Macht, angst, eenzaamheid

Behalve een geslaagde Kafka-biografie schreef Reiner Stach ook een portret van de tijd waarin Kafka leefde en werkte. Voor de gevorderde Kafka-liefhebber.

Medium hh 16520184   nieuw

Wie op zoek is naar een biografie van een van de grote Duitse schrijvers van de vorige eeuw heeft een ruime keuze. Het leven van Thomas Mann is meermaals voortreffelijk geboekstaafd, de studie van Hermann Kurzke uit 1999 springt er inhoudelijk en stilistisch bovenuit. Ook over Rainer Maria Rilke zijn diverse biografieën in omloop, aanbevelenswaardig is de eerder vertaalde studie van Wolfgang Leppmann. En wie wil lezen over Hermann Broch, die in Nederland zeer wordt onderschat, kan terecht bij Paul Michael Lützelers standaardwerk uit 1985.

Maar hoe zit het met Franz Kafka, de wereldwijd bekendste en meest becommentarieerde Duitstalige schrijver van zijn tijd? Over hem schiet mij geen enkele biografie te binnen die ik zonder restricties zou willen aanbevelen. Neem alleen al de voorlaatste complete levensbeschrijving door Peter André Alt uit 2005 onder de significante titel Franz Kafka: Der ewige Sohn: te veel literatuurwetenschappelijk jargon, te veel verwijzingen naar de deconstructie van Derrida en Ricoeur. Mijn favoriete Kafka-biografie was lange tijd de al in 1958 verschenen en vaak herziene studie van Klaus Wagenbach, maar dit boek (niet te verwisselen met de populaire korte Rowohlt-monografie van dezelfde auteur) heeft ook al een tekortkoming: het gaat slechts over Kafka’s eerste levenshelft, de laatste twaalf schrijversjaren blijven buiten beschouwing.

Recentelijk is met Reiner Stachs Kafka: Die frühen Jahre het derde en laatste deel van een nieuwe biografie verschenen, die alleen al door haar omvang van in totaal tweeduizend bladzijden iedere vergelijking met de voorgangers tart. In 2002 presenteerde Stach met Die Jahre der Entscheidungen het eerste deel over de jaren 1910-1915, waarin Kafka zich onttrekt aan de invloed van zijn vader en zijn familie, zelfstandig wordt en met het voltooien in één nacht van de novelle Das Urteil een doorbraak als schrijver beleeft. In 2008 volgde Die Jahre der Erkenntnis, over de periode 1916-1924 waarin Kafka’s nederlagen aan bod komen: hij kan zich niet vrijmaken van het geestdodende kantoorwerk, beseft dat het samenleven met een vrouw, laat staan een huwelijk, niet te combineren valt met zijn schrijverschap, de ongeneeslijke tuberculose dient zich aan.

Het nu verschenen laatste deel van dit mammoetwerk – vijftig bladzijden voor elk van de veertig levensjaren – verschijnt met vertraging omdat Reiner Stach (1951) lange tijd hoopte toegang te krijgen tot de nalatenschap van Kafka’s boezemvriend Max Brod, die blijkbaar veel informatie over de jonge Kafka bevat. (De nalatenschap, onder meer Brods dagboeken, maakt in Israël deel uit van een slepende juridische kwestie.) Over Kafka’s jeugd is in verhouding tot de latere periode weinig bekend. Brieven of een dagboek uit deze tijd ontbreken. De biograaf was aangewezen op herinneringen van tijdgenoten en op latere uitlatingen van Kafka over zijn jeugd, waarbij vooral de nooit verstuurde Brief an den Vater belangrijk is gebleken. Gelet op deze karige bronnen heeft Stach een formidabele prestatie geleverd.

Toen Kafka in 1883 werd geboren telde Praag nog geen tweehonderdduizend inwoners, pas in het begin van de twintigste eeuw groeide de stad door inlijvingen uit tot bijna een half miljoen inwoners. Daarmee was Praag na Wenen met twee miljoen inwoners en Boedapest de derde stad binnen de Habsburgse dubbelmonarchie. Acht procent van de bevolking sprak Duits, dat wil zeggen het zogenaamde ‘Pragerdeutsch’ dat qua zinsbouw, idioom en intonatie nogal afweek van het standaardduits – men heeft wel eens van een ‘taaleiland’ gesproken. Ook Kafka, die tevens het Tsjechisch voortreffelijk beheerste, sprak deze taal. De Duitstaligen waren veelal geassimileerde joden die met hun eigen theaters, universiteit en scholen in cultureel opzicht de toon aangaven. Bijna de complete vriendenkring van Kafka – Ernst Weiß, Max Brod, Franz Werfel, Oskar Pollack – bestond uit joden, van zijn latere vriendinnen was alleen de journaliste-vertaalster Milena Jesenská niet-joods.

‘In een leefwereld waar diverse nationale, religieuze en taalkundige identiteiten op elkaar stuitten kon het van wezenlijk belang zijn, welke school je bezocht’, schrijft Stach. Kafka bezocht een voornamelijk door joden bezocht gymnasium aan de Altstädter Ring in het centrum van Praag en bleef zodoende gevrijwaard van antisemitisme en risjes, anders dan bijvoorbeeld Max Brod die een gemengde school bezocht. Toch moest ook Kafka, die slechts een geringe belangstelling had voor de joodse religie (pas na 1910 zou daar verandering in komen), toezien hoe er soms geweld werd gebruikt tegen joden. In 1897 was hij getuige van de beruchte anti-joodse ‘Dezembersturm’ waarbij geplunderd werd en zelfs doden vielen. Het allerergste antisemitisme is Kafka, wiens drie zussen later in Duitse concentratiekampen werden vermoord, door zijn vroege dood in 1924 bespaard gebleven.

Alles wordt plastisch in deze biografie: Kafka’s zorgzame moeder en vitaal-hardvochtige vader (‘een slechtgehumeurde beer’) die een goedbeklante winkel in galanteriewaren dreef, de leraren op school en docenten aan de universiteit waar Kafka rechten studeerde, de collega’s op het verzekeringskantoor waar hij emplooi vond, de cafés, tingeltangels en bordelen, de politieke spanningen tussen Tsjechen en Duitsers. Niet zelden stuit je op mooie details. Bijvoorbeeld over de ‘Pinkeljuden’, marskramers die van het platteland naar Praag trokken en daar in het getto verbleven. Of over de joodse ‘Schadchen’, een huwelijksbemiddelaar die de antecedenten van iedere kandidaat/kandidate in notitieboekjes bijhield. Kafka’s ouders hebben elkaar via zo’n Schadchen leren kennen.

Bij Max Brod trof Kafka de ‘Lust am Leben’ en het ‘onverwoestbare optimisme’ aan die hij zelf zo node miste

De jonge Kafka was een uitgesproken would be-sportman die zijn tengere lichaam (zestig kilo, lang postuur) graag staalde met zwemmen, roeien, paardrijden en flinke voetmarsen. Al vroeg was hij in de ban van de reformbewegingen en natuurgeneeswijzen die rond 1900 sterk in opkomst waren. In het briljante hoofdstuk ‘Autonomie und Heilung’ geeft Stach een plausibele psychologische verklaring voor Kafka’s gezondheidspassie: de angstige, hypochondrische schrijver, ‘wegens zwakte’ niet geschikt voor de militaire dienst, vond houvast in een op de spits gedreven zelfcontrole, zijn ‘defensieve profylaxe’ werd voor hem tot ‘kern van een overlevingsstrategie’.

Al op jonge leeftijd, toen zijn gezondheid nog niets te wensen overliet, zocht hij regelmatig kuuroorden en sanatoria op, onder meer het luxueuze ‘Weißer Hirsch’ in Dresden, waar ook zijn zeven jaar oudere stadsgenoot Rainer Maria Rilke graag verbleef. Overigens is het jammer dat de biograaf nergens ingaat op de opmerkelijke parallellen tussen de beide grote modernisten Kafka en Rilke. Beiden hadden een moeizame verhouding tot hun ouderlijke milieu, waren vegetariër en kwakkelden vanaf hun dertigste met hun gezondheid. Terecht schrijft Stach dat Kafka’s werk drie fundamentele motieven kent: ‘Macht, Angst, Einsamkeit’. Maar de laatste twee vormen ook de kernwoorden in Rilke’s oeuvre; alleen al op de eerste bladzijde van zijn magistrale dagboekroman Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge (1910) komt het woord ‘angst’ twee keer voor.

Veel aandacht schenkt Stach daarentegen aan Kafka’s vriendschap met Max Brod. Zij hadden elkaar in 1902 leren kennen toen de één jaar jongere Brod in Praag een lezing hield over Schopenhauer en Nietzsche. Dat betekende het begin van een innige en levenslang durende vriendschap, die gelet op de briefwisseling (ooit in de reeks ‘Privé-domein’ verschenen) zeker niet zonder strubbelingen is verlopen. Geen wonder, want beiden hadden sterk uiteenlopende karakters. Enerzijds de schuchtere en onzekere Kafka die niets geschikt vond om in druk te geven, anderzijds de extraverte en energieke Brod die overal contacten had en in razend tempo boeken en artikelen publiceerde.

Walter Benjamin heeft in een kritische reactie op Brods omstreden Kafka-biografie uit 1937 opgemerkt dat ‘Kafka’s vriendschap met deze man niet tot de kleinste raadsels van zijn leven behoort’. Geen slechte opmerking, maar Stach toont aan dat Kafka zich ondanks, nee juist dankzij de tegenstellingen tot Brod aangetrokken voelde. Bij hem trof hij de ‘Lust am Leben’ en het ‘onverwoestbare optimisme’ aan die hij zelf zo node miste. En Brod waardeerde in zijn vriend dat hij goed kon luisteren en zelfs bewondering opbracht voor zijn schrijfsels, concurrentie had hij van hem niet te duchten.

Slechts in details kun je kritiek hebben op deze biografie. Stach schrijft haast overal helder en elegant, maar sommige hoofdstukken van dit deel zijn misschien net iets minder dan de eerdere delen. Soms is zijn psychologische verklaring ietwat gemakzuchtig. Als de biograaf opmerkt dat het snel wisselende en soms op staande voet ontslagen dienstpersoneel in de winkel van Kafka’s vader bij de aankomende schrijver ‘wantrouwen tegenover de bestendigheid van menselijke betrekkingen’ zou hebben veroorzaakt, vind je dit oordeel te lichtvaardig.

Maar er staat heel veel tegenover. Behalve een geslaagde Kafka-biografie is het ook een informatieve cultuurgeschiedenis. Stach gaat ver terug in de tijd als hij de politieke twisten binnen de Habsburgse monarchie en het streven naar onafhankelijkheid van de Tsjechen beschrijft. Een apart hoofdstuk is gewijd aan de rond 1900 populaire stromingen als het occultisme en de theosofie van Rudolf Steiner, bij wie Kafka zelfs om een audiëntie vroeg. De rol van de vrouw en de dubbele seksuele moraal komen aan bod, evenals de opkomende industrialisering.

Natuurlijk is dit een boek voor de gevorderde Kafka-liefhebber, die het naadje van de kous wil weten. Wie haast heeft zal naar een andere studie grijpen. Maar over één ding kan onmogelijk twijfel bestaan: Reiner Stachs driedelige biografie is wat men een standaardwerk pleegt te noemen.


Reiner Stach, Kafka. Die frühen Jahre, € 33,95
Kafka. Die Jahre der Entscheidungen, € 14,95
Kafka. Die Jahre der Erkenntnis, € 14,95


Beeld: Franz Kafka met zijn zus Ottla in Praag, ca 1914/ Culture Images GmbH / HH