Machteloosheid

Crisis, aanslagen, globalisering, grote werkloosheid, toenemende armoede, stijgende zorgkosten – er heerst een diep gevoel van machteloosheid bij veel mensen in de Europese Unie. En daar spelen nieuwe partijen als Syriza en Podemos op in.

Het rechtse Front National van Marine Le Pen won zondag in het Franse departement Doubs de eerste ronde van tussentijdse verkiezingen om een zetel in het nationale parlement. Een dag daarvoor had in Spanje de linkse protestpartij Podemos bij een demonstratie in Madrid een groot plein bomvol aanhangers gekregen. Zes dagen daar weer voor won in Griekenland de linkse partij Syriza de parlementsverkiezingen en is de leider van deze partij, Alexis Tsipras, inmiddels premier. In Nederland staat in de aanloop naar de Provinciale-Statenverkiezingen de rechtse pvv van Geert Wilders hoog in de peilingen.

Welkom in het Europa van 2015.

Op de Haagse wandelgang verwelkomde een Kamerlid de overwinning van het Griekse Syriza met het woord ‘fantastisch’. Toen er werd doorgevraagd wat hij er zo fantastisch aan vond, was het antwoord: omdat het de macht breekt van de gevestigde partijen. Dat was, onbedoeld, ook meteen kort samengevat wat bovenstaande partijen met elkaar gemeen hebben: ze willen oude machten breken. Toch zal datzelfde Kamerlid het woord fantastisch niet in de mond nemen als in juni Le Pen de Franse parlementsverkiezingen wint of, dichterbij, wanneer Wilders zich in maart de winnaar kan noemen van de Statenverkiezingen.

Want naast de overeenkomst dat deze partijen de macht willen breken van ‘oude’ politieke partijen die – elkaar afwisselend – deze al decennia in handen hebben, zijn er ook verschillen. Wat is het belangrijkst om op te focussen? Op de overeenkomsten of op de verschillen?

Een verschil tussen de ‘nieuwe’ partijen is dat het Front National en de pvv groot worden door de immigratie als de veroorzaker van veel maatschappelijke problemen af te schilderen, terwijl Syriza en Podemos aanhang winnen met forse kritiek op de manier waarop de gevestigde partijen de economische crisis hebben aangepakt waardoor de armoede en werkloosheid in hun land groot blijven. In het noorden van Europa heeft de buitenlander het gedaan, in het zuiden zijn het grote geld, de banken en de schuldeisers de boosdoener.

Toch schuilt in dit verschil een overeenkomst. De dreiging komt volgens deze partijen steeds van buiten: van de buitenlanders dus of van de trojka, de bijnaam voor de Europese Unie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds die gezamenlijk geld terugeisen van de miljarden aan leningen en daarnaast ook ingrijpende hervormingen willen.

De diepere overeenkomst daar weer achter is steeds de grote rol van de Europese Unie en de afnemende rol van de nationale politiek. De opkomende partijen, om ze voor het gemak maar even onder deze noemer samen te vatten, zeggen graag dat zonder EU Nederland zelf kan beslissen de grenzen te sluiten voor buitenlanders! Of dat zonder EU Griekenland tenminste zelf kan beslissen minder hard te bezuinigen!

Waar al deze partijen op inspelen is een diep gevoel van machteloosheid bij veel mensen in de Europese Unie, of die nou in het noorden wonen of in het zuiden, in het oosten of het westen. Crisis, aanslagen, globalisering, grote werkloosheid, toenemende armoede, stijgende zorgkosten, noem maar op, het voelt als een lawine, het komt op mensen af, overspoelt ze. Wie nu roept: ‘Ho, daar wordt wel heel veel op één hoop gegooid’: de overeenkomst is dat veel mensen door dit alles het gevoel hebben geen greep meer op hun eigen leven te hebben. Het is niet voor niks dat de Spaanse protestbeweging zichzelf Podemos heeft genoemd, ‘We kunnen’.

Dat het Yes, we can in de praktijk kan tegenvallen, heeft president Barack Obama in de Verenigde Staten ondervonden. Tussen droom en daad…, inderdaad. Maar dat neemt niet weg dat veel mensen er behoefte aan hebben, aan een droom. In Nederland speelt Wilders daarop in met zijn dromen over ‘minder, minder, minder’ en ‘Nederland uit de euro’.

Voor de oude partijen, de middenpartijen, de partijen die al decennia in wisselende samenstellingen aan de macht zijn, is dromen veel ingewikkelder. Uit ervaring weten ze hoe weerbarstig de praktijk is, hoe klein de stappen zijn die je per keer kunt nemen en hoe technocratisch vaak de oplossingen. Daar is niks meeslepends aan.

Sommige partijen zijn daarnaast mogelijk ook corrupt. Die zijn te afhankelijk van het grote geld en dromen waarschijnlijk van heel andere zaken dan hun potentiële kiezers. Weer andere weten mogelijk niet buiten de oude kaders van economische groei, consumentisme en bruto binnenlands product te dromen en komen met oplossingen die de kiezer wantrouwend maken omdat ze zo bekend voorkomen.

Voor de oude partijen is de verleiding groot om op de verschillen tussen de nieuwe partijen te focussen. Dat de ene zich afzet tegen buitenlanders en de andere tegen de oplossingen voor de crisis. Dat de een wil dat Europa de schuldenlast van een lidstaat kwijtscheldt en de ander dit juist zal aangrijpen om zich nog harder tegen Europa uit te spreken. Door die verschillen lijken de nieuwkomers minder bedreigend.

Maar de oude partijen doen er verstandiger aan de gemeenschappelijke deler te zien. En dan verder te kijken dan de Europese Unie en het opspelend nationalisme als boosdoeners. Mensen zijn de greep op hun leven ook kwijtgeraakt door ontwikkelingen als het verregaande marktdenken en kapitaal dat over de wereld flitst en zich onttrekt aan de invloed van overheden. Zolang daar geen oog voor is, kunnen oude partijen de nieuwkomers van valse dromen betichten, maar zullen veel mensen daar graag in geloven. Beter een droom, dan geen droom.