Laat Nelson Mandela geen heilige worden

Madiba is meer dan een totem

In haar Nelson Mandela-lezing stelt Sisonke Msimang dat Mandela’s grootsheid niet een verhaal over vergiffenis moet zijn, maar een verhaal over gerechtigheid. En over– het woord dat de wereld deze dagen lijkt af te wijzen – compromissen.

5 september 1990, Tokoza, Zuid-Afrika. President Nelson Mandela spreekt de bewoners toe van de illegale nederzetting Phola Park tijdens zijn toer langs de townships van Zuid-Afrika © Trevor Samson / AFP / ANP

Net als bij miljoenen andere Zuid-Afrikanen is mijn eigen geschiedenis diepgaand verbonden met die van Nelson Mandela. Het begint met mijn vader. Geïnspireerd door Nelson Mandela sluit hij zich aan bij het African National Congress (anc). In 1961 glipt hij het land uit en begint hij zijn leven in ballingschap. Hij reist naar Rusland en volgt militaire training. Hij reist rond in Afrika en doet revolutionaire dingen. Hij denkt dat hij maar een jaar weg zal blijven. Hij zegt nooit vaarwel tegen wie dan ook, want zo luiden de instructies. Hij is 21 als hij vertrekt – en hij blijft dertig jaar weg. Hij is 51 als hij uiteindelijk weer op Zuid-Afrikaanse bodem staat.

Tijdens die dertig jaar had hij het heel druk. Hij ontmoette in de jaren zeventig een vrouw in Lusaka, en ze kregen drie dochters. Ik ben de oudste van die kinderen. Ik groeide op in veel verschillende landen en maakte deel uit van de anc-gemeenschap in ballingschap. We zongen vrijheidsliederen over Mandela en Sisulu en Mbeki en al die anderen die moedig voor onze vrijheid streden. Ik was zeventien toen Mandela werd vrijgelaten. Het was als een droom die uitkwam. Mijn familie – zoals zo vele andere – kon terugkeren door de veranderingen die vanaf begin jaren negentig plaatsvonden. Behalve mijn ouders heeft niemand méér gedaan om mijn lot te bepalen en mijn leven vorm te geven dan Nelson Mandela.

Dat is de reden dat ik blij ben de kans te hebben iets te schrijven over deze vader des vaderlands. En in deze capaciteit – als een ‘sister outsider’, in de terminologie van Audre Lorde – wil ik hem uiteraard eer betonen, maar ook iets zeggen over wat mij zorgen baart over de manier waarop er nu tegen hem wordt aangekeken. Vandaag de dag menen veel jongere Zuid-Afrikanen dat Mandela te veel compromissen heeft gesloten; 26 jaar na het begin van het nieuwe tijdperk is er een levendig, boos en dikwijls chaotisch debat gaande over de rol en de plek van onze vader des vaderlands.

Toen een paar jaar geleden op de campussen van de Zuid-Afrikaanse universiteiten de #FeesMustFall-protesten begonnen, betichtten sommige studenten Nelson Mandela ervan de revolutie te hebben verraden. Zij noemden hem een ‘sell-out’. De oudere generatie was gealarmeerd en gekwetst, maar de jongeren waren vol overtuiging. Ik behoor tot de tussengeneratie. Ik was niet oud genoeg om voor de vrijheid te strijden, maar ben wel oud genoeg om me Mandela te herinneren. Ik weet dat hij geen verrader was.

Ik ben het wel eens met één punt dat de jongeren maken: de revolutie werd inderdaad verraden. Maar ik geef Madiba (de koosnaam van Mandela – red.) daarvan niet de schuld. Die ligt heel duidelijk bij de generatie leiders die hem is opgevolgd – de generatie van mijn ouders. De vrijheidsstrijders die ik respecteerde en waar ik van hield in Lusaka en Nairobi zijn naar huis teruggekeerd. Zij hebben hun wapens neergelegd, hun vorken en lepels opgepakt en zijn gaan eten. Velen van hen zijn daar nooit meer mee opgehouden.

Hoewel hij een loyaal en levenslang lid van het anc is geweest, was Nelson Mandela ook een pragmaticus. Hij heeft ooit gezegd dat ‘je het anc alleen moet blijven steunen zolang het doet wat het beloofd heeft; als het anc dat niet meer doet, moet je ermee doen wat je met het apartheidsregime hebt gedaan’.

Hij was een man wiens hele leven was gewijd aan het verzet tegen de onderdrukking en het herstel van de waardigheid, maar als we het vandaag over Mandela hebben, richten we ons vrijwel uitsluitend op zijn boodschap van heling en vergiffenis. Als Mandela een heilige zou worden, twijfel ik er niet aan dat hij de beschermheilige van de vergiffenis zou worden genoemd. Die vergiffenis wordt gezien als het belangrijkste onderdeel van Mandela’s erfenis. Ik moet bekennen dat mij dat enorm irriteert. Erger: ik denk dat de overdreven aandacht voor de vergiffenis zijn politieke nalatenschap tekortdoet en zijn invloed verzwakt.

Degenen die het vergiffenisverhaal van de Rainbow Nation omarmen, stellen witte mensen centraal. In de loop van de tijd, naarmate het verhaal over onze transitie keer op keer wordt verteld, wordt het in de verbeelding van het volk een verhaal van vergiffenis en niet langer van gerechtigheid. Het wordt voorgesteld alsof Madiba witte mensen zozeer liefhad dat hij bereid was hen te vergeven, ongeacht hun collectieve zonden. Dit is een verdraaiing van de waarheid en een vertekening van zijn politieke nalatenschap. De waarheid is uiteraard dat Mandela in zijn 75-jarige carrière als leider en activist nooit heeft verzaakt in zijn toewijding aan degenen die de grootste slachtoffers van de apartheid waren geweest – de zwarte mensen.

Ik denk dat het hoog tijd is dat we die vergiffenis weer haar juiste plek geven in Zuid-Afrika. Want als je naar Mandela’s leven kijkt, en naar zijn aanpak van het oplossen van problemen, zie je een man die tegelijkertijd principieel en pragmatisch was. Madiba was altijd bereid een idee of een theorie aan de kant te zetten die zijn voornaamste strijd niet ondersteunde – die voor de bevrijding van de zwarten. Dus ook al werd hij een toegewijde kampioen van de vergiffenis, het is zo klaar als een klontje dat als die vergiffenis de gerechtigheid in de weg had gestaan, als hij had gezien dat ze werd gebruikt als een excuus om de onderdrukking in stand te houden, hij heel makkelijk zou zijn opgehouden haar te bepleiten.

Ik zeg niet dat vergiffenis niet goed of onbelangrijk is, maar ik zeg wel dat ze niet mag worden gereduceerd tot de enige strategie, of tot het enige verhaal over Zuid-Afrika. Bovendien baart het me zorgen dat vergiffenis alle zuurstof opzuigt in gesprekken over Zuid-Afrika, omdat ze witte angsten over de woede van zwarten helpt te verzachten. Die witte angsten nemen de plaats in van de pijn van zwarte mensen, en van hun behoefte aan gerechtigheid. In de lange geschiedenis van oneerlijke rassenverhoudingen is dit een oud thema. Witte mensen hebben altijd veel meer sympathie voor elkaars pijn dan zij ooit voor die van zwarten zullen hebben. Er is sprake van een soort onbewust tribalisme – alsof de empathie louter kan worden geactiveerd als er witte gevoelens op het spel staan.

In de jaren nadat de apartheid ten einde kwam is het verhaal van Mandela’s vergiffenis een eigen leven gaan leiden. Je zou kunnen zeggen dat er een cultus van de vergiffenis is ontstaan, met Mandela als zijn onwetende hogepriester. De profeet Mandela is gereduceerd tot een karikatuur van zichzelf. Deze gekidnapte Mandela is een handelswaar geworden. Vandaag de dag kun je hem aantreffen op theekopjes en T-shirts. Onlangs zag ik zelfs Madiba-leggings!

Mandela is vooral populair onder witte Zuid-Afrikanen. In Zuid-Afrika zijn er veel witte mensen die nog nooit een zwarte thuis hebben ontvangen, en die nooit de noodzaak hebben gevoeld om zich werkelijk met zwarte mensen bezig te houden, die een portret van hem aan de muur hebben hangen. Zij houden van Mandela’s glimlach. Zij houden van foto’s van hem met kinderen. Mandela zou wel eens de enige zwarte kunnen zijn die veel van mijn witte medeburgers ‘kennen’. Zodra je iets doet wat zij afkeuren, vertellen ze je al snel dat Mandela zich nooit zo gedragen zou hebben.

De Mandela waar deze witte mensen van houden is ‘redelijk’, hij is nooit boos. Witte Zuid-Afrikanen houden van Madiba op de manier waarop witte Amerikanen van Obama houden. Ze hebben een heilige, een teddybeer en een totem voor vrede en good vibes van hem gemaakt. Maar deze liefde lijkt zich niet te vertalen in daden in het echte leven.

Mandela is de chai latte van revolutionairen geworden. Chai heeft een lange geschiedenis en is een prachtige, gekruide thee. Een latte is een soort koffie. Dat is een heel andere plant, met een compleet andere geschiedenis en een totaal andere smaak. Een chai latte is een geheel nieuw brouwsel – een marketingbedenksel, rechtstreeks afkomstig uit de geest van een jonge functionaris in Seattle die nog nooit buiten Amerika is geweest. Zoet, drinkbaar in kleine hoeveelheden, maar geheel ontdaan van nuttige calorieën.

Ik word verdrietig als ik zie hoe van Mandela een chai latte wordt gemaakt. Het is een dramatische versimpeling van zijn nalatenschap, die geen recht doet aan de man die hij was. Het is een afzwakking van zijn politieke erfgoed. Het maakt hem tot een pion in de projecties van angstige witte mensen, met als doel ons te doen vergeten dat hij ook een vrijheidsstrijder en een intellectuele reus was.

December, 1985, Johannesburg, Zuid-Afrika. Winnie Mandela is vrijgelaten door de rechtbank. Ze was gearresteerd omdat ze het verbod op toegang tot Soweto had genegeerd © Gideon Mendel / Corbis / Getty Images

Ik wil het nu dus hebben over hoe we Mandela uit deze cultus van de vergiffenis kunnen redden, en hoe we hem zijn waardigheid van zwarte koffie kunnen teruggeven. Ik denk dat er twee manieren zijn waarop we dit kunnen verwezenlijken. De eerste is zijn liefde voor Winnie Mandela. Winnie dwingt ons Mandela de radicaal te herinneren, en te bedenken dat zij vele jaren veel meer op elkaar geleken hebben dan dat zij van elkaar verschilden. De tweede manier waarop we Mandela (en Zuid-Afrika) van de cultus van de vergiffenis kunnen redden is door ons bewust te zijn van zijn genialiteit. Mandela is erin geslaagd het evenwicht te bewaren tussen politieke beginselen en politieke compromissen.

Degenen die Mandela als een heilige willen afschilderen, vinden het moeilijk zich te verzoenen met het feit dat Mandela van Winnie hield, omdat zij betrokken was bij geweld en corruptie en allerlei zaken die het tegenovergestelde zijn van waar Mandela voor stond. Dus toen het imago van Mandela in de loop der jaren steeds meer in het teken kwam te staan van de vergiffenis is Winnie Mandela geleidelijk uitgewist. De band wordt gezien als giftig.

En toch is het natuurlijk onmogelijk om Winnie uit onze geschiedenis te schrijven, en het is nóg moeilijker om haar uit Madiba’s hart te schrijven. Er is niets aangrijpender dan zijn beschrijving te lezen van de eerste keer dat zij elkaar omhelsden, 21 jaar nadat hij naar de gevangenis werd gestuurd. Tot op dat moment had hij nog niet eens haar hand mogen vasthouden. Toen mochten ze opeens samen in één kamer zijn, zonder glazen wand tussen hen in. Hij zegt dat hij haar zo stevig vasthield dat het enige wat hij kon horen het kloppen van hun harten was. Ik wil dat wij ons herinneren hoeveel deze twee hoog ontwikkelde, moedige mensen van elkaar hielden.

Mandela zou best de enige zwarte kunnen zijn die veel van mijn witte mede­burgers ‘kennen’

En nadat zij in 1992 schuldig was bevonden aan deelname aan de ontvoering en aanranding van een jongen schreef Mandela: ‘Voorzover het aan mij ligt, veroordeling of geen veroordeling, is haar onschuld boven iedere twijfel verheven.’ Winnie was niet een of andere tragische vergissing in zijn leven. Hij hield van haar en verdedigde haar.

Ik roep haar geest en de herinnering aan haar ook aan omdat zoveel vrouwen van haar hielden. Zij inspireerde ons met haar woede en haar opstandigheid. Vrouwen konden haar begrijpen omdat hun eigen mannen ook ver weg waren – in de mijnen of in de steden. Net als zij streden zij om overeind te blijven tegen krachten die veel groter waren dan zij. En toch was zij er altijd, een voortdurende, onbedwingbare aanwezigheid. Als je haar opzij duwt, duw je al die vrouwen opzij. Je legt hun het zwijgen op. Tegelijkertijd kun je haar deelname aan dat geweld ook niet weg wensen. Als je dat zou doen, zou je de slachtoffers van hun eer beroven en geen respect betuigen – de jongens die in haar roekeloosheid verwikkeld raakten.

Winnie herinnert ons eraan dat veel Zuid-Afrikaanse helden zowel moedig als gebrekkig waren. Zij verdienen zowel respect voor hun moed als afkeer wegens hun misdaden. Maar als van ons wordt verwacht dat we de racisten begrijpen en vergeven die aan de wieg hebben gestaan van de apartheid, dan moeten we zeker enige empathie voor Winnie kunnen koesteren.

Wat ik uiteindelijk wil zeggen is dat je de tegenstrijdigheden in je hoofd en in je hart kunt houden – dat je ze feitelijk tegelijkertijd móet vasthouden, omdat zij nu eenmaal deel uitmaken van het verhaal van Zuid-Afrika. Als we proberen zoete, makkelijke verhalen over Zuid-Afrika te vertellen, en prachtige verhalen over Nelson, blijven we stuiten op Winnie en de talloze anderen wier verhalen wel en niet aan bod kwamen bij de Waarheidscommissie.

Vandaag de dag vergeten degenen die geobsedeerd worden door vergiffenis dat veel vragen niet beantwoord waren toen het vijfjarige proces van de Waarheidscommissie ten einde kwam. Zij vergeten dat de meeste apartheidsleiders hebben gezegd dat ze niet wisten wat er was gebeurd. Zij vergeten dat slechts één persoon ooit in de gevangenis heeft gezeten voor zijn misdaden – Eugene de Kock. Alle anderen hebben hun straf ontlopen, omdat ze zeiden dat ze het zich niet meer konden herinneren of dat ze het niet wisten.

Wij werden verondersteld geheeld te worden, en het is voor de wereld moeilijk te aanvaarden dat de Waarheidscommissie ondanks al haar inspanningen een onvolledig, ongelijk en dikwijls verwoestend proces is geweest. Aan het einde ervan is niet genoeg berouw getoond. Voor de meeste mensen is berouw een voorwaarde voor vergiffenis.

Toen in 2000 het eindrapport werd overhandigd, hadden sommige zwarte mensen degenen vergeven die hun pijn hadden gedaan, maar anderen niet. Dit moet gewoon worden geaccepteerd. Witte Zuid-Afrikanen zullen niet doodgaan als ze het moeten stellen zonder de liefde van zwarte mensen die zij denken verdiend te hebben. Witte mensen moeten in alle contexten waar historische wandaden zijn gepleegd leren dat de levens van zwarte mensen niet om hun eigen gevoelens draaien.

Mandela wist dat je open moest zijn over pijnlijke zaken, maar het is waar dat hij ons graag in een bepaalde richting wilde duwen – die van vergiffenis en verzoening. Ik begrijp waarom. De toestand was instabiel. De dreiging van geweld was reëel. Maar opnieuw is dit waar het verhaal ons verraadt. De dreiging was eerder van wit dan van zwart geweld. Het waren de witten die de militaire macht in handen hadden, het waren de witten die boos waren over het verlies van hun macht en die een geschiedenis hadden van wreed en gewelddadig optreden tegen zwarten.

Mandela’s aanpak van het sussen van de witte ongerustheid was opnieuw strategisch. Hij hield niet alleen van witte mensen – hij managede hen. Hij was niet heel erg bang dat de zwarten de witte mensen de zee in zouden drijven, of in opstand zouden komen en hun kelen zouden doorsnijden. Die angsten maakten deel uit van de witte verbeelding en Mandela was een zwarte man die heel goed wist dat het zeer onwaarschijnlijk was dat zwarte mensen zoiets zouden doen. De jongeren die Madiba vandaag de dag bekritiseren hebben gelijk – hij stelde de witten gerust.

De voorbeelden uit de geschiedenis van zwarte mensen die witte mensen uit vergelding hebben vermoord zijn uiterst zeldzaam. De voorbeelden van witte mensen die zwarte mensen louter wegens hun bestaan hebben vermoord zijn overvloedig. Madiba’s streven naar vergiffenis ging over zijn hoop voor de toekomst. Hij predikte vergiffenis, zodat niets in de weg zou staan van de vrijheid van zwarte mensen. >

Toen Madiba een jongetje was in Qunu probeerden hij en zijn vriendjes op een ezel te rijden. De ezel vond dat niet leuk, want ezels zijn geen paarden. Ze willen niet bereden worden. Dus toen het Madiba’s beurt was om erop te springen bokte het geplaagde dier en gooide hem van zijn rug. Mandela viel in een doornstruik, met krassen over zijn hele gezicht. De ezel had zijn punt gemaakt en hem verslagen, maar Madiba is de les nooit vergeten.

Hij begreep op dat moment dat je je tegenstander kunt verslaan zonder hem te vernederen. Hij maakte dat tot deel van zijn denken, en iedere keer dat het land behoefte had aan koele hoofden en genereuze harten was Mandela in staat terug te keren naar deze eenvoudige les.

In 1993 kregen De Klerk en Mandela samen de Nobelprijs voor de vrede. Veel mensen in Zuid-Afrika – waaronder ikzelf – zijn daar nog steeds boos over. Het is waar dat De Klerk veel belangrijke stappen heeft gezet die tot de ontmanteling van de apartheid hebben geleid. Hij nam een risico en hield een referendum waarin aan de witte mensen in het land werd gevraagd of de apartheid ten einde moest komen of moest worden voortgezet. 69 procent van de stemgerechtigden stemde vóór onderhandelingen over het einde van het kwade systeem. Maar Madiba heeft er later op gewezen dat ‘De Klerk deze hervormingen niet heeft doorgevoerd met de bedoeling de macht te verliezen. Hij deed dat om precies de tegenovergestelde reden: om de macht van de Afrikaners in de nieuwe configuratie te verzekeren.’

Hoewel De Klerk bereid was een einde te maken aan de apartheid was hij in Madiba’s ogen ‘niet bereid te onderhandelen over beëindiging van de witte heerschappij’. Tegen deze achtergrond vond er onder de ogen van De Klerk een reeks afschuwelijke bloedbaden plaats, net op het moment dat de constitutionele onderhandelingen zich begonnen te ontvouwen. De Klerk heeft dat nooit kunnen uitleggen of zich ervoor verontschuldigd. Dit maakte Mandela woedend.

Mandela wist dat De Klerk in intellectueel en moreel opzicht niet zijn gelijke was. Toch zei Mandela: ‘Ik heb nooit geprobeerd De Klerk te ondermijnen, om de praktische reden dat hoe zwakker hij was des te zwakker het onderhandelingsproces zou zijn. Om vrede te kunnen sluiten met een vijand moet je met die vijand samenwerken, en moet die vijand je partner worden.’ Hij gebruikte zijn toespraak bij het in ontvangst nemen van de Nobelprijs om ervoor te zorgen dat De Klerk niet op zijn schreden zou terugkeren.

Mandela wilde zijn ego of de feiten geen roet in het eten laten gooien. Als hij het Nobelcomité had afgewezen en hun had verteld dat het hem stoorde dat een man wiens veiligheidstroepen zwarte mensen aan het vermoorden waren de prijs met hem moest delen, zou dat de geloofwaardigheid van De Klerk hebben geschaad. Mandela had er behoefte aan dat De Klerk in het zonnetje zou worden gezet om ervoor te zorgen dat het onderhandelingsproces legitimiteit zou verwerven.

Dit illustreert duidelijk dat Mandela zich nooit door sentimentaliteit heeft laten leiden. Hij was niet bepaald gesteld op De Klerk. Zijn daden werden door twee dingen gedreven: een duidelijke visie op het einddoel en een pragmatische benadering van hoe dat te verwezenlijken – inclusief een bereidheid om compromissen te sluiten over kwesties die er niet echt toe deden, zoals wie een prijs zou krijgen en wie niet.

In 1985 werd Mandela in de Pollsmoor-gevangenis van zijn kameraden gescheiden en naar een andere verdieping overgeplaatst. Hij mocht hen niet meer zien zonder een aanvraag te hebben ingediend voor een officieel bezoek. Ze hadden net zo goed in Johannesburg kunnen zitten – zo moeilijk was het voor hen om elkaar nog te spreken.

Hij was eenzaam en miste zijn vrienden, tot dan toe had hij met ze kunnen praten wanneer hij maar wilde. Toen besloot hij de situatie als een kans te beschouwen. Hij zei: ‘Mijn eenzaamheid verschafte me een zekere vrijheid, en ik besloot iets te doen waar ik al lang aan had zitten denken: het starten van gesprekken met de regering (…) Mijn eenzaamheid zou me de kans geven de eerste stappen in die richting te zetten zonder het toezicht dat zulke pogingen teniet zou kunnen doen.’

Over De Klerk: ‘Om vrede te kunnen sluiten met een vijand moet je met die vijand samenwerken’

De stap was riskant. Het apartheidsregime had herhaaldelijk gezegd nooit te zullen onderhandelen met terroristen en communisten. Op dezelfde manier had het anc van oudsher betoogd dat er niets was om met de regering te bespreken, totdat het verbod van het anc ongedaan zou zijn gemaakt, alle politieke gevangenen onvoorwaardelijk zouden zijn vrijgelaten en de troepen uit de townships zouden zijn weggehaald. Er was dus een impasse.

Technisch gesproken kon het besluit om gesprekken met het regime te openen alleen worden genomen in overleg met Lusaka – met zijn beste vriend Oliver Tambo, de voorzitter van het anc. Maar toch besloot Madiba in z’n eentje te handelen. ‘Ik koos ervoor niemand te vertellen wat ik op het punt stond te gaan doen. Ik wist dat mijn collega’s (…) mijn voorstel zouden veroordelen en mijn initiatief om zeep zouden helpen nog voordat het zou zijn geboren. Er zijn tijden dat een leider voor zijn kudde uit moet lopen (…).’

Als altijd de pragmaticus wist hij ook dat dit waarschijnlijk de enige keer zou zijn dat het anc de ontwikkelingen op plausibele wijze zou kunnen ontkennen: ‘Mijn isolement verschafte mijn organisatie een excuus voor het geval de zaken scheef zouden lopen: ze zouden kunnen zeggen dat de oude man alleen en volledig geïsoleerd was, en dat hij als individu had gehandeld.’

Aldus beschermd door wat hij een ‘periode van splendid isolation’ noemde, en in staat om dat isolement te gebruiken om zijn stappen te zetten, nam Mandela de mantel van het dogma weg waardoor zijn kameraden werden verblind. Met een heldere visie voor ogen van het opbouwen van een Zuid-Afrikaanse samenleving waarin de kernbeginselen waarvoor hij altijd had gestreden stevig verankerd waren, benaderde hij de vijand. Hij stelde een route voor van ‘gesprekken over gesprekken’.

Zoals we nu weten was dit het begin van het einde voor het apartheidsregime.

Mandela heeft nooit zijn ogen voor de zwarten gesloten, ook al dachten de witte Zuid-Afrikanen – met hun kwetsbaarheid en hun theekransjes en Madiba-leggings en hun verlangen om voortdurend gerustgesteld te worden – dat Mandela hun kampioen was. In die delicate periode, toen een blijvende vrede in het verschiet lag maar nog geenszins was gegarandeerd, calculeerde, balanceerde en heroverwoog Mandela steeds, en zijn aandacht was altijd op ons gericht.

Hij deed concessies en veranderde zijn plannen als dat nodig was, maar gaf nooit toe in welke kwestie dan ook die het einddoel zou kunnen compromitteren: dat Zuid-Afrika een land zou worden waar iedereen een stem zou hebben, ongeacht zijn of haar huidskleur, en waar het leiderschap en de richting van het land bepaald zouden worden door de wil van de meerderheid. Een land waar de mensenrechten zouden worden gerespecteerd. Dit was in Mandela’s ogen de sleutel tot waardigheid.

Hij was standvastig en systematisch toen de onderhandelingen eenmaal op gang kwamen. Hij bleef principieel, maar sloot ook compromissen. Vandaag leven we in een wereld waarin politici weigeren politieke compromissen te sluiten en waarin te weinigen politieke beginselen koesteren. Mandela had beide. Hij was een expert op het gebied van kleine vriendelijkheden en grote gebaren. Het feit dat Zuid-Afrika vandaag de dag geen gelijkheid kent, is niet de fout van Nelson Mandela. Het is de fout van degenen die zijn politieke nalatenschap te grabbel hebben gegooid. Het is de fout van degenen die zijn geloof in politieke compromissen hebben opgevat als een teken van zwakte en niet van kracht. Mandela aanbad de vergiffenis niet, hij gaf om waardigheid en vrijheid.

1 oktober 1990, Soweto, Zuid-Afrika. President Nelson Mandela op bezoek in de township Soweto © Alexander Joe / AFP / ANP

Het zijn niet alleen samenlevingen die in conflict zijn die Mandela nodig hebben. Er is nog nooit méér polarisatie geweest in Europa en Amerika dan nu. Het witte nationalisme en de xenofobie tieren welig. In Brazilië en India is de haat in opkomst en zijn wreedheid en gemeenheid aan de orde van de dag. We hebben Mandela vandaag op al die plekken nodig – niet om over vergiffenis te prediken, maar om de weg te wijzen naar het bewerkstelligen van politieke oplossingen op plekken waar mensen verlamd zijn door dogma’s en zelfgenoegzaamheid.

Ook in Nederland heb ik de laatste tijd gezien dat jullie Mandela nodig hebben. Ik heb gesproken met vrienden in de zwarte gemeenschap en met activisten die de samenleving rechtvaardiger, minder defensief en opener willen maken. Er is nog veel werk te verzetten om de discriminatie in deze samenleving aan te pakken. Jullie gebruiken het woord segregatie niet, maar de vingerafdrukken daarvan zijn duidelijk zichtbaar in de verdeling van de woonwijken van de steden. Jullie noemen het geen discriminatie, maar als ik hoor over jongeren die naar een baan solliciteren en weten dat ze niet zullen worden teruggebeld omdat ze geen Nederlandse naam hebben, dan ken ik daar geen ander woord voor.

In dit land hebben jullie geen behoefte aan Mandela’s boodschap van vergiffenis. Jullie hebben Mandela’s vaardigheden nodig. Zwarte en witte mensen in dit land, en in alle landen op dit continent, doen er goed aan het leven van de oude man te bestuderen. Van hem zullen jullie kunnen leren hoe je de raciale, economische en religieuze kloven kunt overbruggen die jullie gescheiden houden. Jullie zullen leren hoe dat te doen, niet op basis van sentimentele gronden, maar op basis van het feit dat de toekomst van ons allemaal is, of van niemand.

Mandela’s grootsheid moet op jullie scholen worden onderwezen, niet als een verhaal over vergiffenis, maar als een verhaal over macht, principes, pragmatisme, vastberadenheid en ja – dat woord dat de wereld deze dagen lijkt af te wijzen – compromissen. Het sluiten van politieke compromissen betekent niet dat we moeten toestaan dat de discriminatie in afgezwakte vorm blijft voortbestaan. Het betekent dat we discriminatie buiten de wet moeten stellen, ook al aanvaarden we de feilbaarheid van de mens.

Het sluiten van compromissen betekent dat we moeten accepteren dat sommige witte mensen zullen blijven vasthouden aan Zwarte Piet omdat het racisten zijn – of ze dat nu toegeven of niet. Maar het betekent ook dat we erop moeten staan dat dergelijke festiviteiten niet gefinancierd worden uit de publieke middelen, en dat publieke functionarissen er niet in een officiële hoedanigheid aan mogen deelnemen. Het sinterklaasfeest is een feest zonder religieuze betekenis en markeert geen enkele historische gebeurtenis, zoals de hereniging van een land of de aanvaarding van een grondwet.

Ik wil me kunnen voorstellen dat dit een samenleving is waarin gelijke burgers van alle huidskleuren rond de tafel gaan zitten om het eens te worden over een tijdschema en heldere plannen, zodat iedereen die sinterklaas mét Zwarte Piet wil vieren dat privé kan doen, en niet op kosten van de belastingbetaler – zwart of wit. De Mandela waar zo velen van jullie van houden zou verwachten dat de Nederlanders, die zo hard hebben gestreden voor zijn invrijheidstelling, geen publieke middelen zouden gebruiken om hun zwarte medeburgers het recht op waardigheid en veiligheid te onthouden.

Er kan geen gerechtigheid en geen blijvende vrede zijn zonder mensen die – net als Mandela – bereid zijn verder te gaan dan het louter herhalen van hun standpunten, met het doel een overeenkomst te bereiken. Als één man in een vochtige gevangeniscel op het uiteinde van het Afrikaanse continent, geïsoleerd van zijn vrienden en tientallen jaren lang gescheiden van zijn volk, de geschiedenis van zijn land kan veranderen en ons allemaal kan inspireren, stel je dan eens voor wat wij allemaal in onze vrijheid zouden kunnen bereiken.

Degenen onder ons die hopen op een betere wereld hebben de verplichting om verder te gaan dan het denken in termen van ‘wij’ en ‘zij’, om verder te gaan dan dogma’s en zich naar elkaar toe te bewegen. We moeten dit niet doen omdat we van elkaar houden, maar omdat we elkaar nodig hebben. Als we de ander tegemoet treden die we vrezen of haten of gewoonweg niet begrijpen, doen we dat omdat we weten dat er nooit een andere manier is geweest om een einde te maken aan de onderdrukking. In de wereld waarin ik wil leven, zijn vrede en gerechtigheid koning en koningin, en is de vergiffenis hun nederige dienaar.


Sisonke Msimang (1974) is schrijver en activist. Ze publiceert regelmatig in The Guardian, Daily Maverick en The New York Times. Eind vorig jaar verscheen haar boek The Resurrection of Winnie Mandela. En een jaar eerder Always Another Country: A Memoir of Exile and Home.

Deze licht ingekorte Nelson Mandela-lezing sprak zij in februari uit op uitnodiging van ZAM in Amsterdam.

Vertaling: Menno Grootveld