Joan Didion, The Year of Magical Thinking

Magisch denken

Joan Didion

The Year of Magical Thinking

Alfred A. Knopf, 227 blz.

Schrijfster en journaliste Joan Didion is een vooraanstaand lid van de Amerikaanse intelligentsia. Zij publiceerde vijf romans, zeven non-fictiewerken en talloze artikelen over literatuur, film en politiek in grote tijdschriften en kranten. Haar werk is erudiet, stijlvol, sophisticated, maar toont ook dat buitenmatig intellectualisme een zekere steriliteit tot gevolg heeft. Didion fascineert tot je er zo genoeg van krijgt dat je haar boek door de kamer smijt. Om het later weer op te pakken en verder te lezen.

In Where I Was From (2003) liet Didion zien hoe zij geschiedenis, reportage, herinneringen en literaire kritiek weet te vermengen tot een scherpzinnig portret van Californië, de staat waar zij geboren is. Opnieuw werd zij geprezen om haar intelligentie, originaliteit en prachtige stijl. Ongetwijfeld waar, maar het boek valt ook op door de vermoeiende aandacht voor details, het obsessieve verlangen om alles te vertellen, het ontbreken van emoties. Didion vermijdt direct contact met de lezer. Haar intellectualiserende, cultuurhistorisch gerichte blik glijdt onbewogen over mensen en dingen, en laat nergens de indrukwekkende Californische landschappen en steden herleven. Maar misschien kan alleen een Europese intellectueel dat, zoals Jean Baudrillard, die in Amérique de okerkleurig-roze Californische woestijn als een scherm ontrolt, want Amerika is cinema en Californië is thuiskomen in een land waar je nooit eerder bent geweest.

In haar nieuwste boek toont Didion opnieuw haar stilistische meesterschap. Het is een relaas van de bijna veertig jaar die zij doorbracht met haar man, schrijver John Gregory Dunne en hun dochter Quintana Roo. Er is een bittere reden voor deze zoektocht naar het verleden. In december 2003 kreeg Quintana griep en werd zo ziek dat zij naar het ziekenhuis vervoerd moest worden. Daar bleek ze een zware longontsteking te hebben en was het onduidelijk of ze zou overleven. Twee weken na haar opname zat John Dunne thuis tegen Joan te praten, toen hij plotseling zijn hand ophief en midden in een zin in elkaar zakte. Hij stierf zo plotseling aan een hartstilstand dat zijn vrouw even dacht dat hij een grap maakte. Quintana verbleef maandenlang in het ziekenhuis. Zij mocht uiteindelijk naar huis maar kreeg toen een hersenbloeding, waar zij weer langzaam van herstelde. Het leven verandert snel, schrijft Joan Didion, het verandert binnen één enkel ogenblik. Je gaat zitten om te eten en alles wat je kende is opeens weg.

De titel van het boek verwijst naar het aanvankelijke onvermogen om te accepteren dat iemand voor altijd verdwenen is. Je vlucht in het magische denken, je weet dat hij dood is en tegelijk ontken je het. Je gooit zijn schoenen niet weg, want die zal hij nodig hebben als hij terugkomt. Je wilt op een bepaalde plaats zijn want daar zal hij opeens naast je staan. Je ziet overal tekens dat hij nog in leven is. Hier spreekt Joans intiemste, bijna geheime stem, die haar dankzij allerlei vreemde verboden en rituelen ervan weerhoudt om de dood te aanvaarden. En dan zijn er de andere stemmen, die haar dwingen om alles te onderzoeken wat verbonden is met de dood van haar man en de ziekte van haar dochter, stemmen die rationeel lijken maar in feite verwijzen naar diepere lagen van haar verdriet. Ook hier heerst het magische denken, de ontkenning, de rationalisatie die de leegte moet verbergen. Herinneringen, poëzie maar ook medische handboeken moeten een illusie van controle in stand houden. Door alles te weten te komen over medicijnen en specialisten, over de specifieke uitdrukkingen en eufemismen die in ziekenhuizen worden gebezigd, probeert Didion beheersing te krijgen over ziekte, leven en dood. Haar enige instrument is de taal, die zij virtuoos bespeelt maar waarvan zij uiteindelijk de feilbaarheid inziet.

De zeventigjarige Joan Didion moet over een fenomenaal geheugen be schikken of elk detail van haar leven met John Dunne en hun dochter hebben opgeschreven. Via de dwingende herhaling van thema’s, gedichten, ontmoetingen en sociale en politieke ge beur tenissen neemt ze de lezer mee in een tocht door hun gezamenlijke be staan. Didion schuwt goedkope ontboezemingen en vals sentiment. Zij is vaak grappig en soms ook poëtisch terwijl zij over de donkerste dagen van haar leven schrijft. Haar verwoede pogingen om het verleden te doen herleven en haar ver langen om alles te weten, te onderzoeken, te vertellen, zeggen meer dan tranen.

De dood van John Gregory Dunne is de as waar Didions caleidoscopische zoektocht om draait. De verschillende stadia in de ziekte van Quintana worden verteld, en ook hier moet de overvloed aan feiten en details de angst verschuilen om de aanbeden dochter te verliezen. Een einde ontbreekt. Didion staat nog even stil bij herinneringen aan reizen naar Hawaï en Indonesië met John Dunne, zij lijkt zijn dood eindelijk te hebben aanvaard zoals je alle veranderingen in je leven moet accepteren. Zij zegt niets meer over Quintana Roo, die in augustus 2004 in een New Yorks ziekenhuis overleed. En juist dit zwijgen is hartverscheurend.