Parijs – Het is een bescheiden monument in het Jardin du Luxembourg, een gedenksteen en drie in de grond vastgeklonken boven elkaar geplaatste bronzen schakels waarvan de bovenste is losgebroken. De sculptuur van Fabrice Hyber, aan de ene zijde donker en aan de andere zijde wit met rode en groene grillige lijnen met inktspatten, dateert uit 2007. ‘Ze hebben er lang over gedaan’, meent een dame van middelbare leeftijd met een wit poedeltje aan de lijn. ‘De organisatie van nazaten in Frankrijk eiste tweehonderd miljard euro herstelbetaling. Afgewezen.’ Het verbaasde haar niet: ‘Er worden bijna wekelijks vrouwen doodgeslagen door hun echtgenoot, maar denkt u dat zij die de klappen overleven een schadevergoeding krijgen?’ Ze schudt haar hoofd: ‘De slavernij is nog altijd niet afgeschaft. Werknemers bij Amazon en Uber worden nog steeds uitgebuit.’

Daags ervoor op 10 mei heeft de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij in 1848 plaatsgevonden in bijzijn van Emmanuel Macron. De president was aanwezig, maar daarmee was alles gezegd. Hij hield geen toespraak, hij zweeg. Tot woede van Christiane Taubira, voormalig minister van Justitie onder de socialist Lionel Jospin. Ze was in 2001 verantwoordelijk voor de Wet Taubira waarin Frankrijk als eerste land ter wereld de slavenhandel als een misdaad tegen de mensheid bestempelde. ‘Een stilte kan plechtig zijn’, zei de in Frans-Guyana geboren Taubira, die enkele boeken over het Franse slavernijverleden op haar naam heeft staan, tijdens een interview op het Franse tv-kanaal TF1. ‘Toch is het ontluisterend dat de president niets heeft weten te zeggen over deze meer dan twee eeuwen durende geschiedenis van Frankrijk, terwijl hij vijf dagen geleden nog de loftrompet stak over Napoleon Bonaparte.’

Iedereen heeft recht op zijn eigen fascinaties, vindt Taubira, maar zij weet nog wel een paar grotere helden te noemen uit de tijd van Napoleon. Ze hebben gevochten tegen de herinvoering van de slavernij en daarbij hun leven verloren. Die geschiedenis heeft niets te maken met een lofzang op een keizerrijk en een keizer, fulmineert ze. ‘Dit is een verhaal van op leven en dood, van bloed en kanonnen, van plantages, geld, handel en kastelen, een verhaal van de mensheid. Kennelijk is het mogelijk niets te zeggen te hebben over deze geschiedenis.’ Met een toegeeflijke glimlach laat de dame haar hondje begaan als het zijn pootje licht boven de presidentiële blauw-wit-rode krans voor de gedenksteen.