Magie

Mijn fietsvakantie zat er bijna op toen ik hoorde dat mijn zus een ongeluk had gehad. Ze was aangereden door een vrachtwagen. Het zag er niet goed uit. Na het telefoontje draaide ik gedachteloos de pedalen rond naar het dichtstbijzijnde station. Ik wilde iets doen. Ik wilde, koste wat het kost, iets van haar ellende overnemen. Toen dook uit het niets een auto op. Ontwijken kon ik hem niet meer. Even was er angst, daarna gleed ik over de motorkap en voelde alleen intens geluk. Dit was mijn offer. Mijn zus zou overleven.

Ze is inmiddels al jaren dood en aan de minuscule botsing heb ik geen blijvend letsel overgehouden. Wel heeft het me de onweerstaanbare aantrekkingskracht geleerd van het magisch denken; van het idee dat de wereld om jou draait en dat jij met daden waarvan je de betekenis nauwelijks kunt overzien het lot van anderen bepaalt. Het is waanzin, maar volstrekt begrijpelijk. Het alternatief, de machteloosheid, is immers nog vreselijker. Liever een dwaas die zich van alles in zijn hoofd haalt dan een blaadje dat willoos meedrijft op een kolkende rivier. Daden schenken troost. Als het oorlog is, viert het magisch denken hoogtij. De gewone logica telt niet meer. Analyses van kosten en baten verdwijnen uit het zicht. Elke dode moet gewroken en voor elke bom moet iets bedacht. En dus lopen Servische profvoetballers rond met politieke sluikreclame en zetten fanatieke hackers de website van de Navo op zijn kop. Dat de strategen dachten dat ze Milosevic met bommen tot rede konden brengen, is achteraf ongelooflijk. En ook het argument dat Milosevic de bombardementen nodig had om het thuisfront een gematigder koers te kunnen verkopen, klinkt nu hopeloos buitenaards. Dergelijke redeneringen zijn zelf een staaltje magisch denken. Magisch denken is altijd egocentrisch. Niet wat nodig is, maar wat voorhanden is, bepaalt het gedrag. Het is vergelijkbaar met de dronken man die zijn voor de deur verloren sleutels zoekt bij de lantaarnpaal. Alleen daar brandt immers genoeg licht om iets te zien. De Navo bombardeert omdat dat is wat ze kan, niet omdat het werkt. Voormalige pacifisten schreeuwen nu om het hardst dat er meer moet worden gedaan en dat alleen grondtroepen redding kunnen brengen. Ze verwijten de Navo een uit een Vietnamsyndroom ontsproten lafheid. Maar ook hen is het magisch denken niet vreemd. Wie uit daden troost wil putten, verlangt naar grootse daden. En een daad is pas een daad als het iemands laatste daad kan zijn. ezelf lanceren over een motorkap is niet zo slim, maar betrekkelijk onschuldig. Dat kan van etnische zuiveringen, bombardementen en grondoorlogen niet meer worden gezegd. Moeten we dan maar niets doen? Is dat de enige realistische optie, waarbij niet magie, maar werkelijkheidszin overheerst? Nee, want dan gedragen we ons als een kind dat denkt dat er niets gebeurt als het zijn ogen sluit. Ik wil dat er geweld wordt gebruikt dat daadwerkelijk een einde maakt aan de vijandelijkheden. Maar dat klinkt net zo hopeloos naïef als Woodrow Wilson die de Eerste Wereldoorlog betitelde als ‘the war to end all wars’. Dat is niet meer magisch denken, dat is dromen tegen beter weten in. Maar zolang niemand weet hoe de Serven kunnen worden gestuit en er een houdbare status quo tot stand kan worden gebracht, zijn we veroordeeld tot dromen.