Magische lipstick

Dat ik hier luitenant-kolonel Harry Bernwood tot hoofdpersoon uitriep, moet de Potter-fan die Lipstick on Your Collar verslond verbijsterd hebben. ‘In zekere zin’, schreef ik dan ook, namelijk wanneer je ervan uitgaat dat een thematische hoofdlijn het verval van The Empire is. Maar natuurlijk draait het om de twee jonge mannen, de soldaten Mick Hopper en Francis Francis, vol van verwachting, verlangen en hoop - zij het dat die per persoon zeer van vorm en inhoud verschillen. Is Francis de naieve, provinciale, intelligente arbeidersjongen die mag doorleren en gegrepen is door de Schone Kunsten (Poesjkin, Tsjechov, Hazlitt), Hopper (evenzeer intelligent) is aardser, drummer, uitgaanstype, tegelijk produkt en medeschepper van een totaal nieuw verschijnsel: de jongerencultuur met een hang naar Amerika.

De boys zijn vier jaar eerder geboren dan ik en de tweedeling herken ik wel: wij alpha-gymnasiasten waren uitgesproken Francis-typen, terwijl je de Hoppers meer onder de HBS'ers aantrof, aangevuld met een enkele beta. Sprekend met, alweer, ‘tender contempt’ jegens het eigen verleden herinner ik me met lichte gene mijn hoogmoed en minachting jegens het rock 'n’ roll-barbarendom. Pas de Beatles openden de weg naar de populaire muze, waarbij de Stones lang als 'ordinair’ golden. En de hoogte van Presley heb ik nog immer niet bereikt, afgezien van wat jeugdsentimentele vertedering die zich ook kan voordoen bij aanschouwing van een gruwelijk van-jaren-her-interieur.
De muziek in Lipstick dateert van voor de genoemde muzikanten. Op de vraag of het moeilijk was de goede nummers te vinden ('de’, want hoewel in de credits van Pennies from Heaven alleen al 86 liedjes voorkomen, bij Potter is geen liedje alleen maar sfeerscheppende achtergrond - altijd is er een betekenis, varierend van commentaar op de gebeurtenissen tot ontvouwing van het zieleleven van degeen die playbackt) was Potters antwoord ontkennend voor wat betreft de functie die de liedjes dramaturgisch moesten vervullen: volop keus. Maar moeilijk wel in de zin dat hij niet van die jaren vijftig-muziek hield. Zoals hij wel (globaal, want z'n maag draaide soms ook van de suikerzoetheid) gesteld was op de populaire muziek tussen 1930 en 1950, bepalend voor Pennies en de Detective.
Wat mij aan het speculeren brengt. Het verschil in waardering heeft minder te maken met autonome smaak alswel met de levensfase waarin die muziek het vanzelfsprekende geluidsdecor was. Voor een schrijver als Potter, wiens kinderjaren zo bepalend zijn geweest voor zijn kunstenaarschap en die zonder ooit tot reactionaire verheerlijker van het verleden te worden toch ook vervuld was van heimwee naar die verschrikkelijke en prachtige, bovendien magische wereld van 'kleine Dennis’, is muziek een van de weinige 'tastbare’ overblijfselen van dat verdwenen land. Als document maar ook als katalysator van de herinnering, zoals de geur van de madeleine dat was voor Proust. Dat zou mede verklaren waarom Lipstick een razend knappe en geestige serie is maar waarom die niet de emotionele impact heeft van zijn twee grote voorgangers.