Nader bekeken

Maduro en Zwarte Limburgers

Walter van der Kooi ziet veel meer dan alleen dat waarover hij zijn kronieken schrijft. Vandaag: George Maduro en Zwarte Limburgers. Vergeten of verzwegen geschiedenissen rond 4 en 5 mei.

Wij zongen op school na 1945 nog vrolijk Wien Neêrlands bloed door d’aderen vloeit. Ik meen zelfs in de originele Tollens-versie van vreemde smetten vrij, wat me als kind even onbegrijpelijk zal zijn voorgekomen als de gekuiste: Wien ’t hart klopt fier en vrij. (Tollens bedoelde in 1816 trouwens met ‘smet’ niets etnisch, maar iets politieks: de buurman die Fransgezind was geweest, had kennelijk besmet bloed). Maar hoe zag men die ‘smetten’, zo extra beladen door twintigste-eeuwse rassenwaan, in het geval van creoolse Surinamer Anton de Kom, als verzetsman gestorven in een buitenkamp van Neuengamme? En in dat van George Maduro, joodse Curaçaoënaar, kort voor de bevrijding gestorven in Dachau?

Over de laatste is vrijdag 4 mei een documentaire voor kinderen te zien in het kader van Zapp Echt Gebeurd. Een ‘gewone’ held is de ondertitel – wat nogal verwarrend is omdat Maduro als reserve-officier niet alleen met vijftien man door bestorming een strategische villa bij Den Haag heroverde, waarbij de Duitsers, die dachten dat ze met een bataljon van doen hadden, zich overgaven, maar daarna in het verzet ging en naar Londen probeerde te komen om van daaruit te vechten – wat hem, door verraad, noodlottig werd. Een indrukwekkend klein geschiedenisverhaal met veel onbekend beeldmateriaal. Waarvan de schrale lichtzijde natuurlijk is dat Nederlandse kinderen aan George’s ontroostbare ouders Madurodam danken.

De lichtzijde ontbreekt nagenoeg aan Zwarte Limburgers, film van Hans Heijnen op basis van het boek Kinderen van zwarte bevrijders: Een verzwegen geschiedenis (2017), van Mieke Kirkels. Rond zeventig zijn het er, geboren negen maanden na de bevrijding van Zuid-Limburg die zich in uiterlijk onderscheidden van de ongetwijfeld veel grotere aantallen bevrijdingsbaby’s dankzij Amerikaanse vaders, doordat de hunne Afro-Amerikaans was. Dan val je op in een spierwitte provincie, in een spierwit land.

Lang niet iedereen wilde met Kirkels praten (twintig wel, van wie er twaalf met uitgebreid interview in het boek belandden) en als je de film hebt gezien (met nog weer minder interviews) begrijp je heel goed waarom dat is – zelfs (of juist?) in een tijd dat ieder haar of zijn ziel en zaligheid met gans het volk wil delen. Er is te veel pijn, te veel vernedering, te veel onrecht en te veel schaamte. Schaamte is er in soorten en maten, maar een van de ergste is die waarin slachtoffers zich schamen voor wat hun is aangedaan.

Zoals Primo Levi schreef in de opening van *Het respijt *als hij schaamte ziet in de ogen van vier jonge Russische soldaten te paard die als eersten het Lager Buna-Monowitz in Auschwitz binnenrijden en de lijken en uitgemergelden zien: ‘Dat was de schaamte die wijzelf ook zo goed kenden (…) en die de gerechte voelt om het door een ander begane kwaad, omdat het nu bestaat, onherroepelijk deel uitmaakt van de wereld van de bestaande dingen (…)’ Wat Levi daar beschrijft is het gruwelijkste en een vergelijking lijkt ongepast, maar hij zelf ziet het als universeel mechanisme, van toepassing op veel meer slachtoffers.
Deze Limburgse geschiedenis heet niet voor niets ‘verzwegen’, vanwege schaamte bij betrokkenen, slachtoffers en daders.

Hoewel die laatsten er misschien nog het minst aan leden. Neem het verhaal van Wanda van der Kleij. Haar Limburgse moeder was getrouwd met een Haagse beroepsmilitair, die na de bevrijding eerst naar Engeland, daarna naar Indonesië vertrok. Een gezellige avond met een Amerikaanse soldaat resulteerde in Wanda. Die na terugkeer van (stief)vader door hem lichamelijk en geestelijk nog veel wreder werd behandeld dan de daarna geboren kinderen. Die op haar veertiende van hem moest werken: ‘zwarten zijn te stom om te leren’. En die haar seksueel misbruikte (haat en lust, wat gaat dat toch griezelig vaak samen). Bij moeder, die net als bijna alle moeders van ‘zwarte Limburgers’ weigerde met een woord te spreken over de biologische vader, vond ze geen enkele steun: ‘wees blij dat ik je niet aan de nonnen heb gegeven’. ‘Dan had ik misschien een leuker leven gehad’ reageerde Wanda, want vechtlust had en heeft ze.

Toen de vriendjes kwamen werden die, de een na de ander, door de ouders weggepest. Vader stierf, in Den Haag, bij een geliefde die hij daar bleek te hebben. Wanda moest en zou hem zien want ze durfde het niet te geloven. ‘Ik zie hem nog in zijn kist liggen. Zo, nu heb ik een rustig leven, lelijke smeerlap.’ Valse hoop natuurlijk, want de schade bleek onherstelbaar. Zozeer dat ook haar eigen dochter daaronder leed en lijdt.

Daarbij vergeleken is het verhaal van Huub Habets, vanaf zijn veertiende bankwerker terwijl hij zo graag kunstschilder had willen worden, een relatief blij verhaal. Dat door hemzelf, maar vooral ook door halfbroer Louis wordt verteld. Zo trots als die vaak was op Huub, die mooie, door alle meiden begeerde jongen. Die geweldige atleet. Die moeizaam noten leerde lezen in de fanfare maar fantatstisch muziek maakte: ‘later begreep ik dat dat jazz was’ (?). Die kleurige kleding droeg en als eerste Limburger op plateauzolen liep. Die de twist danste zoals God en Chubby Checker die bedoeld hadden.

Noem een eigenschap die aan ‘mensen van kleur’ wordt toegedicht en Huub had haar, volgens Louis, die het woord jaloezie niet lijkt te kennen. Toen bleek, of verteld werd, dat Huubs vader was gesneuveld, was Louis trots op zijn broer, zoon van een held. Niet alle familieleden waren zo blij met Huub. Vanaf het moment dat oma wist dat de baby zwart was liep ze de rest van haar leven in het zwart, met rozenkrans. En veel ouders van Huub-aanbiddende meisjes moesten niets van die scharrel weten. Waar me trouwens weinig Limburgs aan lijkt.

Het is om deze pijnlijke maar soms ook indrukwekkende verhalen dat ik de documentaire aanraad. Het is filmisch niet bijzonder, want een reeks geïllustreerde interviews. Daar is weinig mis mee, want die zijn verhelderend. Wat ik wel mis is de bredere horizon. Die Afro-Amerikaanse soldaten die niet wisten wat ze overkwam toen ze, net als hun witte collega’s, als bevrijders werden binnengehaald en door meisjes aantrekkelijk werden gevonden.

Ze wilden foto’s met blonde meisjes om naar huis te kunnen sturen: anders zou niemand daar hun brieven geloven. Ik ontleen dit aan een artikel in* Trouw, *waarin Kirkels aan het woord komt. Zij vertelt dat de donkere soldaten de Maastrichtse cafés uitgeslagen werden door hun witte maten en dat ze mede daardoor alleen toegang kregen tot de arme volkswijken in de mijnstreek. En ze eindigt met: ‘Er hebben 900.000 gekleurden Europa helpen bevrijden. Ook zij landden in Normandië. Weet je dat ik de twaalf kinderen heb moeten vertellen dat hun vaders naar ras werden gescheiden? Ze hadden daar geen idee van.’ Iets meer daarvan was ik graag in de documentaire tegengekomen.


Robbert-Jan Vos, Zapp Echt gebeurd. George Maduro: Een ‘gewone’ held, NTR, vrijdag 4 mei, NPO 3, 19.25 uur.
Hans Heijnen, Zwarte Limburgers, KRO-NCRV 2Doc, zaterdag 5 mei, NPO 2, 17.40 uur