H.J.A. Hofland

Machteloos in Syrië

Het dagelijks bloedbad op de televisie, beschieting van woonwijken, close-ups van lijken en zwaargewonden, de weigering van Rusland en China om in de Veiligheidsraad het optreden van het Syrische leger te veroordelen, de foto’s van de altijd onberispelijke president Assad met zijn uitgestreken gezicht - alles werkt eraan mee om de westerse publieke opinie rijp te maken voor een geestdriftige steun aan een militair ingrijpen.

Guy Verhofstadt, vooraanstaand Belgisch politicus in het Europees Parlement, schreef een open brief met opbouwende voorstellen. ‘We moeten nu handelen om het Syrische volk te verlossen van het onwettig en crimineel regime van Bashar al-Assad. We moeten alle opties overwegen. Het is tijd om in actie te komen.’
Intussen krijgen de opstandelingen al hulp, van hun geloofsgenoten, de soennieten in Irak, waarschijnlijk met wapens en in ieder geval met de eerste betogingen in de bevriende steden. Sinds het begin van de Arabische lente weten we dat een volksbetoging op een plein het begin van een omwenteling kan zijn.
Geen westerse inlichtingendienst heeft vorig jaar de revolutionaire bewegingen in de regio zien aankomen. Zo'n wonder is het niet dat we intussen wat voorzichtiger zijn geworden. En de toestand wordt nog ingewikkelder. Sinds een paar dagen weten we dat al-Qaeda de opstand steunt. Vanwaar die vriendschap? Zullen de terroristen een poging doen het verzet te annexeren? Is er enige kans van slagen? Zou het, deze mogelijkheid in aanmerking genomen, dan niet verstandiger zijn een paar schietgebedjes ten behoeve van Assad te doen?
Ja, waarom wordt er door het Westen niets gedaan? Omdat zo'n interventie een toch al hoogst ingewikkelde situatie nog gecompliceerder zou maken waarbij waarschijnlijk nog meer doden zouden vallen; omdat een uitbreiding van het conflict tot andere landen in de regio dan niet denkbeeldig is; en ten slotte omdat de vorige twee interventies, in Afghanistan en Irak, tot desastreuze gevolgen hebben geleid. Voldoende redenen om aan het afgrijzen bij de televisie geen vervolg te geven. Anders gezegd: het ontbreekt het Westen aan macht en uithoudingsvermogen om met militaire hulp de Syrische burgeroorlog in wording tot een goed einde te brengen.
Bovendien zouden we, om te beginnen bij een interventie uit de lucht zoals in Libië, niet weten aan welke partij we onze steun geven. Door allerlei tegenstellingen tussen geloofsrichtingen, sektarische bewegingen, stammen, belangengroepen en niet te vergeten de christenen die Assad steunen, is de situatie in Syrië buitengewoon onoverzichtelijk. Ik ben geen Syrië-kenner, ik raadpleeg de deskundigen van andere kranten in Nederland en het buitenland. Daaruit ontstaat een volstrekt onsamenhangend beeld. De oppositie mag omvangrijk zijn, maar is ook chaotisch. 'Een kiftend gezelschap van emigranten met beperkt gezag’ en in het land zelf 'een samenraapsel van milities, benden en het Vrije Syrische Leger dat voornamelijk uit deserteurs bestaat’. En terzijde daarvan het sektarische conflict tussen de alawieten met de soennieten als de gezworen vijanden.
Intussen heeft de ervaring van het afgelopen jaar geleerd dat de partij van de president nog op substantiële steun kan rekenen. Assad is niet door het woedende volk weggejaagd. En ook uit het feit dat Rusland en China hem steunen blijkt dat het zittend gezag niet als een verloren zaak kan worden beschouwd. De Russen hebben bovendien hun eigen specifieke belang in Syrië: hun enige vlootbasis aan de Middellandse Zee. Volgens de Amerikaanse politieke analist Robert Danin, van de Council on Foreign Relations, geciteerd in NRC Handelsblad, is Rusland het enige land dat nog invloed heeft in Damascus. Voor het Westen een reden te meer om afstand te bewaren, ook al mag dat hier door velen als een bewijs van wreedaardige onverschilligheid worden beschouwd.
Blijven de bloedige taferelen iedere avond op de televisie. Voor onze ogen wordt de stad Homs aan puin geschoten. De indirecte gevolgen zijn niet te zien, maar we kunnen er zeker van zijn dat door deze halve of hele burgeroorlog het hele land langzaam maar zeker verder wordt ontwricht. Honger, gebrek aan medische zorg, al die ellende zullen we nog op de televisie te zien krijgen als het zo doorgaat. Natuurlijk wordt onze publieke opinie daardoor beïnvloed. Guy Verhofstadt heeft met zijn open brief zich waarschijnlijk tot spreekbuis van een groeiende stroming in de openbare mening gemaakt. Maar verwar een groot medelijden, een massaal gevoel van solidariteit, nooit met een uitvoerbare buitenlandse politiek. Het Rode Kruis heeft deze week de Nederlanders opgeroepen geld te storten voor de Syriërs in nood. Medicijnen, voedselpakketten, kleding, matrassen, alles is welkom. Dat wordt dan allemaal aan de zusterorganisatie, de Rode Halve Maan, in Syrië gegeven, waarna we hopen dat het goed terechtkomt. Hoe onbevredigend ook, dit is het enige wat erop zit: de buitenlandse politiek van de collectebus.