Toneel: De vader

Magnifiek?

De inleidster lijkt vooral een handel in superlatieven te runnen. Dus zitten we al voor de voorstelling is begonnen opgescheept met hoe belangrijk het allemaal is. En hoe erg. Niet zomaar een toneelavond over die gemene ziekte alzheimer, we gaan ook de verwarring van de ziekte meemaken. Hersenuitval als scenische ervaring? Hm, ja, sort of. De verwarde man André verslijt zijn derde verpleegster in korte tijd, zijn dochter Anne grijpt streng in. Een scène verder zit daar dan opeens een andere Anne, een andere actrice, een stuk steviger gebouwd. De dementerende vader raakt in de war. Ja, dat haal je de koekoek! Raken wij in de zaal ook in de war? Nee, natuurlijk niet. Toneel = bedrog. Johanna ter Steege in een split second vervangen door Rian Gerritsen is op haar best onhandige comedy. Toneelbedrog als code wordt lomp in de mate waarin de valstrikken van het bedrog met lompe middelen worden uitgezet. In de vormgeving is dat overzichtelijk. Langzaam verblekende wanden, kaler wordende ruimtes – dat mag magie lijken, het is allemaal een kwestie van spot uit, pianomuziekje aan (gestaag disharmonischer en pling plongeriger), en bijrolvertolkers of toneelmeesters die in het pikkenduister meubels changeren.

Medium toneel
Johanna ter Steege en Hans Croiset in De vader, regie Gijs de Lange © Leo van Velzen

Er wordt in de voorstelling De vader niet alleen met meubilair geschoven, maar ook met tijd, verhoudingen, uitspraken, met mensen en met de minimaal voorradige conflictstof. Het stuk lijkt op een kapotte tomtom die ons achterstevoren door flashbacks loodst. Waardoor alles weer logisch lijkt. Maar niks hoor! Lange neus tegen logica! Reuze bijdehand gemonteerd allemaal, maar ook vermoeiend, omdat het lijkt alsof iedereen voortdurend bezig is om die arme dementerende André voor het lapje te houden. Waardoor hij voornamelijk een zielige zwerver wordt in zijn eigen spiegelpaleis. Toch weer een soort slachtoffertoneel dus. Waar ik geen fan van ben. En wat de producenten zeggen juist niet te willen maken. Zij zweren bij de inventiviteit van de Franse auteur Florian Zeller, die mij tegenvalt. En ik schrik van de uitgestalde educatieve verbanddozen en andere blijmoedigheden uit de voorraadschuren van Alzheimer Nederland en Dementie-punt-nl. ‘Zorgen voor een ander, zorgen voor uzelf. Soms een wankel evenwicht.’ Ja? En? Ik weet er alles van. Maar ik wil er rondom een toneelzaal eigenlijk vooral niet mee worden lastiggevallen.

Gijs de Lange heeft De vader geregisseerd. Wat vooral betekent dat hij bekwaam het verkeer heeft geregeld. Het stuk wil meer bedoelen en aanrichten dan waartoe de zwakke partituur de spelers in staat stelt. Met als gevolg: slaapverwekkend reddend-zwemmen-toneel. Hans Croiset, die de dementerende oude baas bekwaam speelt, wordt overal ‘magnifiek’ en ‘onvergetelijk’ genoemd. Als ik het goed heb begrepen (ik word altijd wat slordig als het op prijzen aankomt) is hij voor deze rol genomineerd voor een gouden Louis. Dan vind ik dan weer raar van dit toneelland onder voorzitterschap van Ferry Mingelen. Ik gun het Croiset van ganser harte. Maar hij heeft grootsere rollen gespeeld. Waarom hem lauweren voor deze partij in dit flutstuk? Ik ga er niet over, maar zoiets is toch bijna beledigend.


De vader is nog te zien t/m 16 september; devadertheater.nl