Dagboekfragmenten van een arts in kamp Moria

Machteloos

Floor Klungers is tropenarts in opleiding en werkt tijdelijk in het vluchtelingenkamp Moria op het Griekse eiland Lesbos voor Medical Volunteers International. Voor De Groene Amsterdammer hield ze een dagboek bij.

Twee Syrische families uit Aleppo and Idlib in kamp Moria op het eiland Lesbos, op 7 maart 2020. © Louisa Gouliamaki / AFP

9 maart 2020, aan de haven in Mytilini

Het dorpje Mytilini is vredig, na één week voel ik me hier al thuis; ik weet de naam van de bakker waar ik elke dag een heerlijk feta-spinaziebroodje koop. Ik loop door de vredige haven, in de verte zie ik Turkije. Het lijkt zo dichtbij. Ik kan bijna niet geloven dat zoveel mensen sterven in dit kleine stukje zee.

Ik twijfel of ik een vriend die ik hier ontmoet heb, die ook vluchteling is, zal vragen naar zijn reis, naar de tocht die hij gemaakt heeft. Ik ben nieuwsgierig, maar ik wil hem niet dwingen om nare herinneringen en trauma’s naar boven te halen. Ik wacht totdat hij het mij zelf wil vertellen, er zal vast wel een moment komen.

Op een dag lopen we samen langs het water. Het is het einde van de middag, windstil. Hij zegt dat vandaag een goede dag zou zijn om de oversteek te maken. De zee is erg rustig vandaag. Ik vraag aan hem waarom het zo gevaarlijk is, de oversteek. Hoe kan het misgaan in zo’n vredige zee?

Na zijn verhaal begrijp ik het. Hij wist dat hij het risico liep, maar hij nam de keuze. Hij zegt dat god hem heeft beschermd, dat god de controle heeft en besloten heeft dat hij het zal overleven.

Mensen betalen veel geld; als je op een scooter kunt rijden, mag je de rubberen boot besturen. Het kan alleen in de nacht. Je moet de richting op gaan van het rode lampje dat vanuit Turkije op de grote berg in Lesbos te zien is. Het is oppassen voor de Turkse politie, sommige mensen hebben meer dan twintig keer geprobeerd de overtocht te maken. Een paar dagen in de gevangenis en dan een volgende poging. Er is geen andere keus dan hoop. Als je geen keuze hebt, kun je niets anders dan zwemmen.

18 maart 2020, op het balkon in ons grote vrijwilligershuis

Ik ben kapot na een drukke werkdag. Soms gefrustreerd omdat ik niet de zorg kan leveren die de meeste mensen verdienen. Gelukkig is de sfeer in de kliniek goed en slepen we elkaar erdoorheen, met alle grappen die we maken, en door elkaar te vertellen dat we goed bezig zijn. Vandaag zag ik mevrouw Khawali, veertig jaar oud. Ze kwam met maagpijn en reflux-klachten. In Nederland geven we eerst levensstijladvies, een extra kussen voor de nacht, raden we aan geen te koffie drinken, niet pittig te eten en niet direct voor het slapen gaan te eten. Maar het is ramadan, ze slaapt op de grond, er is geen koffie en er valt niet zoveel te kiezen qua eten. Zal ik dan toch maar pragmatisch zijn en een maagtablet geven? vraag ik me af. In Afghanistan ben je niet bij de dokter geweest als je niet terugkomt met een grote zak medicatie.

13 april 2020

Er komt een netjes geklede man binnen van een jaar of zestig. Hij doet me aan mijn buurman denken. De vertaalster zegt dat hij bang is om zijn knieën kwijt te raken. Ik begrijp niet goed wat hij bedoelt. Als ik doorvraag vertelt hij dat hij te veel pijn heeft om in de eindeloos durende rij te moeten staan voor eten. Hij zegt dat een andere dokter heeft verteld dat hij een MRI moet krijgen van zijn knieën. Hij vraagt om een verwijzing naar het ziekenhuis, maar er is hier geen MRI en helaas is het ziekenhuis voor vluchtelingen alleen open voor spoedeisende zorg. Ik zie nu geen aanwijzingen voor een acute infectie, daarmee kan ik hem hopelijk wat geruststellen. Hij vraagt of ik een speciale aantekening kan maken, dat hij niet in de rij hoeft te staan voor het eten. Ik moet helaas weer nee zeggen. Ik kan hem vandaag alleen goede pijnstilling geven, en de hoop dat hij op een betere plek een beter onderzoek van zijn knieën kan krijgen.

4 mei 2020, op het strand achter ons huis

Afgelopen weekend hebben we een onderwijsdag gehad van Maria, een van de ic-verpleegkundigen. Zij heeft zich verdiept in mentale gezondheidsklachten. Ze was een tijdje de enige zorgverlener en heeft zichzelf in het diepe gegooid. Ik heb zoveel respect voor het feit dat ze hier al anderhalf jaar is en dit werk kan volhouden met zoveel passie en kracht. We hingen aan haar lippen en hebben ontzettend veel van haar geleerd. Ze heeft mijn ogen geopend voor de vele problemen die we hier zien en die eigenlijk voortkomen uit psychische klachten.

De eerste patiënt die ik vandaag zag, was mevrouw Quraishi. Ze had algehele lichaamspijn, nekpijn en hoofdpijn. Ze vertelt dat ze alleenstaande moeder is van vijf kinderen, en ze maakt zich zorgen om de veiligheid en gezondheid van haar kinderen. Haar man sloeg haar en daarom is ze gescheiden. Als ik vraag of ze soms een moment voor zichzelf heeft, zegt ze dat ze zich geen zorgen maakt om zichzelf, maar om haar kinderen. Ze is bang voor de gevechten die er in het kamp zijn en ze staat altijd op scherp om haar kinderen te beschermen. Ik zeg haar dat ze sterk is, dat ze hier al is gekomen. Het was zo fijn voor haar geweest als Bekky’s Bathhouse open zou zijn, iets buiten het kamp, waar vrouwen even een moment voor zichzelf kunnen nemen; een schone douche, lekkere zeep. Helaas, vanwege de lockdown is het nu gesloten.

10 mei 2020

Ik hoorde altijd dat mensen vluchten voor betere leefomstandigheden, dat mensen graag naar Europa willen omdat het leven daar beter is. Maar sinds ik hier ben, besef ik dat het niet klopt. Niemand wil naar Europa, niemand wil weg uit zijn eigen land. Maar mensen moeten wel, ze moeten kiezen tussen de dood en rennen. Eigenlijk is dat geen keuze. Ik vraag vaak aan mensen of ze een voorkeur hebben voor waar ze naartoe zouden gaan. Het antwoord is altijd: een veilige plek.

Zo ook Hyfa Mohamed, een verpleegkundige uit Syrië. Ze vertelt me over Kabul; een mooie stad, een groene stad. Ze groeide op op een boerderij, een veilige rustige plek. Ze vertelt dat ze hier niet kan slapen in de nacht. Er zijn altijd geluiden, ze is nooit alleen. In de nacht is ze bang dat er iets gestolen wordt uit haar tent. Ze heeft van een groot touw een soort slot gemaakt. Ze was 24 jaar toen ze haar stad verliet. Nu is ze 31. Ze heeft nu drie kinderen, en een kind verloren tijden de reis.

Ik verbaas me over de enorme gastvrijheid hier in het kamp. Over de warmte van de mensen, die ons ontvangen in hun tent. We worden bij vrienden van vrienden uitgenodigd. We hebben koekjes meegenomen. Ik twijfel of we het voedsel moeten eten dat ze ons met liefde geeft, of het onbeleefd is om het niet te eten. Ik neem beleefd een paar hapjes maar meer durf ik niet te eten, omdat ik weet dat ze niet altijd ontbijt, lunch én avondeten kan eten.

Haar grote droom is dat ze weer kan werken als verpleegkundige. Nu is ze alleen maar bezig met het huishouden, koken en voor haar kinderen zorgen. Ze wil graag meer doen en haar hersenen gebruiken. Ze hoopt dat haar kinderen naar school kunnen gaan. We luisteren naar haar verhaal, hopen met haar mee en geven haar oordopjes.

15 mei 2020

Ik heb het gevoel dat ik niet weg kan gaan. Het is zo bijzonder met de mensen waarmee ik hier ben. De kleine groep artsen en verpleegkundigen zijn mijn nieuwe familie. Ik begin van ze te houden. Met een aantal had ik al vanaf het eerste moment een heel bijzondere klik. Het voelde alsof ik hier moest zijn; op dit moment, op deze plek, met deze mensen. Ik heb nog nooit zoveel geleerd. Over de wereld, over mezelf. Het is de hele wereld op een eiland in de oceaan. Waar alle culturen samenkomen, alle ellende, maar ook alle kracht en al het moois waar mensen wel niet toe in staat zijn. Het lijkt soms wel een droom. Ik weet dat het niet voor altijd is, want zo is het leven. Alles verandert.

Alle andere zorgen, waar we ons in Nederland soms druk over maken, lijken zo onbelangrijk.

Ik voel me vaak ontzettend machteloos. Ik kan de wereld niet veranderen. Soms snap ik niet dat mensen elkaar niet helpen. Natuurlijk is dit niet het enige kamp. Maar 20.000 mensen is te veel op deze plek, en als je ze over heel Europa zou verspreiden is het weinig. Het kan ieder mens gebeuren dat hij moet vluchten. Ik hoop dat als ik zelf in nood ben, er ook iemand klaarstaat om mij een veilige plek te bieden.

17 mei 2020

Ik zit in het vliegtuig; uitzicht over het prachtige zonnige eiland, helderblauwe zee en alle witte Griekse huizen die steeds kleiner worden. Het is voor mij tijd om Lesbos te verlaten. Ik heb ontzettend veel geleerd in de afgelopen tweeënhalve maand. Het voelt alsof ik jaren ouder ben geworden. De hele wereld op een eiland. Soms voelt het als een droom van vele jaren. Ik heb geleerd om anders te kijken. Ik ben me bewust geworden van mijn eigen bril, die ik draag en waarmee ik de wereld zie. Alles is projectie en hangt af van de bril die je op hebt. Ik probeer meer met een open mind de wereld te zien. Zonder oordeel. Iedereen die ik heb ontmoet heeft mij zoveel geleerd. Ieder mens is prachtig en maakt zijn eigen reis, hoe moeilijk die ook kan zijn.

Ik heb me verbaasd over wat mensen elkaar wel niet aandoen en hoe mensen hun ogen voor deze omstandigheden kunnen sluiten. Zo zei iemand: ‘We zijn allen kinderen van god en het zijn mensen die grenzen hebben gemaakt.’

Ik heb zoveel respect voor de kracht in de mensen die ik heb ontmoet. Het is een les voor de rest van mijn leven. Ik hoop dat ik hiermee anderen kan inspireren.

Ik heb een aantal moeilijke dagen achter de rug; de pijn dat de wereld niet in mijn handen lig; dat ik een nietig mens ben die de wereld niet kan veranderen. Ik heb geleerd te accepteren wat ik niet kan veranderen. Maar wat in mijn macht ligt, is een steentje bij te dragen. Of mensen een andere bril op te laten zetten.

Dat je alleen jezelf onder controle hebt, je eigen handelen, en dat als je vanuit liefde handelt, het het juiste is. Dat je liefde voor jezelf moet hebben, om iets voor een ander te kunnen betekenen.

Ik ben ontzettend dankbaar voor de vrijheid die ik heb om te reizen, het gemak waarmee ik in een vliegtuig kan stappen en de wereld rond kan gaan. Dat ik op op dit moment en op deze plek in veiligheid en vrijheid geboren ben. Heeft het dan zin om me schuldig te voelen, om hier geen gebruik van te maken? Ik denk dat ik deze positie moet gebruiken om mijn weg te volgen en mijn bijdrage te leveren aan de wereld en aan de aarde. Het is tijd voor de volgende stap.

Het doet pijn om mijn eigen pad te volgen, om los te laten. Maar het is de enige manier om verder te komen. Ik heb geleerd dat het leven geen toeval is, dat je naar je eigen kompas moet luisteren, dat is altijd de goede richting, daar ligt het antwoord op alle vragen. Ik ben veranderd als persoon en ik hoop dat ik niet terugval in de waterkolk van het Nederlandse leven.

Ik ben erachter gekomen waarom ik reis: om niet aan de patronen te willen voldoen van de Nederlandse maatschappij. Dat is niet mijn leven. Het is belangrijk om het leven te volgen dat voor jou belangrijk is, pas dan kun je een bijdrage leveren aan de wereld. Zo is iedereen op aarde gekomen om zijn eigen bijdrage te leveren.

Het leven is een reis, je weet nooit waar naartoe. Alleen het huidige moment zal leiden tot de juiste bestemming.


De namen zijn gefingeerd