Macht van het consumentisme

Op de televisie was onlangs weer te zien hoe leden van een bepaalde moslimsekte een paar duizend historische boeken van een concurrerende sekte in brand hadden gestoken. Een jaar of twaalf geleden hebben de Taliban in Afghanistan een paar reusachtige beelden van vijandige oorsprong opgeblazen.

Werk van tientallen jaren en eeuwen oud dat uit godsdienstige overwegingen werd verpulverd. Een gruwelijk schouwspel. Het deed me denken aan de illustraties bij de vaderlandse geschiedenis, Oorsprongh der Vaderlandse Beroerten van Pieter Bor, de Loe de Jong van de Tachtigjarige Oorlog. Hoe in 1566 bij de Beeldenstorm de protestanten tegen de katholieken tekeergingen en hun kerken kort en klein sloegen. Schokkende beelden, dat is zwak uitgedrukt. Nu vierenhalve eeuw geleden.

Heeft de wetenschap ooit geprobeerd uit te zoeken wat het verband is tussen godsdienst en geweld? Hoe het komt dat gelovigen van de ene signatuur hun uiterste best doen de concurrenten uit te moorden terwijl de tegenstanders dezelfde ambitie hebben? Het grootste probleem voor het Westen wordt sinds het einde van de Koude Oorlog gevormd door de niet eindigende reeks conflicten in het Midden-Oosten, waar soennieten en sjiieten elkaar proberen te verdelgen terwijl al-Qaeda bovendien een oorlog voert tegen de ‘Kruisvaarders’. Dat zijn wij. Ingrijpen heeft niet geholpen. Irak en Afganistan zijn ‘mislukte staten’ waar nog regelmatig tientallen mensen door de rivaliserende fanatici worden opgeblazen. Binnen de wereld van de islam breidt de godsdienststrijd zich uit en interventies zijn nu praktisch uitgesloten, zoals de ervaring met Syrië leert.

Geloof in een opperwezen kan leiden tot barmhartigheid en vredelievendheid, maar kan ook inspireren tot grenzeloze moordlust, zoals in het Midden-Oosten dagelijks wordt bewezen. Wij in het Westen hebben er ook nog recente ervaring mee. De Ierse burgeroorlog waarin de tegenstelling tussen katholieken en protestanten een belangrijke invloed had, kostte in de tweede helft van de vorige eeuw aan 3500 mensen het leven. In Nederland pakten we het wat kalmer aan. In 1961 werden in Staphorst een vrouw en een man die van overspel verdacht werden in een varkenshok gestopt. Dat werd op een mestkar gezet en zo werden ze door het dorp gereden. Dat was een van de laatste stuiptrekkingen van het ultragelovige Nederland.

De invloed van het geloof op de politiek is hier al tientallen jaren in reddeloos verval. De eerste verkiezingen na de Bevrijding werden gewonnen dooor de Katholieke Volkspartij, met de Anti-Revolutionairen als tweede terwijl de Christelijk Historischen het ook aardig deden. Sluipend begon het verval. Ten slotte fuseerden de drie partijen tot het Christen-Democratisch Appèl, dat intussen ook geen schaduw meer is van de macht die het was. Ook in het openbare leven nam de invloed van de godsdienst af. Verenigingen op godsdienstige grondslag werden opgeheven, kerken gesloten. Zo gaat het vrijwel overal in Europa. De zeloten verdwijnen en daarmee hun georganiseerde macht. In Amerika is wat dit aangaat de situatie onvergelijkbaar anders. Dat komt door het traditionele verbond tussen de fundamentalistische vorm van het christendom en politiek rechts dat vooral in het zuiden en buiten de grote steden van invloed is. Denk aan Sarah Palin, de vlotte hockey mom en gouverneur van Alaska die vier jaar geleden bijna vice-president werd. Zulke types hebben we hier niet.

In Europa heeft zich in de afgelopen halve eeuw een stille revolutie voltrokken waarbij het christendom de zwaarste nederlaag uit zijn geschiedenis heeft geleden. Een radicale omwenteling die van invloed is op alle gebieden van het dagelijks leven. En het merkwaardige is dat we dit met een zekere gelatenheid hebben ondergaan. Er zijn geen historische, theologische of sociologische standaardwerken waarin een poging tot analyse en opheldering van de oorzaken wordt gedaan. We hebben het boek van Samuel Huntington, The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order (1996) dat een wereldwijde discussie heeft veroorzaakt. Maar de argumentatie van Huntington gaat uit van oude, gevestigde beschavingen. Natuurlijk is dat een verdedigbare grondslag. Door een revolutie wordt de bovenste laag van een maatschappij vervangen, maar niet de cultuur van de samenleving. Dat vergt een veel langer proces.

Mijn stelling is dat we sinds ongeveer driekwart eeuw in versneld tempo een mondiaal proces ervaren dat de grondslagen van alle beschavingen aanstast. Dat is de onweerstaanbare groei van het consumentisme, de fundamentele bereikbaarheid voor iedereen van al het genieten. Daarbij heeft genieten een nieuwe betekenis gekregen. Zoveel mogelijk lekker eten, naar sport kijken, iedere dag het paradijs op aarde beleven. Door de verbreiding van de nieuwe media is het consumentisme bovendien op weg alle godsdiensten te vervangen. We beleven de dageraad van de ideologische gelijkschakeling. Consumentisme is de grondslag van de nieuwe wereldorde.