Machteloos

Bij de overname van Essent door het Duitse RWE lijken lagere overheden te kiezen voor de poet boven het algemeen belang. De Kamer en de minister hebben het nakijken.

OP DE WEBSITE van het energiebedrijf Essent is een videofilmpje te zien met korte flitsen van de persconferentie waarop de topmannen samen met hun Duitse collega’s van RWE de overname van het Nederlandse bedrijf bekendmaken. In slecht Engels vallen termen als historical, essential, more purchasing power, to secure the energy supply en better prices. Door de kredietcrisis denk je: waar heb ik dit eerder gehoord?
De Duitse RWE-heren hebben voor de gelegenheid fel oranje dassen om gedaan. Zouden ze dat zelf bedacht hebben en elkaar daarover de avond ervoor hebben getwitterd? Of moesten ze dat van hun communicatieadviseurs: ‘Doe nou een oranje stropdas om, dan laten we zien dat het geen vijandige overname is.’ Wat ook nog kan is dat de Nederlandse heren de dassen aan hun Duitse collega’s cadeau hebben gedaan, zo in hun nopjes als ze waren met de deal die Essent ruim negen miljard euro oplevert en ook hunzelf wel geen windeieren zal leggen.
Maar juist die dassen irriteren. Waren het oranje doekjes voor het bloeden? Want ook voor wie niet het SP-standpunt deelt dat de gehele energievoorziening, zowel het netwerk als de productie, een publieke aangelegenheid moet blijven, blijken er voldoende redenen voor een fikse dosis argwaan. De Tweede Kamer riep daarom vorige week tijdens een spoeddebat nog: stel de beslissing over de overname uit! De minister van Economische Zaken sloot zich daarbij aan.
Maar ja, de Kamer ging er niet over, de minister overigens ook niet. Het zijn lagere overheden, zoals een drietal provincies en meer dan honderd gemeenten, die de aandelen Essent in handen hebben. Zij stemmen in groten getale voor; inmiddels ook de meerderheid van de Statenleden van de provincie Brabant, de grootste aandeelhouder. Al was dat wel onder dreiging van RWE dat het bedrijf de overname ook zonder Brabant zou doorzetten. Dat RWE eerder had gezegd alleen te willen kopen bij tachtig procent van de aandelen, was ineens van tafel, waardoor bij een nee van Brabant die provincie met een minderheidsbelang zou zijn blijven zitten, wat financieel niet aantrekkelijk is. Een goede les je niet door de kleur oranje te laten verblinden.
De hele overname is een ingewikkeld verhaal. Maar de landelijke politiek dacht een paar goede voorwaarden te hebben opgesteld voor het geval Nederlandse energiebedrijven zouden worden gekocht door derden. Dat werd niet uitgesloten geacht gezien de gigantische investeringen die in de toekomst nodig zijn en waarvoor de Nederlandse bedrijven te klein zouden zijn.
Achtergrond voor die eisen is het veiligstellen dat Nederland wordt voorzien van gas en elektriciteit, hetgeen een algemeen belang is. Dat is voorwaar geen overbodige luxe in een tijd waarin de energievoorziening wordt gezien als een van de belangrijkste nationale en internationale vraagstukken. De SP ziet dat het liefst nationaal geregeld, andere politieke partijen via samenwerking op Europees niveau. Reden waarom een communicatieadviseur nationale kleuren, zoals oranje, in een das juist had moeten afraden, maar dit terzijde.
Allereerste eis is dat het netwerk, de leidingen via welke de energie bij de huishoudens en bedrijven komt, van Nederlandse energiebedrijven publiek eigendom blijft en daarom moet worden afgesplitst van het energieproductiebedrijf. Bij die splitsing mag het netwerkbedrijf niet worden opgezadeld met schulden en daardoor berooid achterblijven. Bovendien wil de Nederlandse landelijke politiek dat er eerlijk zaken moet kunnen worden gedaan en dus dat ook de kopende partij haar hoofdnetwerk moet hebben afgesplitst. In Duitsland en Frankrijk denken ze daar overigens anders over. Voorts moet die andere partij duurzaamheid hoog in het vaandel hebben, anders kunnen nationale doelstellingen ten behoeve van het klimaat niet worden gehaald en blijft de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te groot.
Laten er nou bij de overname van Essent door RWE op alle drie deze punten problemen zijn. Het splitsingsplan is nog niet goedgekeurd, de koper bezit zelf wel een hoofdnetwerk en bovendien heeft die koper de reputatie niet zo van duurzaamheid te zijn. Het investeringsplan dat aan dat laatste een gunstige draai moest geven om enkele provinciale staten over de streep te trekken, is door een accountant van een bekend kantoor bekeken, op grond waarvan dat plan door GroenLinks in het parlement vervolgens is afgedaan als gebakken lucht.
Maar de lagere overheden hebben er blijkbaar lak aan. De miljarden lonken. Weg het algemeen belang dat niet onmiddellijk in geld is uit te drukken. De Haagse hand van de PVDA roept: let op de duurzaamheid, de andere hand ziet liever euro’s. De ministershand van het CDA roept: wacht nog even tot het splitsingsplan is goedgekeurd, de andere hand ziet liever euro’s. Het roept de vraag op: waarom deze haast, wat steekt daar achter?
Uiterlijk komende dinsdag moet CDA-minister Maria van der Hoeven beslissen of het splitsingsplan van Essent door de beugel kan of nog aanpassingen behoeft. Is ze niet op tijd, dan heeft ze er niets meer over te zeggen. Dan kan ze politiek zwaar weer verwachten, want het toch al machteloze Den Haag is dan ook een laatste middel om nog iets van de eisen te kunnen redden uit handen geslagen. Maar ook als het zo ver niet komt, is het een veeg teken dat zo kort voor de deadline de minister én het overgrote deel van de Kamer moeite hebben met deze overname. Dat heeft niets met een nationalistisch Oranjegevoel te maken, maar met het niet nakomen van terecht gestelde eisen. Als het de Kamer om het algemeen belang te doen is, had ze er zelf voor moeten zorgen dat lagere overheden en energiebedrijven die eisen niet aan hun laars kunnen lappen. Nu blijft ze, alweer, machteloos achter.