Het duivelspact met het leger

Machtswisseling Rusland

De relaties van Rusland met het Westen zijn tot een dieptepunt gedaald. Dat komt president Poetin, die een duivelspact sloot met het leger, niet slecht uit.

EEN DOL GEWORDEN Russische beer, met zijn klauw op de knop van een in hoog tempo verroestend kernwapenarsenaal. Het is de nachtmerrie van de Navo. ‘Loss of super power status’, zegt de Navo-analist. Hij kijkt wanhopig. 'Whimps of individuals’, vervolgt hij op stijgende toonhoogte. 'Intense politieke rivaliteit; economische chaos; de belastingen worden niet meer geïnd; regio’s weigeren te doen wat Moskou voorschrijft; de rechtspraak functioneert niet. Rusland is niet langer meer een centrale staat. Het is er een bende. Als iemand aan de top slecht geslapen heeft of de ongelabelde fles niet kan vinden, is er geen beleid meer. En als er geen beleid meer is in een kernwapenmogendheid, dan hebben wij een probleem.’

Met de aanstelling van Vladimir Poetin als waarnemend president lijkt het afgelopen met de 'whimps of individuals’ die de militair-analisten van de Navo maagzuur bezorgen. Maar er doemt een ander probleem op. Wat Poetin wil is duidelijk: een sterk Rusland dat zichzelf kan verdedigen en zich niet meer zal laten schofferen door het Westen.

De Russische machtswijziging vindt plaats in een ijzig internationaal klimaat. Sinds het eind van de Koude Oorlog zijn de relaties tussen de Verenigde Staten en Rusland niet zo slecht geweest. Wat gaat Poetin daaraan doen? Wat kun je op internationaal gebied verwachten van iemand die vanuit het niets tot enorme populariteit is gestegen door op het 'zwarte’ deel van zijn volk te gaan schieten (Tsjetsjenië is slechts de facto onafhankelijk van Rusland)? Westerse leiders reageerden dan ook allerminst uitbundig op Poetins benoeming.

Het is vooral het Russische geweld in de Kaukasus dat momenteel de betrekkingen tussen Rusland en het Westen verziekt. De oorzaken van de verkilling liggen echter dieper. Rusland voelt zich in de steek gelaten. Na de opheffing van de Sovjet-Unie bleven de kapitalistische gouden bergen uit. Rusland is niet meer dan de schaduw van de supermacht die het ambieert te zijn. Daar zou het wellicht mee kunnen leven, als het Westen niet was gaan wroeten in de Russische achtertuin. Want zo wordt in het Kremlin aangekeken tegen het aanknopen van diplomatieke betrekkingen door Kazachstan, Azerbeidzjan, Toerkmenistan en Oezbekistan met de Verenigde Staten. Een groeiend aantal westerse bedrijven heeft zich inmiddels verzekerd van concessies voor de winning van olie, aardgas en andere grondstoffen in de Kaukasus. Ook de uitbreiding van de Navo en de Europese Unie in oostelijke richting wordt gevoeld als een klap in het gezicht, net als de Navo-oorlog om Kosovo. Dat die niet louter om nobele redenen werd uitgevochten, daaraan wordt in het Kremlin - en ver daarbuiten - allerminst getwijfeld. De oorlog diende onder meer om de Navo een geldige bestaansreden te geven na de Koude Oorlog. Bovendien werd het bondgenootschap nu onmisbaar in een gebied dat voorheen in de sovjet-invloedssfeer lag. In Rusland leidde de oorlog tot een golf van antiwesterse gevoelens. De absolute ontoegeeflijkheid in de Tsjetsjeense oorlog is daar onlosmakelijk mee verbonden.



DE SPANNINGEN hebben ertoe geleid dat voor het eerst sinds de Koude Oorlog de Russische en de Navo-krijgsmachten weer lijnrecht tegenover elkaar staan. De Navo wijst in haar nieuwe militaire doctrine (mei '99) op de onveiligheid in Europa en de destabiliserende werking die kan uitgaan van etnische tegenstellingen, schendingen van de mensenrechten en niet-geslaagde politieke en economische hervormingen: criteria die stuk voor stuk van toepassing zijn op Rusland en 'zijn’ Kaukasus. Ook het vastgestelde operationele gebied, de niet nader gedefinieerde 'Euro-Atlantische zone’ zou zich in theorie tot over de Russische grenzen kunnen uitstrekken. Toenmalig Navo-chef Solana verdedigde de nieuwe doctrine en het optreden in Kosovo (zonder VN-mandaat) als noodzakelijk kwaad. 'Anders zouden we de 21ste eeuw ingaan zonder enige garantie op stabiliteit.’

Daar dachten de Russen anders over. In oktober kwamen zij voor het eerst in zes jaar zélf met een militaire doctrine op de proppen. Het ontwerp werd gepresenteerd in de Moskouse krant Krasnaja Zvesda. Daarin werden twee wereldorden tegenover elkaar geplaatst: de Amerikaanse, waarin een dominante supermacht de wereldproblemen militair oplost, en de 'multi-polaire’, waarin een oplossing wordt gezocht op basis van internationaal recht. De Russische strijdkrachten trainden eind juni in de oefening 'Westen 99’ reeds hoe 'een aanval van de supermacht op de volken die binnen Rusland in vrede en rechtszekerheid leven’ kan worden afgeweerd. Gevechtsvliegtuigen oefenden al eerder in het tot zinken brengen van Amerikaanse vliegdekschepen, en de Russische marine, sinds het einde van de Koude Oorlog van de wereldzeeën verdwenen, heeft te kennen gegeven dat oorlogsbodems van de Zwarte Zeevloot en de Baltische Vloot weer op de Middellandse Zee zullen gaan kruisen. Aan het eind van zijn presidentschap heeft Jeltsin bovendien toenadering gezocht tot China, om zo een beter tegenwicht te kunnen bieden aan 'de westerse arrogantie’.

Toen onlangs de Amerikaanse president Bill Clinton zich liet ontvallen dat Rusland zwaar zou moeten boeten als het verderging met zijn Tsjetsjeense veldtocht, reageerde Boris Jeltsin in overeenstemming met zijn nieuwe militaire doctrine: 'Bill Clinton is een halve minuut lang vergeten dat Rusland over een volwaardig arsenaal aan atoomwapens beschikt.’

Rusland heeft in de nieuwe militaire doctrine het principe vastgelegd van de 'beperkte eerste inzet’. Kernwapens worden niet meer uitsluitend gebruikt ter afschrikking, maar dienen nu ook als offensief wapen. Rusland weigert nog altijd halsstarrig het Start II-verdrag (over de ontmanteling van strategische kernwapens) te ratificeren. Het ziet er niet naar uit dat dat spoedig zal veranderen. Begin november presenteerde Rusland zelfs een nieuwe intercontinentale raket, de Topol-M. Daarbij werd droogjes vermeld dat men erover dacht de Topol-M uit te rusten met meervoudige kernkoppen.




OOK POETIN heeft zich bekend tot de nieuwe antiwesterse militaire doctrine, en wel op zeer intense wijze: via de oorlog in Tsjetsjenië. Daar vechten de generaals de oorlog die Poetin het felbegeerde presidentschap moet brengen. Meteen na zijn aanstelling als waarnemend president reisde hij naar Tsjetsjenië om het leger te huldigen en gaf hij nog eens aan dat 'het leger zelf de strategie bepaalt’. Hij moet wel, want de militaire top laat in de veldtocht geen enkele inmenging toe. De bevelhebber van het 58ste leger, Sjamanov, dreigde zelfs met een burgeroorlog en een massaal aftreden van de legerleiding als de politici over een wapenstilstand zouden gaan onderhandelen. De generaal wees vol verbittering op 'het verraad der politici’ aan het einde van de eerste oorlog in Tsjetsjenië (1994-96): 'Het meest onverdraaglijk is de bittere nasmaak van de laatste oorlog toen de Russische soldaten en officieren alles gaven - en bedrogen werden. Wij vochten vooral om de geruïneerde eer van ons vaderland te herstellen.’

De
werkelijkheid is anders. Het leger kon de strijd niet winnen en de politici kwamen in de problemen door de snel afkalvende steun van de bevolking voor de oorlog, toen duidelijk werd dat tienduizenden 'baardloze’ Russische jongens als kanonnenvoer waren geofferd.

Het ziet ernaar uit dat Poetin een duivelspact gesloten heeft met de legertop. Daarbij maakt hij dankbaar gebruik van wat we de legende van de 'dubbele dolkstoot’ zouden kunnen noemen: laffe, weekhartige politici én het Westen hebben Rusland vernederd. Poetin zal ze mores leren. Onder Poetin hoeft het leger niet te vrezen voor nog meer draconische bezuinigingen. In ruil krijgt Poetin de onvoorwaardelijke steun van de elitetroepen waar hij ook als waarnemend president aanspraak op kan maken. Plus ongekende populariteit, want de oorlog in Tsjetsjenië wordt steeds meer een 'nationale’ oorlog, gevochten tot behoud van de Kaukasus. 'Wij komen om niet meer weg te gaan’, sprak minister van Defensie maarschalk Sergejev onlangs. Dat zou ook wel eens kunnen gelden voor Vladimir Vladimirovitsj Poetin.