Magische deuren

Met hartverscheurende nauwkeurigheid tekent Mohsin Hamid wat vluchtelingen als Saeed en Nadia allemaal achterlaten en hoe ze dat verlies altijd zullen meenemen.

Mohsin Hamid (1971) is een exponent van een nieuwe klasse schrijvers: niet de koloniaal die India bezoekt en over de schoonheid of de schande van het land schrijft (Orwell), niet de buitenlandse intellectueel grootgebracht in een koloniale grootmacht (Kipling), niet een daar geboren en getogen grote schrijver (Tagore), maar de moderne chroniqueur van een postkoloniaal land in een geglobaliseerde wereld. Hamid groeide op in Californië (zijn vader behaalde er zijn doctoraat aan Stanford) en ging naar de middelbare school in Pakistan. Hij studeerde aan Princeton en de Harvard Law School en werkte daarna in New York, voor onder andere McKinsey & Company. Hij woonde sindsdien in New York, Londen, Lahore, Zuid-Italië en Griekenland.

Small hh 17064147
Mohsin Hamid © Sarah Lee / Eyevine / HH

De platte wereld als speelveld voor de literaire schrijver, dus. Toch zijn alle boeken van Hamid gebonden aan zijn geboortegrond. Ze laten de lezer kennismaken met de snel veranderende wereld van Centraal-Azië, waar traditionele (familie)waarden botsen met een geglobaliseerde wereld, geweld, wapen- en drugshandel, industrialisering, toerisme, kapitalisme, en alle verlokkingen die daarbij komen kijken. Hamids eerste boek, Moth Smoke (2000), was een fragmentarisch, van vertelperspectief verspringende, vrije vertelling van de onelegante val van een bankier, het onelegante leven van een heroïneverslaafde. De hoofdpersoon was de verteller, de lezer de rechter.

Hamids internationale doorbraak kwam met zijn tweede boek, het in 2007 voor de Booker Prize genomineerde The Reluctant Fundamentalist. Het boek speelt zich deels af in New York. De aarzelende fundamentalist van de titel is een briljante Pakistaanse Princeton-student die bij een zeer prestigieus financieel kantoor aan de slag gaat, maar al snel teleurgesteld raakt: teleurgesteld in Amerika, teleurgesteld in het kapitalisme, en teleurgesteld in de liefde. Afgewezen door de wereld om hem heen verhardt hij. Het boek is een verhaal in een verhaal: de roman leest als een theatermonoloog. De lezer als luisteraar is een Amerikaanse geheim agent op een terras in Lahore, waar Changez – de verteller – tijdens een lange namiddag en avond zijn verhaal doet. Dat verhaal is het verhaal van een outsider en een liefdesverhaal, zoals alle boeken van Hamid verhalen van outsiders en liefdesverhalen zijn over de liefde van een jongen voor een meisje (en soms ook van dat meisje voor die jongen), en de liefde voor een land (soms een ander land dan het eigen). Het boek is een relaas tegen de Amerikaanse droom, geschreven in de jij-vorm, en bewierookt om zijn stilistische durf.

Opvolger How to Get Filthy Rich in Rising Asia (2013) was ook in de jij-vorm gesteld. Deze keer geen monoloog, maar een pastiche op een zelfhulpboek. Ook hier deed Hamid knappe dingen: compressie in tijd (de naamloze hoofpersoon – een outsider van het platteland die naar de stad vertrekt en zich omhoog werkt – wordt in het boek tachtig jaar oud, maar er verstrijken maar vijftien of twintig jaren); een zorgvuldig balanceren van een liefdesverhaal en een carrière; en het geloofwaardig persifleren van een zelfhulpboek (dat wil zeggen: het trucje zijn eigen verhaal niet laten ondergraven, het boek is een roman, geen pastiche). De opkomst van de megametropool in subcontinentaal Azië en een bijhorende middenklasse is het onderwerp van het boek en Hamid weet de arbeidsomstandigheden, wildgroei van gebouwen, invloed van westerse reclame en corruptie goed te vangen. Ondertussen is ook het liefdesverhaal overtuigender dan in The Reluctant Fundamentalist.

Het woord ‘vluchteling’ lijkt de laatste tijd zijn polariteit te hebben verloren: het is een vies woord geworden

Hamids nieuwste, Exit West, is wat betreft vorm zijn meest traditionele roman. Het is een klassieke, alwetende vertelling, verdeeld over meerdere continenten met als zwaartepunten het Midden-Oosten en Noord-Amerika. Al zitten er wel korte stukken tussen die ontregelen: vooruitwijzingen en glimpen van andere levens op andere plekken, die op een bepaalde manier verbonden zijn met het hoofdverhaal (soms slechts als spiegelmotief, maar een veelal geslaagd spiegelmotief, in een fragmentarische, maar verbonden wereld). Het hoofdverhaal is het verhaal van twee vluchtelingen, Saeed en Nadia. Het is wederom een verhaal van de liefde. De verteltoon doet denken aan die van Alessandro Baricco, zoals te lezen in Zijde en Driemaal bij dageraad. Exit West leest net als die boeken als een moderne parabel, maar in tegenstelling tot Baricco niet met de Europese geschiedenis als zwaartepunt, maar die van het hedendaagse Midden-Oosten – en met hedendaags bedoel ik dan ook: als onderdeel van de wereld. Bovendien is het boek een van de weinige literaire romans van de afgelopen tijd die me de tranen in de ogen deed springen, niet alleen door de liefdesrelatie, maar ook door de hartverscheurende nauwkeurigheid waarmee Hamid tekent wat vluchtelingen allemaal achterlaten en hoe ze dat verlies altijd zullen meenemen.

Er zit een ‘bovennatuurlijk’ element in het boek. De vertelwereld van Exit West zit vol magische deuren die mensen over de wereld kunnen verplaatsen – en waarvan de toegang dus veel geld waard is (één deur verbindt een tuinschuur op de Prinsengracht met een achterstandswijk in Brazilië). Saeed en Nadia gaan op een dag door een deur en eindigen op een Grieks eiland, in een geïmproviseerd vluchtelingenkamp, en, later, in Londen. Zoals Hamid die wereld voor zijn personages opent op een eiland in de Middellandse Zee, zo opent hij die ook voor zijn lezer – en toont de clash of cultures die daaruit voortkomt. De deuren zijn metaforen voor boten, vliegtuigen, wandeltochten; en de vluchtelingen komen overal: het centrum van Londen dus, Canada, Japan, een voorgoed veranderde wereld. De deuren naar rijkere delen van de wereld worden goed bewaakt, die naar armere delen worden open gelaten.

Hoofdpersonen Saeed en Nadia weten via Griekenland en Engeland naar de westkust van de Verenigde Staten te komen. Deze vlucht naar een ‘beter’ leven is gelijk aan de vlucht van de verteller van The Reluctant Fundamentalist en How to Get Filthy Rich in Rising Asia. Maar zoals Raymond Carver in elk verhaal weer een nieuwe kant van het leven aan de onderkant van de Amerikaanse middenklasse verkent, zo onderzoekt Hamid telkens een ander aspect van het leven in het Midden-Oosten. En deze keer zijn het ontwrichtende oorlogen daar. Het eerste deel van het boek gaat over die oorlog, die vanaf het eerste hoofdstuk al aanwezig is: de ouders van Saeed kijken naar de sterren op het balkon en gaan naar binnen terwijl op de achtergrond de geluiden van een automatisch geweer klinken. De overwegingen veranderen, toont Hamid: een appartement met een balkon en uitzicht over een straat verandert van een wenselijke plek in een gevaarlijke, want rakettenwerpers kunnen het balkon in een keer vinden.

Als Saeed en Nadia elkaar ontmoeten, bij een avondcollege over corporate identity en branding, draagt Nadia bedekkende kleding, niet uit geloofsovertuiging, maar zodat mannen niet met haar willen ‘neuken’. Saeed, die introverter is en geloviger (hij bidt wel, Nadia niet; zij wil seks met hem, hij gelooft niet in seks voor het huwelijk), raakt gefascineerd door haar, en de twee roken samen een joint en worden al snel een stel. Als de oorlog ook hun stad bereikt – de vluchtelingen van het platteland liggen vanaf het begin van de roman al door de straten van de stad – leggen ze hun spaargeld bij elkaar om te vluchten. Saeeds vader – zijn moeder is overleden, door een zwerfkogel – weigert mee te gaan: hij zou de twee geliefden alleen maar tot last zijn.

In een toekomstig en dystopisch Londen, en zonder huis, haard, familie of werk, zijn de twee enorm op elkaar aangewezen. Deze nieuwe constellatie legt een druk op hun samenzijn, die – in de welvaartsstaatvariant – voor de meeste lezers wellicht herkenbaar is van het samen op reis gaan. Maar Saeed en Nadia zijn niet op reis, ze zijn bannelingen, en tegen hun zin (Hamids boek ontkracht ook mooi de mythe dat iedereen ‘hierheen’ komt om zijn zakken te vullen). Dit gevoel geeft een diepere laag en tragische twist aan het liefdesverhaal, dat voor een groot deel gevangen wordt in een van de vele zinnen-als-aforismen die Hamid schrijft: ‘Geography and time is destiny.’ Hamid laat zien hoe het kraken van een sjiek herenhuis – een moment dat vreugde moet geven – ook spanning oplevert, en meningsverschillen en misverstanden. Het grotere Londen-verhaal, dat van mensenstromen over de hele wereld, toont vakkundig aan dat, nu de wereld steeds kleiner wordt, eenieders lot steeds meer verbonden raakt met dat van anderen. Het woord ‘vluchteling’ lijkt de laatste tijd zijn polariteit te hebben verloren: het is een vies woord geworden, synoniem voor gelukszoekers, of, erger nog, uitvreters. Hamid maakt duidelijk dat de werkelijkheid een stuk complexer is, en dat een mondiale crisis ook echt alle hoeken van de wereld raakt: er is geen muur tegen op te trekken. Zijn stijl is soepel, soms lyrisch bedwelmend, en de af en toe opduikende miskleun (vooral in de vorm van metaforen) is hem vergeven. Exit West komt op veel plekken heel dicht in de buurt van een meesterwerk. Het laatste deel verandert het boek in een overtuigende huwelijksroman, al zijn Saeed en Nadia nooit getrouwd, met seksuele beslommeringen, onderlinge irritaties, en het samen bouwen van een huis als kantelpunt. Hier wordt het boek in de behandeling van de ontrafeling van Saeeds en Nadia’s relatie iets te beschrijvend, al blijven Hamids observaties over migratie overeind: ‘And so, irrespective of the reason, decency on this occasion won out, and bravery, for courage is demanded not to attack when afraid.’