Mag ik u infiltreren?

In het pamflet ‘What’s wrong with McDonald’s?’ beschuldigde London Greenpeace de hamburgergigant van onsmakelijke praktijken. In de daarop volgende rechtsverwikkelingen werd de advocatenploeg van McDonald’s verpletterend verslagen door twee actievoerders.
Voor meer informatie: http://www.mcspotlight.org
‘ZE WAS ZO'N één meter vijfenzestig lang en begin twintig. Ze had dik, lichtbruin haar, een mooi figuur en een fris uiterlijk, zonder make-up. Een aantrekkelijk type.’ Zo beschrijft Brian Bishop een nieuwkomer bij London Greenpeace. Na elke vergadering van de actiegroep maakt Bishop, privé-detective, rapport op. Er was iets vreemds aan die vrouw. Haar spijkerbroek was gloednieuw en toch zaten er scheuren in de knieën. Wantrouwend noteert hij: ‘Eerder aangebracht dan van slijtage.’

Bishops vermoeden klopt. Wat hij op dat moment niet weet, is dat zij - net als hij - is ingehuurd door de hamburgergigant McDonald’s om de actievoerders van London Greenpeace in de gaten te houden. Michelle Hooker is een voormalig politie-agente die is overgestapt naar het particuliere recherchewerk, en haar methodes kennen geen grenzen. Als ‘Shelley’ begon ze een relatie met een lid van London Greenpeace (dat overigens niets te maken heeft met het grote Greenpeace).
McDonald’s huurde privé-detectives in om te speuren naar de mensen achter het pamflet What’s wrong with McDonald’s?, dat London Greenpeace al jaren verspreidt. Daarin beschuldigt het McDonald’s van het promoten van junkfood, de uitbuiting van eigen werknemers, dieren en de Derde Wereld, milieuvervuiling en het kappen van tropisch regenwoud. Dat kwam ze op een aanklacht wegens smaad (libel) te staan. Drie van de vijf aangeklaagde actievoerders kozen eieren voor hun geld en boden formeel excuses aan. Helen Steel en Dave Morris besloten zichzelf te verdedigen - dat was de start van het langstlopende proces in Engeland ooit: 314 dagen in tweeënhalf jaar. Vlak voor Kerst vorig jaar was de laatste zittingsdag; de uitspraak wordt met Pasen verwacht.
Nog voor de rechter spreekt, is duidelijk dat McDonald’s zijn gezicht heeft verloren. Een team van topadvocaten moest het afleggen tegen twee brutale actievoerders in spijkerbroek, de 'McLibel 2’. Zij onderbouwden hun kritiek met feiten over de praktijken van de fastfood-keten. Zelfs door McDonald’s opgeroepen getuige-deskundigen zagen zich meer dan eens gedwongen de actievoerders gelijk te geven. In de rechtszaal vond London Greenpeace een podium voor anti-McDonald’s-propaganda dat ze anders nooit had gekregen. De zaak kreeg in Engeland, maar ook internationaal veel aandacht. En Londen werd het virtuele middelpunt van wereldwijde acties tegen de multinational.
In het voorjaar van 1995 werd op Internet ook de website McSpotlight gelanceerd, die alle informatie herbergt die tijdens het proces naar boven kwam - en meer.
HET PROCES WERD onverwacht een ongeëvenaarde publicitaire ramp voor de hamburgergigant. McDonald’s is ondanks wereldwijde bekendheid zeer beducht voor haar reputatie. Wie het waagt zich kritisch over het bedrijf uit te laten, kan juridische stappen verwachten. Dat overkwam in Engeland ook universiteiten, de BBC en Channel 4. Het McLibel-proces biedt een onthullend kijkje in de keuken van McDonald’s. Om potentiële tegenstanders in kaart te brengen blijkt het bedrijf te beschikken over een compleet inlichtingenapparaat, opgezet door voormalige politieagenten. Om de identiteit van de verspreiders van het gewraakte pamflet te achterhalen werd, in de woorden van het hoofd beveiliging, 'geen enkele bron geschuwd’. Infiltratie bij London Greenpeace door privé-detectives was slechts een van die middelen. Welk zwaar geschut McDonald’s heeft ingezet werd duidelijk uit verklaringen van betrokkenen voor de rechtbank.
Het actiegroepje kwam in het vizier toen vice-president Sid Nicholson What’s wrong with McDonald’s? onder ogen kreeg, in 1989. Hij werd op het pamflet attent gemaakt door de uiterst conservatieve Economic League, berucht om zijn zwarte lijsten met zogenaamde 'subversieven’. De Economic League bood bestanden met gegevens over politieke betrokkenheid of vakbondsactiviteiten van mensen aan als bron voor screening bij sollicitaties. (Na verscheidene onthullingen en schandalen begin jaren negentig moest de League overigens sluiten.)
Sid Nicholson komt er rond voor uit dat McDonald’s lid was van de Economic League, volgens hem 'een organisatie die opkomt voor de belangen van multinationals’. Van 1984 tot 1991 was Nicholson tegelijkertijd hoofd beveiliging en hoofd personeelszaken. Die combinatie van functies kwam goed uit bij de onderdrukking van vakbondsactiviteiten op de werkvloer. Bij zijn eerste verhoor vertelde de vice-president hoe dat in zijn werk ging. Werknemers met belangstelling voor een vakbondslidmaatschap zocht hij - gewaarschuwd door de vestigingschef - persoonlijk op, in het gezelschap van een aantal breedgeschouderde managers. Er volgde een goed gesprek, aldus Nicholson, met de gewenste gevolgen: niemand durfde zich meer aan te melden. 'Heel goed mogelijk dat we ook rapporten over vakbondsactiviteiten kregen’, zegt hij als de Economic League tijdens zijn tweede verhoor ter sprake komt.
HULP KWAM OOK van een andere kant, van vroegere collega’s. Voor Nicholsons carrière bij McDonald’s begon, werkte hij 31 jaar bij de politie in Zuid-Afrika en in Engeland. Hij onthulde tijdens het proces dat hij in september 1989 een geheime vergadering had met de Special Branch van Scotland Yard om het gevaar van London Greenpeace te bespreken. De rechercheurs wisten dat de actiegroep op 16 oktober een picketline voor het Engelse hoofdkantoor van McDonald’s zou houden. Nicholson bood hen alle faciliteiten voor het inrichten van een observatiepost. Rechercheurs van de Animal Rights National Index (ARNI), Special Branch-agenten gespecialiseerd in dierenbevrijders, identificeerden ter plekke de actievoerders. Twee van hen werden later gedagvaard wegens smaad.
Volgens Nicholson bleef het bij deze ene ontmoeting, maar tijdens het proces kwam bewijsmateriaal boven water waaruit bleek dat het contact nog jaren is gecontinueerd. De tweede man verantwoordelijk voor beveiliging, Terry Carrol, schreef: 'Ik had vandaag een ontmoeting met ARNI van Scotland Yard, en kreeg de bijgesloten literatuur. Sommige dingen hebben we al, een deel is nieuw.’ Deze memo is gedateerd 22 september 1994. Het proces was toen al een paar maanden aan de gang.
Ook Terry Carrol werkte dertig jaar bij de politie in Londen, de laatste jaren direct onder Sid Nicholson als chef van de wijk Brixton. Hij gaf alle McDonald’s-filialen de opdracht zo veel mogelijk foto’s te maken van de demonstranten en de uitgedeelde vlugschriften te verzamelen. De foto’s moesten een 'harde kern’ van activisten identificeren, verantwoordelijk voor alle protestmanifestaties. Maar wat Terry Carrol ontdekte was dat het vooral mensen uit de lokale bevolking waren die demonstreerden bij de plaatselijke McDonald’s.
EEN MAAND NA de eerste ontmoeting met de Special Branch kregen twee particuliere recherchebureaus de opdracht inlichtingen te verzamelen over London Greenpeace. Sid Nicholson benaderde zowel Kings Investigation Agencies als Bishops Investigation Bureau, maar verzweeg dat hij twee bureaus tegelijk had ingeschakeld. Minstens zeven verschillende 'onderzoeksagenten’ infiltreerden tussen eind 1989 en halverwege 1991 de actiegroep. Vaak wisten de privé-detectives niet van elkaars bestaan.
Drie van de geheim agenten verschenen voor de rechter als getuige voor McDonald’s en lieten zich ondervragen over hun undercover-werk. Om geloofwaardig over te komen volstonden de infiltranten niet met het bijwonen van vergaderingen. Brian Bishop bezocht niet alleen twaalf vergaderingen in viereneenhalve maand, maar bemande - soms in zijn eentje - een informatiestand op een 'goed bezochte manifestatie’. What’s wrong with McDonald’s? was daar gratis mee te nemen.
Bishops eerste rapport bevat een gedetailleerde beschrijving van het kantoortje van London Greenpeace. Op de vraag naar de relevantie van die informatie, ontkende Bishop dat hij eventuele inbrekers van dienst wilde zijn. Wel had hij een enkele keer een brief aan London Greenpeace doorgegeven aan het recherchebureau.
De tweede agent, Allan Clare, had enkele brieven 'even geleend’, want hij legde ze terug na ze te hebben gekopieerd. Hij verschafte zich ’s nachts toegang tot het kantoor door met een telefoonkaart het slot te forceren. Inbreken wilde hij het niet noemen, want 'het slot van het kantoor was niet bepaald sterk, dus volgens mij en chefs was binnenkomen geen probleem’. Hij nam foto’s die tijdens het proces van pas kwamen.
Ook Roy Pocklington, die tussen oktober 1989 en juni 1990 maar liefst 26 vergaderingen bijwoonde, hielp ter bevordering van zijn geloofwaardigheid mee met het beantwoorden van brieven. Soms sprak Pocklington van tevoren af met welke mensen hij de vergadering zou verlaten, zodat die naar huis gevolgd konden worden. Om het adres van Dave Morris te achterhalen bracht hij een pakket babykleertjes voor diens kleine zoontje mee.
Sid Nicholson gaf toe dat door McDonald’s ingehuurde detectives brieven hadden gestolen. Zijn mensen kregen weliswaar instructies 'niets illegaals en onbehoorlijks te doen’, maar, voegde hij eraan toe, 'mensen maken nou eenmaal fouten’.
MCDONALD’S HEEFT altijd geweigerd de identiteit van de andere privé-detectives bekend te maken. Daar was een goede reden voor. Van de vier wèl opgeroepen undercovers besloot er één, Frances Tiller, te getuigen voor de verdediging. Een opleiding tot diëtiste had haar gevoeliger gemaakt voor argumenten tegen fastfood. Tiller had destijds een baantje bij een van de recherchebureaus als assistente van de directeur. Bij gebrek aan infiltranten werd zij gevraagd in te springen. De eerste aan wie ze dit voorval uit haar verleden opbiechtte, bleek toevallig een bekende van de McLibels.
In een interview dat op McSpotlight is te vinden, vertelt Frances Tiller hoe zwaar het undercover-werk was: 'Ik had barstende koppijn na elke vergadering (in een vreselijk rommelig kantoortje), omdat ik me zo moest concentreren op wat er werd gezegd en door wie. Je moet zo gewoon mogelijk doen en intussen heel erg opletten dat je niet door de mand valt. Die dubbelrol was ontzettend vermoeiend.’ Tiller noteerde zodra ze thuiskwam wat ze had onthouden en maakte een rapport voor het bureau.
De vergaderingen hadden een nogal chaotisch verloop. Tiller: 'Vaak was niet eens duidelijk wanneer de vergadering feitelijk aanving. Het begon gewoon doordat mensen met elkaar gingen praten.
De actievoerders bleken allemaal heel gewone, best aardige mensen. 'Ik had te horen gekregen dat ze veganistisch waren, en wist niet goed wat ik me daarbij moest voorstellen. Bloedeloze figuren, geen stevige karakters.’ Het recherchebureau had haar gewaarschuwd dat het gevaarlijk kon worden. 'Mijn adres en telefoonnummer kon ik maar beter geheim houden, want als de actievoerders zouden uitvinden wie ik was, kon het wel eens verkeerd aflopen.’ Heeft ze achteraf spijt van haar infiltrantenwerk? 'Nee, helemaal niet. I was just doing my job.’
Frances Tiller was degene die Michelle Hooker introduceerde bij London Greenpeace; zij moest haar opvolgster worden. 'De eerste keer dat ze meeging was ik verbaasd. Michelle Hooker gaf me een lift in haar zwarte BMW, die ze een paar straten verderop parkeerde. Het laatste stuk liepen we. Zelf trok ik speciaal hippiekleren en sandalen aan. Zij niet. Desondanks werd ze geaccepteerd. Sterker nog, ik begreep dat ze er behoorlijk diep in zat.’
MICHELLE HOOKER begon een relatie met een van de actievoerders. Haar opvallende verschijning werd zoals gezegd opgetekend door een andere aanwezige privé-detective. Hooker maakte op haar beurt in een van haar eerste rapporten melding van een 'bescheiden’ jongeman, genaamd Charlie. Haar verhouding met Charlie plaatste haar boven iedere verdenking. Een volgend voordeel van deze intieme betrekking was dat ze andere dierenrechtenactivisten leerde kennen, die zich ook met radicalere acties bezighielden.
Het was echt dik aan. Michelle en Charlie vierden samen Kerst en gaven elkaar cadeautjes. Michelle Hooker kon uit de eerste hand verslag doen van de reacties die de aanklacht wegens smaad bij London Greenpeace teweegbracht.
Maanden later, toen duidelijk werd dat het op een confrontatie voor de rechter zou aankomen, liep het werk van de detectives op zijn eind. De relatie tussen Michelle en Charlie bekoelde. De enige tastbare herinnering aan deze vreemde verhouding, weet het Engelse dagblad The Observer, is het pluizige poesje dat Michelle achterliet in Charlies flat, en nooit meer kwam ophalen.
DE VRAAG BLIJFT waarom McDonald’s de zaak tegen London Greenpeace überhaupt heeft doorgezet. Frances Tiller zegt dat de anti-McDonald’s-campagne niet bepaald prioriteit had in de tijd dat zij de vergaderingen bezocht.
En dan te bedenken dat de vergadering soms voor een groot deel uit infiltranten bestond. Tiller reconstrueerde achteraf dat één keer drie van de zeven of acht mensen infiltranten waren. Helen Steel weet van een bijeenkomst in 1990: vier aanwezigen waarvan er drie werkten voor twee verschillende detectivebureaus.
Toch wil Sid Nicholson niet van een overkill horen. Het aantal meevergaderende detectives was volgens hem niet van invloed op de richting van de groep, verklaarde hij voor de rechtbank. Het argument dat McDonald’s via de activiteiten van de ingehuurde detectives medeverantwoordelijk is voor de verspreiding van het pamflet, werd door de rechter als aanvullende verdediging geaccepteerd.
DAT HET OOK ANDERS kan, bewijst de affaire met Veggies Ltd. of Nottingham. Eind jaren tachtig kreeg deze Engelse actiegroep, destijds de belangrijkste verspreider van What’s wrong, te maken met juridische dreigementen van McDonald’s. Na onderhandelingen tussen de advocaten ging McDonald’s akkoord met een aantal kleine wijzigingen in de tekst. De Veggies bleven het pamflet in grote oplagen ronddelen.
Waarom kon de zaak met London Greenpeace niet op vergelijkbare wijze worden afgehandeld? Misschien was er, toen er eenmaal zoveel tijd en geld in deze actiegroep was geïnvesteerd, voor McDonald’s geen weg meer terug. Het onheil dat het daarmee over zich afriep, kent zijn weerga niet. Het voor het imago van het bedrijf zo catastrofaal verlopen proces zal in de communicatiewetenschappen dienen als schoolvoorbeeld van hoe het niet moet. Het lesmateriaal is al klaar en is gratis verkrijgbaar op McSpotlight. Alle bewijsstukken zijn daar keurig op onderwerp gerangschikt, naast de biografieën van alle getuige-deskundigen en de verslagen in de pers. Voor actievoerders overal ter wereld zijn er vertalingen van het pamflet, klaar om te printen.
Zeer ingenieus is de rondleiding op de site van McDonald’s, via zogenaamde frames voorzien van de McLibel-argumenten. En vanaf 16 februari, zijn eerste verjaardag, biedt McSpotlight bovendien alle procesverslagen: elk woord dat voor de rechtbank is gezegd, 314 zittingsdagen lang.
McDonald’s heeft - wijs geworden? - niets ondernomen tegen McSpotlight. Nog niet tenminste.