Zaalbeeld When Things Are Beings. Ana Navas, Excuses Obelisk, Fishbowl, Stretching and Carving (Barbara), Easel and Octopus, 2019. Vooraan: Eric Giraudet de Boudemange, Moult, 2019-2022 © Gert Jan van Rooij / Stedelijk Museum Amsterdam

In de hoek van de zaal, op een grote steen met een uitgesleten bedje, als een nest, ligt een vervloekt ei. Zo staat het beschreven op het tekstbordje: installatie met een vervloekt ei. Rondom de steen hangt een dunne, doorschijnende doek, als een lichte nevel, en aan de muur draait een video die getuigt van de reis die kunstenaar Seán Hannan naar Ierland maakte om het object te bemachtigen. Een vrouw gehuld in een fluwelen jurk met decolleté en een hoofddoek om staat in een groen, weids landschap en houdt een ei voor zich in de lucht. Een Ierse doedelzak klinkt, de mystieke klanken die schallen over het landschap in combinatie met de sjamanistische vrouw doen vermoeden dat de vloek het ei hier binnendringt.

Luck (2022) brengt een klassiek kunstwerk van Ger van Elk in gedachten. La Pièce (1971), in de collectie van het Kröller-Müller Museum, is een wit blokje beukenhout rustend op een roodfluwelen kussentje, vergezeld van een video die toont hoe Van Elk het hout wit schilderde op een schip midden op de Atlantische Oceaan, in zuivere lucht die nog geen stofje in de verf zou kunnen blazen. Het was zijn inzending voor de tentoonstelling Sonsbeek buiten de perken, belachelijk bescheiden van omvang in vergelijking met de sculpturen van anderen, maar minstens zo krachtig, het witte blokje als een brok concentratie.

Seán Hannan liet zijn ei in Ierland vervloeken speciaal voor de tweejaarlijkse gelegenheidstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam met voorstellen voor ‘gemeentelijke aankopen’, nieuwe kunst voor de museumcollectie waarvan een deel daadwerkelijk zal worden aangekocht. Met een vloek die speciaal voor het Stedelijk werd ontwikkeld. Net als dat van Van Elk zet Hannans kunstwerk met gevoel voor theater de tentoonstelling op scherp: het is niets dan die dunne doek en een straal licht die ons van de steen met het ei, en daarmee van de vloek, scheidt, een kwestie van vertrouwen dat op niets dan beschaafd gedrag in een museum gestoeld lijkt. Wanneer het ei volgens het geloof in piseógs, een vorm van Ierse volksmagie, breekt, zal de vloek de plek van geluk beroven en het zichzelf toe-eigenen. Er dreigt geen gevaar, verklaart het tekstbordje, hoogstens wordt het geluk van het Stedelijk overgedragen aan anderen in de kunst die het harder nodig hebben.

Maggiblokjes groeien aan bomen naast wolken kokosmelk

Dat klinkt geruststellend, en misschien uiteindelijk wat soft, maar de tentoonstelling When Things Are Beings is geladen met objecten waar een bepaalde kracht van uitgaat, die afstoten en verleiden, angst inboezemen en hebzucht opwekken. De boodschap ‘gelieve de objecten niet aan te raken’, die tussen elke doorgang naar een nieuwe zaal is aangebracht, is niet overbodig: de tentoonstelling kent een hoog fetisj-gehalte. ‘Dingen die wezens zijn’ blijkt een vruchtbaar thema om de tijdgeest mee te vangen, de wereld te bezien als een plek overladen met spullen waar we ons aan vastklampen, soms tegen beter weten in. Kunstenaars in de tentoonstelling grijpen terug naar objecten waar tradities en verhalen aan kleven, zoals Hatutamelen naar de salawaku, een schild afkomstig van de Molukse eilanden, Aram Lee naar de guling, een kussen van menselijk formaat, en Ayo naar de wan, een landbouwwerktuig waarmee koren van kaf gescheiden wordt, gemaakt met koeienmest, opobo-boombast en itele-riet.

Maar ook waar plat consumentisme lonkt, weet de kunstenaar een weg naar betekenis. Magali Reus verwerkte onder meer een kurkentrekker, een gootsteenplug en een luchtverfrisser in haar Settings, Ana Navas nam een aantal passieve, huishoudelijke objecten als dragers voor prachtige sculpturen met een uitgesproken karakter. Op een kleine verhoging in de tentoonstelling staan naast elkaar een droogrek, strijkplank, kledingrek en schildersezel uitgestald, nog herkenbaar aan hun uitgesproken vorm, maar omhuld met textiel, keramiek, verf en juwelen ontdaan van hun functie.

Dingen als wezens zijn niet te vertrouwen, bewijst ook Sondi in haar video-installatie met drie schermen en daar omheen sculpturen van keramiek. In de video vertelt een stem, misschien die van de kunstenaar, over haar huis in Kameroen in de tijd voordat ze haar geboorteland verliet. Herinneringen aan een paradijselijk oord, met een altijd blauwe lucht en verse kruiden, zijn ingegeven door beelden die op de videoschermen een eigen leven leiden, maar blijken niet meer dan een luchtspiegeling. De tijd bedekte de dingen, maakte van de plek van haar jeugd een geïdealiseerde plek die niet langer te bereiken is, een plek die mogelijk nooit bestaan heeft. De kruiden uit haar jeugd namen de vorm aan van maggiblokjes, die in de video aan bomen groeien naast schuimachtige wolken kokosmelk. In de zaal manifesteren enkele maggiblokjes, een blik kokosmelk en een chocoladereep zich als sculpturen. In plaats van perfecte replica’s zijn het twijfelachtige uitvergrotingen, een speldenprik van de kunstenaar naar de materiële wereld. Een niet-tastbaar huis, zegt de stem, is ook een thuis.

When Things Are Beings: voorstellen voor de museumcollectie, t/m 10 april 2023 in het Stedelijk Museum in Amsterdam. stedelijk.nl