GroenLinks bestuurt lokaal desnoods met dwangmaatregelen

‘Macht’ is helemaal geen vies woord

Terwijl GroenLinks landelijk consequent naast de macht grijpt, zit de partij van Rotterdam tot Oost-Groningen in het gemeentebestuur. Dat zet vrijzinnige idealen onder druk. Slot van een tweeluik.

‘PRACHTIGE BAK TOCH?’ zegt Eduard van Zuijlen, burgemeester van de Oost-Groningse gemeente Menterwolde (12.390 inwoners) en lid van GroenLinks. Hij wijst op een originele Amerikaanse slee, formaat slagschip. 'Is van een van onze wethouders.’ De wagen behoort aan Gherie ter Steege, GroenLinks-wethouder voor Werk, Inkomen, Kunst en Cultuur. De burgemeester leidt ons naar zijn eigen auto, een SUV, merk Volkswagen. Ook die zou niet door de milieuballotage komen. Maar in het uitgestrekte Oost-Groningen, met zijn dungezaaide openbaar vervoer, zijn GroenLinks-bestuurders een stuk minder anti-auto dan hun collega’s in de Randstad. 'Als burgemeester heb je ook vrij weinig invloed op het milieubeleid’, zegt Van Zuijlen.
Menterwolde is wat Van Zuijlen noemt 'een herindelingsgevalletje’. De gemeente ontstond in 1990 uit een samenvoeging van de dorpen Oosterbroek, Muntendam en Meeden, die op hun beurt weer een hele trits gehuchten omvatten waarvan de kleinste welgeteld 128 inwoners heeft. Een kleine twintig kilometer naar het oosten ligt Finsterwolde, de enige plaats in Nederland waar de CPN, een van de voorlopers van GroenLinks, ooit een meerderheid haalde in de gemeenteraad. De streek was een van de weinige die op de uitslagenkaart van de afgelopen Provinciale-Statenverkiezingen rood kleurde. Nog steeds is de PVDA-aanhang sterk in Oost-Groningen, bekend van strokarton, aardappelmeel en gaswinning, een streek die Frank Westerman in zijn boek De graanrepubliek omschreef als 'het grimmigste stukje Nederland’.
Is een burgemeester van een kosmopolitische, hoogopgeleide partij als GroenLinks, die een groter deel van zijn electoraat uit de steden haalt dan welke andere partij ook, hier op zijn plek? 'Jazeker’, zegt Van Zuijlen, terwijl we in zijn terreinwagen over kaarsrechte wegen door de veenkoloniën zoeven, cd’s van Queen en Patti Smith Group binnen handbereik. Hij voelt zich hier thuis. De Oost-Groningse mentaliteit is dezelfde als in zijn geboortestad Rotterdam. Niet praten maar poetsen. De weidse uitzichten en de grote herenboerderij in het gehucht Tripscompagnie waar de burgemeester woont met vrouw en kinderen, maken het burgemeestersbestaan hier niet bepaald tot een straf. 'Gekocht voor een prijs waar je in Amsterdam nog geen tweekamerflat voor krijgt’, vertelt hij.
Ook al is GroenLinks een stadse partij, op het Groningse platteland is genoeg werk aan de winkel. 'Het grootste probleem van de mensen hier is een gebrek aan trots. Oost-Groningen heeft een geschiedenis van enorm standsverschil. Tot dertig jaar geleden werd van knechten en arbeiders verwacht dat ze de pet afnamen als ze langs het huis van een rijke graanboer kwamen. Dat slijt niet zomaar. Nog steeds is een flink deel van de bevolking sociaal erg kwetsbaar. De mensen zijn laagopgeleid en hebben weinig zelfvertrouwen.’ Virtueel is zijn gemeente een van de rijkste van Nederland, vertelt Van Zuijlen. Hij doelt op de gasinstallaties die we tijdens de rondrit zien. Maar juist in Oost-Groningen heerst erfelijke armoede. 'Jongeren die op hun achttiende al torenhoge schulden hebben omdat niemand ze heeft geleerd met geld om te gaan.’ Dat leidt tot problemen met een ernst die niet onderdoet voor die in de grote stad. 'Ik sprak met de directeur van een basisschool hier. Hij vertelde dat van de 28 kinderen er maar zes niet naar het vmbo gingen.’

IN MENTERWOLDE doet GroenLinks wat de partij in Den Haag nooit is gelukt: besturen. Hoewel de partij zich de laatste jaren afficheerde als een 'ideeënpartij op zoek naar macht’, is die zoektocht vooralsnog op niets uitgelopen. Tijdens de afgelopen formatie begon GroenLinks enthousiast aan gesprekken over Paars Plus, maar moest zij toezien hoe Rutte toch met het CDA en de PVV aan de haal ging. Sinds de omvorming tot regierungsfähige partij onder Paul Rosenmöller was het de vierde verkiezing op rij waarbij de macht aan GroenLinks voorbijging. In 2002 betekende de opkomst van de LPF dat regeren sowieso niet aan de orde was. Bij de tussentijdse verkiezingen van 2003 was de steun die het CDA gaf aan een mogelijke inval in Irak bij voorbaat reden om een coalitie met de christen-democraten uit te sluiten. In 2006 kostte een strategische fout van Halsema GroenLinks haar mogelijke plek aan de kabinetstafel. CDA en PVDA hadden een derde coalitiepartner nodig, maar Halsema verkondigde alleen over regeringsdeelname te willen spreken als de sociaal-democraten een eventuele verbintenis met de ChristenUnie zouden uitsluiten. Toenmalig PVDA-leider Bos weigerde dit en plaatste daarmee GroenLinks buitenspel. Het kwam Halsema op felle kritiek uit eigen gelederen te staan. Of de partij soms 'pluchevrees’ had? Partijprominent Joost Lagendijk vond dat de partij 'onder tafel kroop als de macht langskwam’.
Ondertussen heeft GroenLinks zich buiten het Binnenhof wel degelijk ontwikkeld tot een bestuurspartij. Arno Bonte, fractievoorzitter van GroenLinks Rotterdam, ziet het zelfs als de grootste verandering binnen zijn partij. 'Toen ik vijftien jaar geleden begon bij GroenLinks was “macht” een vies woord. Idealen, dat was waar het GroenLinks voornamelijk om ging. Gaandeweg zijn we erachter gekomen dat idealen alleen niet voldoende zijn. Je hebt macht nodig om ze te kunnen verwezenlijken. De zoektocht naar macht begon bij de stadsbesturen. Op lokaal niveau heeft GroenLinks al lang leren besturen. Pas later is de landelijke fractie zich gaan realiseren dat regeringsverantwoordelijkheid niet het einde van de GroenLinkse idealen hoefde te betekenen.’
De partij is inmiddels een regionale en lokale machtsfactor, met negen burgemeesters, 75 wethouders, waarvan tien in de tien grootste gemeenten, 436 gemeenteraads- en zeventig deelgemeenteraadsleden, waarvan 53 in Amsterdam, en 34 Provinciale-Statenleden. Voor de recente provinciale verkiezingen maakte GroenLinks bovendien deel uit van het bestuur van Noord-Holland en Zeeland. Daarmee laat de partij de Socialistische Partij achter zich, die weliswaar vijf zetels meer heeft in de Tweede Kamer (vijftien), maar met 21 wethouders, 276 raadsleden, 24 Provinciale-Statenleden en nul burgemeesters (om principiële redenen: de SP wil dat burgemeesters gekozen worden, niet benoemd) lokaal en provinciaal een stuk minder te vertellen heeft.
Is de partij zich wel bewust van haar stevige positie in de Nederlandse gemeenten? Niet volgens burgemeester Eduard van Zuijlen van Menterwolde. Hij ergert zich aan 'het grachtengordelgedoe van GroenLinks’. Van Zuijlen: 'Ons partijkader heeft de vreemde behoefte zich collectief in Amsterdam te verschansen. Dat leidt tot te veel randstedelijk denken.’ Van Zuijlen, geboren en getogen Rotterdammer, noemt het 'de grootste valkuil’ voor zijn partij. Het steekt hem dat hij in de vier jaar dat hij burgemeester is nog nooit is gevraagd om een Kamerdebat te helpen voorbereiden. 'De Haagse fractie weet weinig van lokale veiligheid, om maar een onderwerp te noemen. Dat is een specialiteit van burgemeesters. Het is een gemiste kans dat de landelijke fractie weinig met hen spreekt.’
In de Randstad zelf vinden de klachten van Van Zuijlen weinig oor. 'We zijn nu eenmaal een partij voor met name hoogopgeleide stedelingen’, meent Arno Bonte. 'Onze kiezers zijn wat ik “ruimdenkende wereldburgers” noem. Maar onze bestuurders zetten zich ook in voor de achterblijvers. Wat dat betreft is GroenLinks geen partij die enkel haar eigen electoraat bedient.’ Dat GroenLinks vooral een hoogopgeleid, welvarend smaldeel van de bevolking aanspreekt, beperkt de groeimogelijkheden van de partij. Maar ook dat is niet erg, volgens Bonte. 'Als we niet te regentesk willen worden, kunnen we ook maar beter klein blijven. Wat mij betreft mogen er nog wel wat zetels bij, maar een brede volkspartij hoeft GroenLinks niet te worden.’
Ook de Utrechtse afdeling van GroenLinks wil er niet aan dat de partij zich te veel richt op de Randstad. Aan de reactie van Mirjam de Rijk, GroenLinks-wethouder voor onder andere Milieu en Openbare Ruimte, is te merken dat de discussie GroenLinksers vermoeit. Ze vindt het een 'flauw’ onderwerp. Liever spreekt ze over wat de partij in haar stad voor elkaar kan krijgen sinds GroenLinks daar de grootste partij werd bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen en een college vormde met D66 en de PVDA. Minder autoverkeer in de binnenstad en meer aandacht voor leefkwaliteit bij de ruimtelijke ordening zijn te danken aan GroenLinkse invloeden, aldus de wethouder.
Onlangs kwam het Utrechtse college met een opmerkelijk plan: de gemeente wil een eigen wietkwekerij beginnen. Burgers mogen tot vijf cannabisplanten verzorgen in een gezamenlijke kwekerij. De gemeente controleert de kwaliteit van de wiet. Dit soort plannen zijn volgens De Rijk mogelijk omdat de stad bestuurd wordt door wat zij een 'progressief college’ noemt. Tijdens een gesprek op een vrijdagmiddag in het Amsterdamse restaurant Dauphine, pleisterplaats van de randstedelijke beau monde, wordt al snel duidelijk dat De Rijk die bestuursvorm een verademing vindt. 'Je hoeft niet meer eindeloos te dealen. Iedereen wil gewoon dezelfde kant uit.’
Dat GroenLinks het progressieve Utrechtse college aanvoert is te merken aan het milieubeleid. De gemeente heeft een duurzaamheidsfonds ingesteld van 26 miljoen euro - een ongekend hoog bedrag in tijden van bezuinigingen. Het geld zal worden besteed om de CO2-uitstoot in de gemeente drastisch omlaag te brengen. Opmerkelijk: dwang wordt daarbij niet geschuwd. Binnenkort wordt vanuit de lucht een zogenaamde 'warmtescan’ uitgevoerd om te kijken welke delen van de stad slecht geïsoleerde woningen bevatten. Licht een huizenblok rood op, dan kunnen eigenaren een brief van de gemeente verwachten waarin zij worden gesommeerd de panden beter te isoleren. Gaat GroenLinks hiermee voorbij aan haar vrijzinnige uitgangspunten? Volgens De Rijk is daar geen sprake van. 'Het gaat juist om opkomen voor huurders in slecht geïsoleerde woningen.’
Het is de lastige afweging die iedere bestuurder moet maken: wanneer moet je de vrijheid van de één beknotten om die van de ander te bevorderen? Ook lastig: zodra je dat doet, geef je andere liberalen een stok om mee te slaan. Volgens Kees Geldof, VVD-fractievoorzitter in de Utrechtse gemeenteraad, liggen zijn partij en GroenLinks ver uiteen als het gaat om hun kijk op individuele vrijheid. De liberale neigingen in het sociaal-economische beleid - het in beweging krijgen van mensen die vastzitten in een uitkering - ziet hij in Utrecht niet op andere gebieden terug. Volgens de VVD'er denkt GroenLinks te veel in overheidssturing en verbodsbepalingen. 'Hun benadering is dogmatisch. Op het gebied van de bereikbaarheid is het de fiets of het openbaar vervoer. En het werken met aanschrijvingen bij woningisolatie is gewoon dwang. Terrasverwarming moet verboden worden, winkeldeuren mogen niet openstaan omdat dat slecht is voor het milieu. Daar is weinig liberaals aan.’
Dat samenwerking met de VVD desondanks mogelijk is, bewijzen de colleges van onder meer Breda, Naarden, Gouda, Amersfoort, Tilburg, ’s Hertogenbosch en Zaanstad, waarin GroenLinks met de VVD, en andere partijen, zitting heeft. Dat is ook het geval in Amsterdam, waar GroenLinks met de PVDA en de VVD de wethouders levert. Maarten van Poelgeest maakt sinds 1998 voor GroenLinks deel uit van de Amsterdamse gemeenteraad. Vanaf 2006 is hij wethouder Ruimtelijke Ordening en Grondzaken. In het huidige college heeft hij daar Klimaat en Energie bijgekregen.
'GroenLinks en de voorlopers van de partij hebben in Amsterdam geregeld deel uitgemaakt van het bestuur. Omgang met de macht zijn we hier wel gewend. Het zit in de genen van de partij’, vertelt Van Poelgeest in zijn ruime werkkamer op de bovenste verdieping van het gemeentehuis op het Waterlooplein. Jasje uit, handen achter het hoofd. Beneden glinstert de Amstel in de winterzon. De samenwerking met de VVD gaat prima, zegt hij. 'Amsterdam is een vrijzinnige stad. De VVD is hier niet ordinair rechts en dat is ze de laatste jaren landelijk wel geworden. Dat maakt veel uit. Op een aantal wat meer vrijzinnige issues, zoals openingstijden en drugs op danceparties, kunnen we elkaar wel vinden. Goed, de VVD neigt eerder naar zerotolerance, maar daar komen we wel uit.’
In het vorige college met alleen de PVDA kreeg GroenLinks het voor elkaar dat in een groot gedeelte van de stad vervuilende vrachtwagens worden geweerd. Nu samengewerkt wordt met de VVD zou ze dat er niet door hebben gekregen. Ook in de onlangs door de gemeenteraad aangenomen structuurvisie, waarin de strategie is vastgelegd voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad tot 2020, pleitte de VVD voor meer ruimte voor bedrijvigheid en minder voor natuur. Tevergeefs, overigens. Maar de liberalen en de GroenLinksers kunnen nog steeds door één deur.
Omdat de partij niet de grootste is in de gemeenteraad, kunnen de twee Amsterdamse GroenLinks-wethouders hun punten minder hard doordrukken dan hun Utrechtse collega’s. In de hoofdstad geen aanschrijvingen aan huiseigenaren die hun huizen niet goed genoeg hebben geïsoleerd. Van Poelgeest is er niet rouwig om. 'Ik ben liever pragmatisch. Als je tempo wilt maken, moet je om de tafel met de wooncorporaties, zodat je hele huizenblokken tegelijk kunt aanpakken. Daar heb je meer aan dan elkaar de tent uit te vechten. Een van de valkuilen in het milieudenken is dat het heel belerend kan worden, vrijheidsontnemend.’

HET IS DIE SPANNING, tussen individuele vrijheid en op een centralistische manier veranderingen willen doorvoeren, desnoods met dwangmaatregelen, die GroenLinks parten speelt. Is het soms de groeiende bestuursverantwoordelijkheid die de idealen van vrijheid en vrijzinnigheid onder druk zet? En wat betekent dat dan voor het GroenLinks dat op afzienbare termijn wel eens regeringsmacht zou kunnen gaan dragen? Is dat nog wel een partij die in de praktijk kan brengen wat ze belooft?
Dat de spagaat tussen ideologie en praktisch besturen onhoudbaar is, toont de verwording van het democratiseringsideaal. Radicale democratisering was, naast ecologische politiek, pacifisme en de planeconomie, een van de vier pijlers uit het beginselprogramma waarmee GroenLinks in 1991 van start ging. Referenda en gekozen bestuurders op alle niveaus, inclusief het staatshoofd, stonden lange tijd op het programma. In 2006 kwam echter de klad in het propageren van deze 'bronnen van vrijheid’. Het referendum werd alleen nog in algemene zin genoemd en het gekozen staatshoofd verdween van de agenda. In 2010 bleek het referendum helemaal verdwenen uit het verkiezingsprogramma. Een gekozen staatshoofd was iets wat ervan moest komen 'op termijn’. Paul Lucardie en Paul Pennings, auteurs van Van de straat naar de staat? GroenLinks 1990-2010, constateren dat 'anno 2010 GroenLinks minder bereid lijkt te zijn om macht aan de burger over te dragen dan in 1994’.
Dick Pels, voorzitter van het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks, is kritisch over de verwatering van de democratiseringsidealen. 'Binnen GroenLinks heerst koudwatervrees voor het democratiedebat. De achterban valt terug in een CDA-achtig conservatisme. Sinds de Fortuyn-revolte hebben de populisten de politieke vernieuwingsagenda overgenomen. De PVV zet politieke vernieuwing juist prominent in haar programma. Nu is het Wilders die zegt de macht van de elites te willen breken. GroenLinks ís die elite. Maar wij zijn elitair pour tous. Elitair zijn is goed in de politiek, anders kun je niet verheffen.’ Verheffing van het volk - het klassieke sociaal-democratische ideaal is blijkbaar door GroenLinks in een modern jasje gestoken. Pels is niet de enige die zich van de term bedient. Ook Tweede-Kamerlid Jesse Klaver gebruikt hem. En de drang van Eduard van Zuijlen om de Oost-Groningse dorpsbewoners met meer zelfvertrouwen te wapenen valt onder dezelfde noemer.
Het is dit ideaal dat zich uiteindelijk moeizaam verhoudt tot de vrijzinnige afkeer van betutteling. Want verheffen betekent volgens Pels dat de elite wel degelijk moet moraliseren. 'Vrijzinnigheid is mooi, maar je moet daar niet naïef in zijn.’ Als voorbeeld van vrijzinnige naïviteit noemt Pels het Amsterdamse prostitutiebeleid. 'Er wordt over prostituees gesproken als sekswerkers, alsof het gewone zelfstandige ondernemers zijn. Je moet veel wantrouwiger zijn tegenover deze industrie. Ik hoef niet per se het bordeelverbod terug, maar wel een duidelijkere souteneurswet en een strengere aanpak van mensenhandel. Prostitutie is geen normaal beroep.’ Met zijn 'vrijzinnige paternalisme’ wil Pels GroenLinks laten inzien dat vrijheid ook een keerzijde heeft.
Dat is een boodschap die in goede aarde zal vallen in Oost-Groningen. Burgemeester Van Zuijlen vertelt dat in zijn gemeente een groep van twintig jongeren zorgt voor hevige overlast. 'Vernielingen, vuurwerk plakken op het raam, mensen tweeënhalf uur bestoken met sneeuwballen, de broek laten zakken in iemands tuin. Dat wordt hier ervaren als een groot probleem.’ Met 'de stok van de vervolging’ dwingt hij 'hulpweigerende gezinnen zélf hulp te vragen’, zegt Van Zuijlen. 'Als mensen niet geholpen willen worden is repressie het enige wat overblijft.’
Even valt de burgemeester stil, alsof hij opeens beseft hoe naadloos zijn woorden passen in de weinig tolerante tijdgeest. Dan zegt hij met een tevreden lach: 'Het gaf me een heel goed gevoel toen ik de moeder van een van de grootste raddraaiers eindelijk zag binnenlopen bij ons Centrum voor Jeugd en Gezin.’