Televisie: ‘Stop Filming Us’

Mag ik?

Stop Filming Us © doxy.nl

Waldemar Torenstra reed per motor van Kaapstad naar Caïro. Zestienduizend kilometer, twaalf landen. Het resultaat, Ondersteboven van Afrika, is vanaf zondag te zien. Dat is anderhalve week na de documentaire Stop Filming Us van Joris Postema, gedraaid in Goma, Democratische Republiek Congo. Daarin is de vraag aan de orde óf en hoe je als witte in Afrika mag, moet, kan filmen. De film is bekroond (Dutch Movies That Matter Award) en in recensies bejubeld tot verguisd (‘raciaal essentialisme’). Maar los van kwaliteit, de titel drukt precies uit wat een deel van Postema’s Congolese gesprekspartners – kunstenaars en intellectuelen – vindt. Ook de marktvrouwen moeten trouwens niets van camera’s hebben: ‘Jullie mediamensen, zwart of wit, verdienen eraan; wij niets. Wie ben je dat je mij gebruikt?’

Postema vraagt zijn Congolese collegae expliciet om commentaar. Hij filmt wel wat in Goma, maar het gaat vooral over: mag ik? Doe ik het goed? De antwoorden stellen vaak teleur, want hij doet zo zijn best om niet neokoloniaal te zijn. Dat wordt door sommigen gezien en van min tot meer gewaardeerd, door anderen expliciet verworpen: ‘Geef het geld, dan maken wij een betere, meer waarheidsgetrouwe film.’

Globaal is de kritiek dat westerlingen een negatief beeld van Afrika geven, gefocust als ze zijn op problemen. In een mooie passage toont Ganza Buroko, filmproducent, jongeren foto’s waarbij ze moeten zeggen of ze denken dat de maker ervan zwart of wit is. Hoofdlijn: als op een foto maar één persoon staat die ook nog somber kijkt, moet de maker wel wit zijn: geen levensvreugde, geen trots. Dat komt misschien plat over, maar kijk en luister: ze praten er bevlogen en geargumenteerd over. En Postema geeft hun impliciet een argument mee in de persoon van Congolese journaliste Ley Uwera, die toegeeft dat de (schrikbarend ontelbare) ngo’s haar voor foto’s in vluchtelingenkampen richtlijnen meegeven: tristesse is beter voor fondswerving. Buroko (‘ebola als verdienmodel voor media en zwarte leveranciers’, zegt hij lachend) is ideologisch sterk. Maar als hij een door Postema op de markt gefilmde eigenrecht-mishandeling van een vermoedelijke dief afdoet als ‘niet-Congolees’, want door Leopold II (1885) geïntroduceerd, krijgt hij me niet mee. Aanbevolen overigens, deze metafilm.

En Waldemar? Hij heeft, net als Postema, louter goede bedoelingen. Hij houdt van het continent (en motorrijden), wil tonen dat het niet louter kommer is, dat er grote verschillen zijn (niet zo vreemd op een gigantisch continent). Hij heeft soms goed gekozen gesprekspartners aan wie ook hij vraagt of hij zich als westerling moet schamen. Zolang hij maar wijst op de kracht van Afrika hoeft dat niet, zeggen ze. Maar het blijft reisverslag, jongensdroom, ketting van korte reportages (van oppervlakkig tot raak), meer bnn dan vara. Door Buroko’s keuring zou hij niet komen. Een lange reeks voortreffelijke voorgangers (Van Dis, Van Velzen, Vermeulen, Stokman, Van Broekhoven, Keller en vele anderen) ging dieper. Maar goedbedoeld en soms informatief.


Joris Postema, Stop Filming Us, VPRO 2Doc, via NPO Start; Waldemar Torenstra (presentatie), Arjan van Engen (regie), Ondersteboven van Afrika, BNNVARA, vanaf zondag 18 oktober, NPO 2, 20.35 uur