Mager steunprogramma houdt Tunesiërs nét op de been

Tunis - ‘Ik ben tegen de lockdown. Ik moet eten’, zegt de fruitverkoper vanachter zijn kar in de hoofdstraat van Bouselsla, een wijk boven het centrum van Tunis. Door de Corona-lockdown was in Tunesië bijna anderhalve maand bijna alles dicht, alleen banken, apotheken en- ‘noodzakelijke winkels’ als kruideniers en kleine supermarkten mochten open blijven. Sinds 4 mei geldt een ‘gerichte lockdown’, wat inhoudt dat Tunesië fasegewijs ‘van het slot’ gaat. Inmiddels mag de helft van de werknemers weer aan slag, waaronder huishoudelijke hulpen en straatverkopers. Ook de fruitverkoper die sowieso de maatregelen aan zijn laars lapte, is er blij mee. ‘Ik werk weer, wat moet ik anders?’

Om burgers en bedrijven te helpen met het opvangen van de financiële klappen lanceerde de regering in maart een steunpakket van 2,5 miljard Dinar (800 miljoen euro). Dit pakket bestond uit voedselpakketten en eenmalige uitkering van 200 Dinar (€64) voor ‘arme families’ en lastenverlichting voor bedrijven. Alleen, werkers in de informele economie (53% van de beroepsbevolking) konden geen gebruik maken van de regeringshulp en de uitvoering verliep moeizaam. De lockdown duwt veel kwetsbare inwoners onder het bestaansminimum, is de ervaring van een welzijnswerker in de wijk Bouselsla. ‘Dat zijn mensen die voor de coronacrisis net de eindjes aan elkaar wist te knopen, maar nu geen geld meer overhouden voor eten en de huur.

Samira Laabidi is net weer aan het werk als huishoudelijke hulp. Dat is een opluchting, maar nog steeds heeft haar gezin het ‘superzwaar’, vertelt zij. Mijn man werkt als chauffeur en zit nog thuis. Hij krijgt maar de helft betaald. Wij leven op de pof bij de kruidenier. Dat doet iedereen.’ Ze liep ook nog eens de overheidshulp mis, vertelt ze. ‘Er kwamen vrachtwagens in de wijk met geld en dozen met eten. Maar door mijn diabetes durfde ik er niet heen.’

Op dit moment zijn ondernemers in contactberoepen als kappers en schoonheidsspecialisten nog niet open. Zij moeten het deze weken financieel zelf zien te rooien. ‘Het is een financiële ramp’, zegt kapper Mosta Moez. ‘Januari en februari zijn stille maanden en toen het wat aantrok begon de lockdown. Ik kreeg problemen met de bank en mijn huis heb ik moeten opgeven. Toch verwacht hij weinig faillissementen in zijn sector.

‘Wij gaan het net redden. Denk ik. Klanten zullen ook geldproblemen hebben, maar het wordt hoogseizoen.’