Machtsbasis

De liberalen zijn bezig aan een opmars. Ze veroveren belangrijke posten, van burgemeesters tot secretarissen-generaal. In het verleden werd geklaagd over de almacht van het CDA – nu lijkt de VVD aan de beurt.

Medium groene den haag machtsbasis.jpg

Gevoel voor humor kun je vvd’ers niet ontzeggen. Direct nadat vvd-Kamerlid Anouchka van Miltenburg vorige week door haar collega-Kamerleden tot voorzitter van de Tweede Kamer was gekozen, grapte een partijgenoot van haar: ‘En nu de koningin nog vvd.’

Nu een vvd’er de voorzittershamer hanteert in de Tweede Kamer bekleden de liberalen drie in het oog springende Haagse posities: het premierschap en het voorzitterschap van beide Kamers, want ook de voorzitter van de Eerste Kamer is een liberaal.

Je moet terug naar eind jaren tachtig om een vergelijkbare situatie te vinden. Tussen 1989 en 1991 leverde het cda zowel de minister-president als de voorzitter voor beide Kamers. Sterker nog: ook de vice-president van de Raad van State was destijds een cda’er. Eigenlijk had die vvd’er vorige week moeten zeggen: ‘En nu de koningin én de onderkoning nog vvd.’ Want de vice-president van de Raad van State is op dit moment cda’er Piet Hein Donner.

De opmars van de liberalen op belangrijke posten is niet vanzelfsprekend. Dat de vvd sinds 2010 de grootste partij is, zou immers in theorie niet meer voldoende verklaring moeten zijn. De Kamervoorzitters worden nu gekozen door hun collega’s en niet meer naar voren geschoven vanuit de spreekwoordelijke achterkamertjes zoals in de gloriejaren van het cda nog wel het geval was. Dus de Kamer heeft het mede aan zichzelf te danken dat de vvd deze drieslag kon maken.

Bijzonder is wel dat die opeenstapeling van functies eind jaren tachtig werd gezien als een te groot stempel dat het cda overal op probeerde te drukken. De uitspraak van voormalig cda-Kamerlid Joost van Iersel, ‘We run this country’, werd in die jaren niet voor niets steeds weer aangehaald als bewijs dat de christen-democraten overal hun eigen mensen neerzetten. Die zin was door Van Iersel overigens anders bedoeld. Hij had namelijk gezegd: ‘We just run this country’, en daarmee willen uitleggen dat het cda geen grote maatschappelijke omwentelingen voorstond.

Als dat stempel toen te groot was, dan zou dat ook nu moeten gelden. Uitgangspunt daarbij is dat in een democratie met een meerpartijen­stelsel en coalitieregeringen niet één partij al deze functies moet bekleden. En ook niet zou moeten willen bekleden. Wie vraagt waarom de vvd dan vorige week toch meedeed aan de verkiezing voor het voorzitterschap van de Tweede Kamer krijgt te horen dat Van Miltenburg zich kandidaat stelde wegens gebrek aan kwaliteit van de andere kandidaten. De achterliggende boodschap is dat als de pvda een betere kandidaat dan Khadija Arib naar voren zou hebben geschoven Van Miltenburg geen gooi naar het voorzitterschap zou hebben gedaan.

Iedereen die op Van Miltenburg stemde, had daarvoor zo zijn eigen redenen: vanwege haar kwaliteiten, omdat ze een vrouw is, omdat ze tenminste geen pvda’er is, omdat ze in ieder geval geen allochtoon is. Maar houden ze wel in de gaten of de vvd gestaag haar machtsbasis, haar invloedssfeer aan het uitbreiden is? Neem bijvoorbeeld het aantal burgemeestersposten. Van de dertig benoemingen dit jaar, de waar­nemersposten niet meegerekend, zijn er tien voor de vvd, tien voor het cda, zes voor de pvda en de overige vier voor kleine partijen. Het cda levert in totaal nog steeds de meeste burgemeesters, maar de vvd is de pvda in dat ranglijstje inmiddels voorbij.

Opmerkelijk is ook dat de vvd relatief grote gemeenten weet binnen te halen, dit jaar bijvoorbeeld Zoetermeer en Hengelo. De vvd is duidelijk aan een inhaalmars bezig. In 1998 had een kleine twintig procent van de inwoners een burgemeester van vvd-huize, tegenover ruim 36 procent die een cda-burgemeester had. Inmiddels is de vvd met bijna 27 procent de christen-democraten op een half procentpunt genaderd. De pvda voert overigens nog altijd dit lijstje aan en levert een burgemeester voor ruim 35 procent van de inwoners.

Ook burgemeestersposten worden tegenwoordig niet meer in achterkamertjes verdeeld. Burgemeesters zijn weliswaar nog wel door de Kroon benoemd, maar die benoeming volgt de voordracht vanuit de gemeenteraad. Ook hier geldt dus dat de grootste politieke partij in Nederland zichzelf niet de bal kan toespelen. Maar wat ze wél kan doen is ervoor zorgen dat ze voldoende geschikte kandidaten heeft voor dat soort functies. En daar werkt de vvd bewust aan. Al voordat ze in 2010 de grootste partij werd.

Een actuele vraag is of de vvd ook bewust werkt aan het blauw kleuren van de ambtenarij. In Den Haag zijn de meeste secretarissen-generaal, de hoogste ambtenaar op een ministerie, lid van een politieke partij, maar die politieke kleur verandert niet mee met de minister. Nederland kent, formeel althans, geen politieke benoemingen van ambtenaren.

vvd-minister Ivo Opstelten krijgt binnenkort een andere partijgenoot als secretaris-generaal op zijn ministerie van Veiligheid en Justitie. Ook de liberaal Uri Rosenthal kreeg een hoogste ambtenaar van vvd-huize tijdens zijn ministerschap. De vvd’er Mark Rutte heeft sinds vorig jaar op Algemene Zaken echter een secretaris-generaal die lid is van d66 en de hoogste ambtenaar op het ministerie van de liberaal Henk Kamp is sinds begin deze week een pvda’er. De bewering dat de vvd de voorkeur heeft voor partijgenoten op hoge posten lijkt daarmee niet onaannemelijk, maar komt in een ander daglicht te staan voor wie bedenkt dat slechts twee van de elf secretarissen-generaal van liberalen huize zijn. De benoeming van vvd’ers kan ook worden gezien als het bewust verbreden van de politieke kleur, om evenwicht te houden tussen de politieke achtergronden van de hoogste ambtenaren.

Toch is de opmars van vvd’ers in allerlei functies wel iets om in de gaten te houden. Want macht vraagt om tegenmacht. Waar in het verleden werd geklaagd over de almacht van het cda moet dat niet vervangen worden door de almacht van de liberalen.