachtelijke haven of industrieterrein, aan de, jawel, meldkamer, waar twee vrouwelijke agenten wachten op wat komen gaat. Terwijl weer elders twee boeven in een loods of container wachten. Om te beginnen? Op wat komen gaat? Drie duo’s wachtend op drie locaties. In aflevering twee komt daar nog een wachtende melder van de havenbeveiligingsdienst bij, die herhaald aan de rechercheurs meldt dat er niets te melden valt; of die verdachte concentraties meeuwen meldt omdat hij graag een team met de politiemannen wil vormen. Die gek van hem worden. ‘Wachten op Godot’ is mijn indruk na twee afleveringen. Absurdisme? Kun je wel zeggen. Realisme? Ook in zekere zin. Want de eerste grap schuilt al in de leader die juist alle obligate actie bevat die opwindende politie- en misdaadseries kenmerkt. Terwijl de werkelijkheid van veel politiewerk en die van deze serie routine, kantoor en wachten is. Die duo’s in de auto, op de meldpost, in de loods, allemaal min of meer opgesloten en tot elkaar veroordeeld – dat is een klassiek dramaturgisch gegeven. En als de dialogen dan licht absurdistisch worden, collegialiteit, vriendschap en haat door elkaar gaan lopen, dan ben je toch echt een beetje in de buurt van Samuel Beckett. Al gaat het bij hem zelden of nooit over ‘van dattum’ terwijl dat hier leidmotief is, platter dan plat, zoals dat er op veel werkplekken in machosferen schijnt toe te gaan. Uit verveling, stoerdoenerij, frustratie, onzekerheid, kwaadaardigheid, vrouwenhaat, geilheid en verlangen.

Plot is er weinig, dialoog volop. Meer toneel dan film. Ingenieuze onzinredeneringen, machtsspelletjes, omdraaiingen, misverstanden. Daar heb je goede acteurs voor nodig. Rechercheurs Henry van Loon (bewerker van dit Australisch concept) en Stefan de Walle zijn dat. Jelka van Houten vind ik altijd ijzersterk, net als Theo Maassen, en de anderen zijn voldoende tot prima. Twee problemen: hoe voorkom je dat drama over verveling vervelend wordt? Dat lukt goed. Hoe voorkom je dat drama over ranzigheid ranzig wordt? Af en toe gelachen, maar mijn serie is het niet. Te puriteins.


Henry van Loon (scriptbewerking), Anna van der Heide (regie), Niks te melden, zes afleveringen, BNNVARA, zondags, NPO 3, 22.35 uur