De dialoog tussen kunst en politiek

Macht van Ware Woorden

Kunst en politiek raken elkaar op een veelheid van niveaus. De samenleving krijgt vorm door hun beider inbreng en het begrip ‘volksvertegenwoordiging’ is zowel op politici als op kunstenaars van toepassing. Dat vinden Hans van Houwelingen en Jonas Staal, die een debat instigeerden over goed en slecht bestuur in barre tijden.

Medium allegories  4

WE HOEVEN ER niet omheen te draaien: het niveau van het protest tegen de huidige regeringsplannen in de kunst is laag. Een marketingbureau (Thonik) wordt ingehuurd om enkele honderden mensen uit het culturele veld te laten ‘schreeuwen voor cultuur’. Vanwege de ernst van de zaak gaan zeshonderd kunstenaars ook nog een dag 'schuilen in het Rijksmuseum’ om samen het bezoekersquotum te halen en - op last van de brandweer - alle toeristen daarmee buiten de deur te houden.

Terwijl revoluties de wereld in brand zetten, dictators worden verdreven, pleinen schreeuwen tegen armoede en onderdrukking, bedenkt de cultuursector een zondags museumbezoek of wordt aan het schreeuwen gezet door een zielloos marketingbureau. Buiten onmiddellijke eigen belangen weet de sector zich niet meer te organiseren omdat het al decennia niet meer weet hoe de straten in te nemen. Er is nauwelijks meer het besef dat de straat van ons is, dat de straat het domein is om de wereld te verbeelden, hem in te nemen om anderen te bezielen.
Maar de kunstwereld draagt in steeds grotere mate een andere boodschap uit. In plaats van schepper is ze toeschouwer, consument van de creatie van anderen. Ze bevindt zich achter het glas van de kunstinstituten, de smetteloze ruimten, die doen denken aan de Apple Stores, en kijkt vandaar uit naar de wereld. De glazen vitrines, ze lijken bedoeld om elk contact met een wereld erbuiten, smoezelig en conflictueus, te onderdrukken. De kunstenaar van nu staat niet in de wereld, maar registreert hem. Niets trekt hij zich aan. Hij stelt vragen, en becommentarieert maar wil niet moraliserend zijn. Hij houdt de samenleving liever een spiegel voor en legt uit hoe dat doet denken aan beroemde beelden uit de kunstgeschiedenis. Wie dat het best doet en er de meeste voetnoten bij aandraagt en de mooiste bril en het smaakvolste colbert heeft gekozen mag Nederland dan op de volgende Biënnale van Venetië vertegenwoordigen.
Van de kunst wordt verwacht dat ze vooral niet verontwaardigd is. Terwijl verontwaardiging nu juist het enige antwoord is op een wereld die nauwelijks weet waar kunst voor staat. Elk waarachtig engagement begint met verontwaardiging. Maar in onze diplomademocratie, waarin afkomst en opleiding de onder- of bovenklasse bepalen, wordt de kunst gevraagd vooral geen actie te ondernemen.

Dan, aan het andere eind van de kunstwereld staan zij die het helemaal niet nodig vinden om te protesteren, want garen spinnen bij de huidige politiek. Zij huilen krokodillentranen over het grote culturele verlies, maar doen zich er tegelijk aan te goed. De directeur van het Rijksmuseum Wim Pijbes is in deze categorie de meest opvallende Janus, zoals blijkt in een interview met Trouw (8 januari 2011). Nog voor het nieuwe cultuurbeleid van kracht wordt neemt hij een voorschot op het korten van de instellingen in het alternatieve kunstcircuit: 'In bepaalde in zichzelf gekeerde segmenten van de kunstwereld, waar alleen maar kringgesprekken met gelijkgestemden worden gevoerd (…) was Joop van den Ende bij voorbaat verdacht omdat hij zich richtte op het grote publiek.’ Simpel bashen van 'BAK in Utrecht, De Appel in Amsterdam, Witte de With in Rotterdam en het Van Abbemuseum in Eindhoven’ helpt hem ruiterlijk in het politieke zadel, op de rug van paradepaardje Van den Ende. Dit is het momentum voor de man die de Rotterdamse Kunsthal op de kaart zette als blockbuster-paradijs en corporate gadget van Shell. Pijbes zou de agenda van staatssecretaris Halbe Zijlstra eigenhandig geschreven kunnen hebben, de een houdt ongegeneerd de deur open voor de ander.

Dit is de werkelijke elite. De elite die enerzijds het volk complimenteert voor zijn keuze zich niets aan te trekken van de prekende intellectueel, het adviseert vooral te blijven shoppen tussen Oh oh Cherso en de nieuwste Tarzan-musical, maar zelf dergelijk amusement niet serieus neemt. Dit is de elite die met een wezenloos electoraat van consumerende zombies haar eigen positie veiligstelt: zij vermijdt risico ten koste van alles. De vraag is dan: wat moet er veranderen in het landschap dat deze symptomen voortbrengt?

DE TIJD WAARIN progressieve politiek en progressieve kunst tot elkaar kwamen loopt op zijn einde. Het cultuurbeleid dat nu wordt afgebroken was het resultaat van een gezamenlijk gedragen beeld van een wereld met een emancipatorisch gelijkheidsideaal. Een status-quo van wederzijds respect zonder nadrukkelijke wederzijdse bemoeienis, een beschavingscontract. De algemeen heersende gedachte vandaag is echter dat politiek en kunst verder niets met elkaar te maken hebben. De scheiding tussen kunst en politiek geldt bijna als dogma, met als gevolg dat institutionele verstrengeling tussen kunst en politiek nooit serieus wordt onderzocht. Dat politiek niet kan bestaan zonder artistieke verbeelding zal door weinigen worden onderschreven. Integendeel, de laatste tijd radicaliseert de verstandhouding tussen de partijen die nu zelfs het nut van elkaars bestaan bestrijden. Wat rest is cynisme.

In de politiek heeft kunst de status van een pak melk, de inhoud op prijs geselecteerd, geschikt geacht voor het electoraat van burgerconsumenten. Politiek en kunst kweken op deze wijze een samenleving die het gezag van beide ondermijnt. Beide stellen een betere, rechtvaardige en betekenisvolle wereld voor, maar kweken een samenleving van gecultiveerde desinteresse.

Als het de kunst ontbreekt aan politieke visie en de politiek aan artistiek engagement kan een respectabele toekomst slechts voortkomen uit een open dialoog tussen de twee. Niet het gebruikelijke symposiumdebat met politieke leugen en artistieke promotie in kleren van de keizer maar voorbij dit protocol. Wij moeten streven naar een gesprek dat ware woorden weegt, een dialoog van ware woorden heeft een potentieel dat noch de politiek, noch de kunst afzonderlijk kan voortbrengen.

Neem in herinnering het monumentale CDA-congres van 2 oktober 2010, waarin vrijwel alle sprekers het partijbeginsel toelichtten dat regeren met de PVV uitsluit. Het electoraat luisterde de gehele dag geroerd naar de ethiek van hun partij. Een ethiek geboren uit het ondergrondse verzet tijdens oorlog. Om daarna aan het einde van de dag alsnog vóór samenwerking met de PVV te stemmen. Oprechte politici worden telkenmale ingehaald door de verpletterende gecalculeerde mechanismen die als doel hebben de huidige machtsverdeling in stand te houden.

Daglicht en macht verhouden zich slecht. De parlementaire politiek kan daarom niet zonder een buitenparlementaire tegenhanger bestaan. De volksvertegenwoordiging in de vorm van parlementariërs kan niet zonder de volksvertegenwoordigers in de vorm van kunstenaars. Tussen hen die de samenleving voorschrijven en zij die deze verbeelden, bestaat een waarachtige band. Kunstenaars scheppen ruimte, intellectueel, moreel, visueel, om in te kunnen bewegen. Zij worden er niet van weerhouden te streven naar een open samenleving, een democratie van geëngageerden, een gezamenlijk publiek domein. Zij hebben geen bestuurlijke macht, maar wel de ruimte, waar macht politici juist die ruimte ontneemt. Er is een ongekende mogelijkheid tot symbiose tussen kunst en politiek, maar de betrokkenen die deze tot stand kunnen brengen zijn in slaap gesukkeld.

We zijn de 21ste eeuw ingestapt met panische angst voor ideeën die het persoonlijke overstijgen en beschouwen collectiviteit als totalitair. De cultuursector heeft het 'voorrecht’ om een wereldbeeld te faciliteren dat alleen van individuele betekenis is, slechts een kwestie van 'smaak’ en volgt argeloos de agenda van de politiek die iedere burger privatiseert. De hyperindividualistische democratische burger is 'vrij’ te doen wat hem of haar belieft, maakt zijn eigen keuzes. Maar intussen wordt dit soevereine bestaan geheel door de belangen van anderen gedomineerd. Geen geur, beeld, tekst, debat, film of magazine bereikt ons zonder 'de vrije wil’ als ultieme marketingstrategie. Overgewicht? Uw keuze! Geen diploma? Uw keuze! Armoede? Uw keuze! Tarzan? Uw keuze! Kiefer in het Rijksmuseum? Uw keuze! De politiek is 'At Your Service!’ Dit is de politiek waar wij een antwoord op moeten geven. Een antwoord dat kritische massa verkiest boven het massaal geprivatiseerde individu.

DE PARADOXALE VERHOUDING tussen de werkelijke praktijk en ideële theorie moet open op tafel. Ware woorden, als een nieuw fundament waarop de politiek en de kunst elkaar treffen. Daarom opent op 22 april in kunstruimte W139 in Amsterdam het project Allegories of Good and Bad Government. Centraal in dit project staat een gesprek van vier dagen en drie nachten aan een stuk, van 1 tot en met 4 mei, waarin vier kunstenaars en vier politici met elkaar verblijven. Designcollectief Metahaven heeft de expositieruimte zodanig ontworpen dat hierin kan worden gediscussieerd, gegeten, geslapen, gerust, gewerkt en geëxposeerd. De deelnemers zijn: Salima Belhaj (fractievoorzitter van D66 in de Rotterdamse gemeenteraad), Carolien Gehrels (cultuurwethouder van de PVDA te Amsterdam), Mariko Peters (Tweede-Kamerlid voor GroenLinks), Michiel van Wessem (cultuurwethouder van de VVD te Arnhem) en kunstenaars Nicoline van Harskamp, Jeanne van Heeswijk, en wijzelf. Alle deelnemers leveren een politieke of artistieke case aan, die een probleemstelling in de relatie tussen kunst en politiek zichtbaar maakt, die de agenda van het gesprek gedurende deze vier dagen bepaalt.

Dit project is voortgekomen uit onze terugkerende discussie met de Amsterdamse PVDA-wethouder Carolien Gehrels over de wens af te rekenen met het ideologische vacuüm waarin zowel de kunst als de politiek zichzelf lamlegt en waarin de massale bezuinigingen op cultuur, die de huidige regering voorstaat, rechtvaardiging vinden. Wat ons bindt is de opvatting dat kunst en politiek elkaar op een veelheid van niveaus raken. Dat de samenleving vorm krijgt door hun beider inbreng en het begrip 'volksvertegenwoordiging’ zowel op politici als op kunstenaars van toepassing is. Samen ontwikkelden we de structuur voor een gesprek, die de protocollen van het huidige debat doorbreekt. En ver daar voorbij: een debat waarin verborgen agenda’s opengaan, het kunstinstituut of de politieke partij geen bescherming biedt, de klok geen uitweg biedt, persoon en ambitie samenvallen, de schellen van de ogen zullen vallen en de tong op de schoenen gaat.

De ruimte van W139 is gedeeltelijk publiek toegankelijk. Het gesprek kan niet direct worden bijgewoond maar is ter plekke op een scherm of online woordelijk te volgen. Alles wordt uitgeschreven door griffiers, zonder de vermelding wie op welk moment aan het woord is, waardoor een gezamenlijk betoog ontstaat. Met dit gedeeld auteurschap, een gezamenlijk onderschreven tekst, ontstaat een totaalkunstwerk waar alle conflict, tegenstrijdigheid, pragmatisme, oplossing, domheid en genialiteit deel van worden. Door het auteurschap achterwege te laten worden politieke, artistieke of individuele claims op het gesprek onmogelijk gemaakt.

Terwijl elders de markt van de oneliner het debat domineert, probeert Allegories of Good and Bad Government een basis te zoeken waarop leven en kunst, politiek debat en alledaagsheid in relatie tot elkaar worden gedacht en waaruit mogelijk nieuwe allianties tussen kunst en politiek voortkomen. Hoe zou het politieke proces eruitzien in handen van kunstenaars, en hoe de kunst in handen van politici?

Dit project wil een eerste cel zijn in een lang proces van vermenigvuldiging. Een eerste stap van een nieuw artistiek en politiek model, een laboratorium, een platform, waar de grenzen tussen de domeinen open gaan.

Laat hier het werkelijke schreeuwen beginnen.

* * *

Op 22 april begint het project 'Allegories of Good and Bad Government’ in projectruimte W139 te Amsterdam. Centraal staan vier dagen, 1 t/m 4 mei, waarin vier politici en vier kunstenaars dag en nacht met elkaar leven en debatteren over de (toekomstige) relatie tussen politiek en kunst. Overdag kan de tentoonstelling worden bezocht en het gesprek in tekstvorm worden gevolgd. Dit kan ook online. Op de avonden tussen 20.30 uur en 23.00 uur bent u uitgenodigd van gedachten te wisselen; www.w139.nl


Fresco, Siena, Palazzo Pubico