Ian Thompson

Maf, maar prachtig

Ian Thompson
The Sun King’s Garden: Louis xiv, André le Nôtre and the Creation of the Gardens of Versailles
Bloomsbury, 370 blz., € 44,50 (Import Penguin)

Toen Lodewijk xiv zijn vader opvolgde als koning van Frankrijk was hij pas vijf jaar oud. Gedurende zijn jeugd werd Frankrijk lange tijd verscheurd door burgeroorlogen en liep het leven van de jonge vorst regelmatig gevaar. Het chaotische, onoverzichtelijke en dikwijls opstandige Parijs was een plek waar de jongen zich vaak bedreigd en somber voelde. Vandaar dat hij, toen hij het eindelijk zelf voor het zeggen had, het liefst buiten de grote stad woonde.
Vandaar ook dat hij hartstochtelijk verlangde naar stabiliteit, orde en harmonie en naar de grandeur die het onomstotelijke bewijs moest leveren dat hij door God was uitverkoren om te heersen over die onrustige Fransen. Versailles was niet alleen een paleis, het was tevens een politiek statement. Dat gold niet alleen voor de gebouwen, maar minstens evenzeer voor de immense tuinen die rond het paleis werden aangelegd.

Deze met passer en liniaal ontworpen tuinen symboliseerden de wijze waarop Lodewijk xiv zijn rijk wilde inrichten: de ongeremde chaos van de rebelse natuur moest worden bedwongen, er diende een volmaakte orde te zijn, zodat harmonie en deugdzaamheid konden floreren. Centraal in het ontwerp stond de overzichtelijkheid, die moest zorgen voor een optimale ‘zichtbaarheid’ van de koning. Het gezag van Lodewijk was voor een groot deel gebaseerd op de continue theatervoorstelling die hij voor zijn onderdanen gaf.

Om het ideale decor te creëren werden heuvels verplaatst of met de grond gelijk gemaakt, riviertjes omgeleid, kanalen gegraven en immense terrassen aangelegd. De man die het grootste deel van deze taak voor zijn rekening nam, was André le Nôtre, telg uit een geslacht van tuiniers. Landschapshistoricus Ian Thompsons laat echter zien dat Lodewijk hier zelf ook een groot aandeel in had, en dat hij ongelooflijk veel tijd besteedde aan de vervolmaking van de parken rond Versailles.

In dit prettig geschreven en prachtig geïllustreerde boek besteedt Thompson niet alleen aandacht aan de ideologische betekenis van de tuinen van Versailles, tevens beschrijft hij het zeventiende-eeuwse hofleven, de alledaagse praktijk van het ontwerpen en onderhouden van dergelijke gargantueske tuinen, de technische problemen die vele waterpartijen opleverden, de rol die tuiniersfamilies als de Le Nôtres speelden en de ideeën achter het classicisme. Lodewijk xiv mag dan tamelijk maf zijn geweest, en Versailles is natuurlijk in extreme mate over the top, maar na lezing van dit boek wil je toch het liefst onmiddellijk een kijkje nemen in die onmogelijke tuinen.