Machteloos in Syrië

Niemand kan in dit stadium nog zeggen hoe de strijd in Syrië zal verlopen, maar langzamerhand kunnen we ons wel aan een voorspelling over het volgende bedrijf wagen. Het regime van Bashar al-Assad heeft zijn beste tijd gehad. Geen politieke leider kan het zich veroorloven dat zijn gezag zo lang en zo grondig wordt uitgedaagd. En de rol van de natie als machtsfactor in de regio is uitgespeeld.

Grote delen van de belangrijkste steden, de infrastructuur en de productiemiddelen zijn verwoest, meer dan tweehonderdduizend mensen zijn op de vlucht, en de wederopbouw zal jaren in beslag nemen. Hoe dan ook, de tijd van Assad is in internationaal opzicht voorbij. Dat is de blijvende invloed van dit drama. De tijd is aangebroken om een nieuwe vraag te stellen. Welke vorm zal die invloed krijgen?

Op het ogenblik doet het Syrische strijdtoneel in de verte denken aan de Spaanse Burgeroorlog waarin strijdkrachten van de Duitse nazi’s Franco’s fascisten kwamen helpen terwijl de Sovjet-Unie en Mexico de linkse republikeinen steunden. De Syrische minister van Buitenlandse Zaken, Al-Moallem, was op bezoek in Teheran. Hij beschuldigde Egypte, Irak, Libië en Tunesië ervan vrijwilligers over de Turkse grens te sturen. Verder zei hij dat landen als Qatar, Saoedi-Arabië en Turkije met Israël samenwerken om de Syrische regering ten val te brengen. Wie weet wat er nog meer gebeurt. Maar paranoia is vaak het laatste stadium van een regime in ondergang. In dat geval zouden de beschuldigingen een bevestigende functie hebben.

In deze misschien beslissende fase van de Syrische machtsstrijd mogen we ons de vraag stellen wat de betekenis van het land voor het Westen is, ervan afgezien dat we na de Olympische drama’s iedere avond op de televisie nog een paar minuten de gewonden, de lijken en de puinhopen in de Syrische steden te zien krijgen en ‘Allah is groot’ horen roepen. De vorige week hadden we even een directe Nederlandse verbinding, door de fotograaf Jeroen Oerlemans, die door soldaten van Assad gevangen was genomen, geblinddoekt was opgesloten tot hij door soldaten van het Vrije Syrische Leger was bevrijd en voor Nederlandse camera’s zijn verhaal kon vertellen. Daarna kwam de samenvatting van de medaillewinnaars. Heeft het nog zin dat we ons in het Syrische drama verdiepen?

Ik probeer een wat ruimer verband te schetsen. In The Guardian (27 juli) wordt een adviseur van president Obama geciteerd. ‘Na Assad zal Syrië niet imploderen maar exploderen’, zegt hij. Na zijn val zal de Syrische meerderheid van soennieten wraak nemen op de gemeenschap der alawieten waaruit Assad voortkomt, en op de christelijke bondgenoten. Onder de opstandelingen bevindt zich volgens de deskundigen (op wie we in dergelijke gevallen maar moeten vertrouwen) een toenemend aantal jihadisten en aanhangers van al-Qaeda. Het is niet uitgesloten dat verzetsgroepen onderling een rekening te vereffenen hebben. In dat geval liggen er nieuwe bloedbaden in het vooruitzicht, waarbij het Westen opnieuw niet tussenbeide zal komen. In Libië hebben we vanuit de lucht nog geholpen om Kadhafi ten val te brengen en daarmee bleek de lust tot interventie te zijn uitgeput.

Dat is de voornaamste les van Irak en Afghanistan, de laatste conclusie die we uit de acht jaar wanbeheer van George W. Bush hebben getrokken. Dat heeft verregaande consequenties. Onze strijdkrachten kunnen geen langdurige oorlog meer voeren, er is geen geld meer voor en de publieke opinie wil het niet. En dus komen uit de politiek geen initiatieven meer. Dat heeft de ontwikkeling van de Arabische lente ons geleerd.

Aan de andere kant houdt het Westen het grootste belang bij de uitkomst van deze burgeroorlog. Syrië is een trouwe bondgenoot van Iran, steunt het land in zijn streven een kernmacht te worden. En hier krijgt de komende maanden de opstand een functie in de Amerikaanse binnenlandse politiek. De Republikeinse presidentskandidaat Mitt Romney heeft vorige week vurig het recht van Israël verdedigd om een preventieve aanval op Iran te ondernemen als dat land zich daadwerkelijk tot een kernmacht zou ontpoppen. Obama is niet van plan de Israëli’s in de steek te laten maar hij stelt zich wat gereserveerder op. Het mag absurd klinken, maar als Assad het nog een paar maandan volhoudt is het niet uitgesloten dat hij nog een rol in de Amerikaanse verkiezingsstrijd zal spelen.

Maar ook als hij morgen zou verdwijnen waren de problemen nog lang niet opgelost. De Syrische strijdkrachten beschikken over chemische wapens. Welke groepering van het verzet zou na de val van Assad daarover de beschikking krijgen? Al weer zijn er deskundigen die niet uitsluiten dat ze in handen van de vrienden van Hezbollah zouden vallen. Dat kan dan de volgende oorzaak van een verrassende escalatie zijn.

De kern van het Syrische vraagstuk is dat geen van de strijdende partijen, geen van de belanghebbende buitenstaanders en geen deskundige een oplossing weet voor een chaos die met de dag ingewikkelder wordt. Dit is de diepste oorzaak van de onmacht en dus de lijdzaamheid der talrijke belanghebbenden.